Psychologie: houdt zich bezig met de gedachten, de emoties en het gedrag van mensen.
klinische psychologie: de focus ligt op stoornissen en er wordt bekeken hoe emoties,
gedachten en gedrag afwijken van wat normaal is.
Psychotherapie: praten over gedachtes.
*De 5 invloedrijke stromingen in de psychologie:
1. De psychoanalyse
2. Het behaviorisme
3. Het humanisme
4. Het cognitivisme
5. De biologische benadering
*De psychoanalyse:
-Sigmund Freud
Freudiaanse bespreking: iemands werkelijke gedachten ontsnappen uit zijn mond.
hysterie: patiënten vertonen lichamelijke klachten waar geen biologische oorzaak voor te
vinden is.
opvattingen van descartes: het lichaam en geest zijn gescheiden.
driften: innerlijke krachten die het individu aanzetten tot gedrag.
Id: onderdeel van de psyche waarin de driften gehuisvest zijn.
superego: het geweten waarin alle aangeleerde normen en regels worden opgenomen.
het ego: taak om middenweg te vinden tussen de tegengestelde eisen die het Id (behoeftes)
en het superego (geweten) aan ons stellen.
plastisch: het brein is extra gevoelig voor prikkels.
afweermachines: met onze behoeftes kunnen omgaan voor een positief beeld van onszelf.
De afweermachines:
1. Verdringing: bepaalde onprettige gedachten en behoeftes worden uit het bewustzijn
geweerd.
2. Rationalisatie: het goedpraten van onze eigen handelingen.
3. Verplaatsing: onze behoeftes worden afgezwakt.
4. Sublimatie: iemand uit zijn behoeftes op een manier die de maatschappij toejuicht en zelfs
beloont.
5. Reactieformatie: behoefte te uiten door het tegenovergestelde te doen van wat we
werkelijk willen.
6. Projectie: we verbannen eigenschappen waar we ons voor schamen, maar ze blijven
bestaan en oefenen invloed uit op ons gedrag en onze waarneming.
Narratief werken: vorm van hulpverlenen waarbij het persoonlijke verhaal van de cliënt
voorop staat.
overdracht: de onbewuste manier van een cliënt naar een hulpverlener door zijn verleden.
tegenoverdracht: de onbewuste manier van de hulpverlener t.o.v de cliënt.
, supervisie/intervisie: tijdens bijeenkomsten bespreken professionals op structurele
manieren onderling of onder begeleiding de knelpunten uit de eigen werksituatie.
droomanalyse: elke droom betekent iets en door dromen te analyseren, kun je tot de kern
van het onbewuste komen.
vrije associatie: de behandelaar vraagt de cliënt zonder te aarzelen alles op te noemen wat
in hem opkwam na het horen van een bepaald woord.
inktvlekkentest: mensen krijgen inktvlekken aangeboden en moeten aangeven wat ze hierin
zien.
-hypnose-> cliënt biedt minder weerstand.
*het humanisme:
Carl Rogers: (1902-1987) Amerikaanse humanist, cliëntgerichte therapie.
Cliëntgerichte therapie: behandel de cliënt als een medemens en niet als een stoornis.
-de derde kracht in de psychologie, ieder mens wordt geboren met wensen en behoeftes en
bepalen onze wensen ons gedrag.
organisme: bij een gezond organisme horen nieuwsgierigheid en het willen verkennen van
de omgeving.
positieve psychologie: gericht op het onderzoeken en stimuleren van geluk en gezondheid bij
mensen.
oplossingsgericht werken: de cliënt is de expert en weet zelf het beste wat er aan de hand is.
De objectieve werkelijkheid doet er minder toe dan de eigen interpretaties.
4 vragen bij het humanisme:
1. Is de mens van nature goed of slecht?
2. Handelt de mens bewust of onbewust?
3. Is de mens als een blanco blad geboren of erfelijk?
4. Wordt de mens gedreven door ambities in de toekomst of door het verleden?
Nodig voor het terugbrengen van de ware ik:
1. Onvoorwaardelijke, positieve waardering.
2. Congruentie-> de hulpverlener is authentiek en speelt geen rol.
3. Empathie-> de hulpverlener moet zich proberen te verplaatsen in zijn cliënt.
2 stromingen voor geluk: (positieve psychologie)
1. Westerse filosofie-> geluk ontstaat door positieve ervaringen.
2. Oosterse filosofie-> innerlijke rust en vrede met het eigen leven.
*Het behaviorisme:
John B Watson: (1878-1956) grondlegger van het behaviorisme, observeren van gedrag,
gedachten en emoties zijn niet relevant, omdat dat lastig te onderzoeken is.
-een stroming die ongeveer gelijktijdig met de psychoanalyse ontstond. Probeert alles te
herleiden tot prikkels in de omgeving met welk gedrag als gevolg. Menselijke geest is een
black box.
introspectie: proefpersonen moesten zo veel mogelijk reflecteren over hun emoties en
gevoelens.