Week 1 - Orthopedagogiek als handelingswetenschap &
behandelingsperspectieven
Disciplines, theorieën, integrerende modellen:
Disciplines:
- Psychiatrie (biomedisch) kijkt naar symptomen, stoornissen en
classificaties.
- Ontwikkelingspsychologie wil de empirische kennis gebruiken voor de
praktijk. Kijken naar ontwikkelingsprocessen, ontwikkelingsfases,
processen in het individu en interacties met de omgeving.
- Orthopedagogiek kijkt naar opvoeding, onderwijs, kwetsbare groepen,
praktijk en theorieën.
Theorieën:
- Psychodynamische theorie van Freud en zijn dochter gaat over problemen
die zich voordoen in de vroege kindertijd zorgen later voor problematiek (id,
ego en superego)
- Gehechtheidstheorie van Bowlby vertelt over een affectieve relatie tussen
een kind en zijn opvoeders, responsiviteit, sensitiviteit, kwaliteit van
gehechtheid en risico/beschermende factoren.
- Leertheorie stelt dat probleemgedrag ontlokt wordt door antecedenten of
bekrachtigd wordt door gevolgen/consequenties. Gedrag is aangeleerd en
kan ook afgeleerd worden.
- Systeemtheorie, bijvoorbeeld de ecologische theorie van Bronfenbrenner of
de gezinstherapeutische modellen (grenzen tussen relaties of nadruk op
communicatie)
Integrerende modellen:
- Biopsychosociaal model gaat ervan uit dat iemands gedrag bepaald wordt
door factoren op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied. Er ontstaat een
soort dynamisch evenwicht uit deze interacties en problemen hiertussen.
- Balans model spreekt over een balans tussen draaglast en draagkracht.
Soms is probleemgedrag niet problematisch maar heeft het een lijdensdruk,
daarbij kan psycho-educatie helpen.
Visies op normaliteit, normaliteit als:
- afwezigheid van stoornissen
- statisch gegeven
- ideale of gewenste toestand
- succesvolle adaptatie
- neurodiversiteit
,Kwaliteit theorievorming komt voort uit:
- practice-based, uit de praktijk
- evidence-based, wetenschappelijke standaarden
- evidence-based assessment + evidenced-based treatment, is evidence-
based practice
Orthopedagoog als professional
- Het toepassen van kennis over procedures en methodieken en kunde
- Met doel om dat wat gewenst is te realiseren → normatieve
gezichtspunt, richtinggevend
- Oorsponkelijk object van de orthopedagogiek was een afwijkend kind
- Doel van het orthopedagogisch ingrijpen was het kind helpen bij
maatschappelijke integratie.
Therapiecyclus:
- Indicatieanalyse als scharnierpunt tussen diagnose en interventie
- De volledige klinische cyclus kun je onderdelen in de diagnostische cyclus en
de therapeutische cyclus met als tussenfase de indicatieanalyse.
- Therapie cyclus bevat de stappen: planning, uitvoering en beoordeling van
het effect
Orthopedagogiek als handelingswetenschap:
De regulatieve cyclus en de specifieke orthopedagogische invalshoek.
- Regulatieve cyclus is wanneer je iets wilt veranderen. Het maakt
onderscheid met de empirische cyclus. Gewoon als het kan, graag als het
moet.
- Probleemoplossingsproces waarin je beslismomenten hebt en moet
inbouwen (regulatieve cyclus) en daarnaast bewaak je voortgang door
onderzoeksmomenten in te bouwen (empirische subcycli).
- Fases regulatieve cyclus:
1. Probleemherkenning
2. Probleemdefiniëring (komen tot casusconceptualisatie met de factoren en
werking ervan).
3. Kiezen van de interventie (afhankelijk van context, leeftijd,
ontwikkelingsniveau, etc → uitmonden in adviesgesprek, samen!).
4. Planning (vastleggen van afspraken en haalbaarheid belangrijk)
5. Uitvoering interventie (vaak stop je als het doel is behaald)
6. Eindevaluatie (nameting, vooruitgang? en followup)
Samenvatting regulatieve cyclus tabel 1.1 pagina 18 Begeer.
