Uitwerkingen probleem 6
Erasmus universiteit
, IFR probleem 6
Literatuur:
H2.1.2 (Object)
H2.2.2 (Waarover wordt de ondernemer belast?)
H2.3.2 (Belastbaar loon) H2.3.3 (Belastbaar ROW)
H2.3.8 (Persoonsgebonden aftrek)
H3.3 (Dienstbetrekking)
H3.5.1 t/m 3.5.4 (Loon)
1. Wat is het resultaat uit overige werkzaamheden en hoe wordt dit belast?
Indien een persoon niet gekwalificeerd kan worden als ondernemer of werknemer, worden diens
inkomsten beschouwd als resultaat uit overige werkzaamheden (zie art. 3.90 en verder van de Wet IB
2001). Dit betreft opbrengsten die buiten een onderneming of dienstverband worden gerealiseerd.
Volgens art. 2.14 Wet IB 2001 is het niet mogelijk dat één bron tegelijkertijd wordt aangemerkt als
winst uit onderneming én als resultaat uit overige werkzaamheden; slechts één kwalificatie is
toegestaan. Zoals blijkt uit art. 3.1 lid 1 sub c Wet IB 2001 vallen deze inkomsten onder box 1 van de
inkomstenbelasting.
De term 'werkzaamheid' wordt gebruikt voor diverse vormen van arbeid die geen dienstverband
betreffen, zoals bijv. de vergoeding die een schilder ontvangt voor werk buiten loondienst om. Het
betreft ook activiteiten in het economisch verkeer die zijn gericht op financieel voordeel, maar nog
niet voldoen aan de kenmerken van een onderneming, zoals bij een thuiskapper.
Het resultaat uit overige werkzaamheden omvat alle opbrengsten die voortvloeien uit een activiteit
(art. 3.94 Wet IB 2001), ongeacht hoe deze worden benoemd of ontvangen. Hoewel dit artikel qua
inhoud overeenkomt met art. 3.8 Wet IB 2001, gaat het hier om werkzaamheden in plaats van
ondernemingen. Belangrijk is dat de voordelen voortkomen uit werkzaamheden die arbeid vereisen,
maar niet per se duurzaam zijn of kapitaal vergen.
Voor het kunnen belasten van resultaat uit overige werkzaamheden moet voldaan zijn aan drie
voorwaarden:
1. Er moet sprake zijn van arbeid of dienstverlening;
2. De activiteit dient plaats te vinden in het economische verkeer;
3. De activiteit moet gericht zijn op het behalen van winst, en dit voordeel moet ook
redelijkerwijs verwacht kunnen worden.
Het moment waarop dit resultaat wordt belast, is geregeld in art. 3.95 en art. 3.25 Wet IB 2001; het
jaarwinstbegrip is dus ook hier van toepassing, zoals bij winst uit onderneming.
2. Wanneer bestaat er recht op zelfstandigenaftrek?
De zelfstandigenaftrek is geregeld in art. 3.76 Wet IB 2001. Volgens art. 3.95 Wet IB 2001 zijn enkele
bepalingen over de winst uit onderneming ook toepasbaar op het resultaat uit overige werkzaamheden,
maar ondernemersfaciliteiten – waaronder zelfstandigenaftrek – zijn hierop niet van toepassing.