NAAM
Studentennummer
,Inhoud
A. Beschrijving zorgvrager.........................................................................................................................................2
Diagnoses (NANDA):..............................................................................................................................................4
Prognose per verpleegkundige diagnose.............................................................................................................6
Zorgresultaten (NOC) Let op: De beschrijving van de cijfers is af te lezen aan de onderkant van het tabel,
tenzij anders aangegeven (tussen de haakjes). Niet alle indicatoren hebben de exact zelfde beschrijving, door
één gelijke te gebruiken aan de onderzijde van het tabel blijft dit schema overzichtelijk....................................6
.............................................................................................................................................................................10
Interventies (NIC)................................................................................................................................................10
Afstemming van het zorgplan op de wensen en behoeften van de zorgvrager.................................................13
Relevantie voor de zorgvrager:...........................................................................................................................14
1. Administratieve gegevens...............................................................................................................................19
2. Algemene patiëntencontext............................................................................................................................20
3. Medische context............................................................................................................................................20
4. Verpleegkundige context: Zorgplan................................................................................................................21
5. Verpleegkundige context: Specificatie gezondheidstoestand........................................................................22
Evaluatie en verbeterplan...................................................................................................................................22
A. Beschrijving zorgvrager
De heer Noah Vermeulen (fictieve naam), een 68-jarige man, is opgenomen op de dagbehandeling
cardiologie vanwege een verslechtering van zijn chronisch hartfalen.
Reden van opname
Dhr. is opgenomen op de dagbehandeling cardiologie na een toename van klachten passend bij
decompensatio cordis, oftewel een verergering van zijn hartfalen. Hij heeft al jaren een verminderde
, hartfunctie als gevolg van een eerder hartinfarct. Kort voor de opname had hij een influenza A-
infectie doorgemaakt, met mogelijk een bijkomende longontsteking in de linkeronderkwab. Deze
infectie lijkt de hartklachten te hebben uitgelokt.
Hij meldde zich met toenemende kortademigheid, aanhoudende hoest en algehele vermoeidheid.
Daarnaast was hij zes kilo afgevallen, mede als bijwerking van Ozempic (diabetesmedicatie). Bij
lichamelijk onderzoek viel op dat er weinig tot geen urineproductie was, maar geen zichtbare
vochtophopingen in de benen. Ondanks zijn redelijk stabiele vitale functies, bleven de klachten
bestaan. Dit zorgde ervoor dat de arts verdere diagnostiek wilde doen om eventueel de behandeling
van zijn hartfalen te optimaliseren
Voorafgaande aan de opname zijn onder andere een X-thorax, ECG en laboratoriumonderzoek
verricht. Om de status van Dhr. zijn hartfalen te bepalen werd een coronair angiografie gepland om
de bloedtoevoer naar het hart te beoordelen. De heer staat onder controle van zijn cardioloog, die
het noodzakelijk vond om dit beter in kaart te brengen gezien Dhr. zijn klachten.
Medische en psychopathologische voorgeschiedenis
Dhr. heeft een uitgebreide cardiale voorgeschiedenis. In 2008 kreeg hij een voorwandinfarct,
waarvoor meerdere percutane coronaire interventies (PCI’s) zijn uitgevoerd. Vanwege een
verminderd functionerende linkerhartkamer kreeg hij in 2014 een biventriculaire ICD (CRT-D)
geïmplanteerd. Een device om het hart te laten kloppen zowel als een schock toedienen bij stilstand.
Sindsdien is er sprake van chronisch hartfalen met wisselende ernst, variërend van NYHA-klasse I tot
IV (een schaal om de ernst van hartfalen te bepalen).
Dhr. gebruikt een uitgebreid medicatiepakket voor zijn hartfalen, diabetes en bijkomende
aandoeningen. Zo neemt hij middelen die de hartfunctie ondersteunen (zoals Entresto en
bètablokkers), vochtafdrijvende medicatie (zoals furosemide en spironolacton), bloedverdunners, en
cholesterolverlagers. Voor zijn diabetes gebruikt hij insuline en meerdere bloedsuikerverlagende
tabletten, waaronder metformine en semaglutide. Daarnaast krijgt hij maagbescherming en andere
ondersteunende medicatie. Ondanks deze middelen blijft hij kwetsbaar voor periodes van
verslechtering. Hij heeft daarnaast insulineafhankelijke diabetes mellitus type 2, wat zijn risico op
hartproblemen verhoogt. Zijn glucosewaarden zijn bij opname verhoogd gemeten. Hij gebruikt
insuline en meerdere bloedsuikerverlagende middelen. Recente onderzoeken wijzen op een afname
van de linkerventrikelfunctie ten opzichte van eerdere metingen in 2019. Tijdens controles van zijn
ICD bleek dat de pacemaker goed werkt met een hoog percentage biventriculaire pacing, dat wil
zeggen dat beide hartkamers tegelijk worden gestimuleerd om de pompfunctie van het hart te
verbeteren. Er werden af en toe Korte hartritmestoornissen vanuit de kamers van het hart
(ventrikels), die vanzelf weer stoppen. (NSVT’s) en korte atriale ritmestoornissen geregistreerd, maar
hier heeft Dhr. zelf niets van gemerkt.
De heer ervaart al langere tijd inspanningsintolerantie en vermoeidheid. Zijn fysieke belastbaarheid is
beperkt, mogelijk door het hartfalen, maar ook door andere factoren. Hij heeft namelijk Morbus
Dupuytren aan beide handen, een aandoening waarbij bindweefsel in de hand langzaam samentrekt,
waardoor vingers krom komen te staan. waarvoor hij meerdere keren geopereerd is. Daarnaast zijn
in 2024 bij neurologisch onderzoek lichte degeneratieve veranderingen gezien, zonder aanwijzingen
voor kanaalstenose of zenuwbeknelling.