Belangrijk om rekening mee te houden bij het handelen:
- Therapeutische alliantie, kind is afhankelijk van andere
, - Afstammen op ontwikkelingsniveau, kind veel meer taal dan spel
- Ethische kwesties aan wiens vraag geef je gehoord en hoe ga je om met
vertrouwenszaken.
Systemisch model
Visie/mensbeeld en etiologie probleemgedrag
- Gaat uit van een bepaald functioneren in een gezin, kijkt naar
opvoedstijlen/opvoeders kenmerken en wederkerigheid.
Diagnostiek
- Gedrag moet niet geïsoleerd bekeken worden. Kijken in meerdere
subsystemen en gebruik diverse instrumenten.
Visie op behandeling
- Focus op het gezinssysteem en de aanpak is het zorgen voor en evenwichtig
gezinssysteem.
Interventies
- Aangrijpingspunten in het gezinssysteem, gezinstherapie (systeemtherapie)
en oudergroepen of oudertherapie.
Psychodynamisch model
Inleidend
- Gericht op ontwikkelingsproces en behoeften, motivatie voor menselijk
gedrag door behoeftes aan veiligheid, warmte en zelfvertrouwen.
- Voor persoonlijke ontwikkeling heb je angsten en emotionele crisissen
nodig en moet je die doormaken voor groei en zelfontplooiing.
- Er is ook belang voor personen in vroege ontwikkeling.
- Aandacht voor intra-psychische aspecten van het individu, dus de innerlijke
percepties.
Visie/mensbeeld
, - Persoonlijkheid is de uitkomst van een ontwikkelingsproces. ID -
lustprincipe en biologische behoeftes, ego - realiteitsprincipe, gevormd
door externe wereld & superego - het ego-ideaal (streven perfectie) en het
geweten (afstraffen). De relatie tussen hiertussen blijft ontstaan maar de
verhoudingen kunnen veranderen.
Etiologie probleemgedrag
- Sociaal-emotionele ontwikkeling raakt verstoord door het niet succesvol
oplossen van een conflict tussen die verschillende toestanden (id, ego en
superego). Een conflict ontstaat in een orale (0-2), anale (2-4, zindelijk
worden en autonomie) of fallische fase (4-6, geslachtsverschil betekenis en
pronken → oedipale driehoeksrelatie).
Diagnostiek
- Interview vroege ontwikkeling en projectiemateriaal zodat je zicht krijgt op
de ontwikkeling en het onderbewuste en bewust reageren op stimulus.
Visie op behandeling
- Onbewuste ga je bewust maken en dus inzicht geven in tegenstrijdige
wensen en gevoelens. Copingstrategieën ontwikkelen. Beïnvloeden van de
objectrelaties.
Interventies
- Melanie Klein was belangrijk voor afstellen op ontwikkelingsniveau
→ rol van spel benadrukken, psychoanalytische interpretatie van het
spel van het kind als equivalent van de vrije associatie.
Biomedische model
Visie/mensbeeld
- Gedrag kan worden verklaard door de bestudering van neuropsychologische
processen , al dan niet in interactie met een stressvolle omgeving
Etiologie probleemgedrag
- Gedragsproblemen en emotionele problemen zijn terug te voeren op
hersenorganische disfuncties– Genetisch– Biochemisch / neurologisch
- Neurotransmitters, organische factoren, metabolische factoren
- Temperament
Diagnostiek
- Ontwikkelingsgeschiedenis en Neuro(psycho)logischonderzoek
Visie op behandeling
- Wijzigingen aanbrengen in chemische huishouding hersengebieden, bijv. bij
ADHD in frontale deel
Interventies
- Diëten of psychofarmacologie, zoals stimulantia, antidepressiva,
antipsychotica, anti-epileptica
Behavioristisch model - leertheoretisch model
- Gedrag is een functie van omgevingsfactoren of ervaringen uit het verleden