Hoorcollege 1 Occlusie en Articulatie HO H…
Occlusie: elk statisch contact tussen 1 of meer elementen
van de OK met 1 of meer elementen van de BK (dus
stilstaand contact)
Articulatie: elk dynamisch contact tussen elementen in de
BK met elementen in de OK
De wijze waarop de boven- en ondertanden en kiezen over
elkaar heen schuiven. De verschillende mogelijke posities van het kaakgewricht zijn
hier ook van belang
Occlusie
Maximale occlusie (MO) = ICP (intercuspal contact position): occlusie waarbij tanden
en kiezen maximaal contact maken
Centrale positie/relatie: positie waarbij het kaakkopje, ongedwongen, in zijn meest
dorsale stand staat
Centrale occlusie: als de centrale positie samenvalt met de maximale occlusie
LET OP: de centrale occlusie is heel vaak niet hetzelfde als de maximale occlusie
Ideale occlusie (maximale occlusie)
Plaatje ß Ideale occlusie
ONTHOUDEN: cuspidaten van BK staan achter cuspidaten in OK bij de ideale
occlusie. Als je het dan verder ‘doorberekent’, dan staan alle elementen goed in het
rijtje.
Ideale occlusie en articulatie
Waarom wil je de ideale occlusie & articulatie: gebit werkt dan het best.
Spieren/kaakgewricht hoeft geen rare acties uit te voeren en op deze manier is de
kans het grootst dat de spieren, kwaakgewricht én elementen niet overmatig belast
worden.
DUS: elementen van BK en OK dienen zodanig met elkaar in contact te komen dat:
• Elementen gelijkmatig belast worden
,• Een optimale uitoefening van functie mogelijk is
• Ondersteunende weefsels minimaal belast worden
Voorbeelden van niet-ideale occlusies (dit probeer je op te lossen door orthodontisch
apparatuur of door gedrag af te leren)
Foto 1: openbeet, veroorzaakt door verkeerd slikgedrag omdat de tong tussen de
tanden ligt
LET OP: occlusie is gevolg van samenspel van spieren rondom de mond, de lippen
en de tong (want de tong is een krachtige spier) à VB: als je altijd met mond open
slaapt, krijg je een andere occlusie. De lippen kunnen dan geen tegenkracht bieden
tegen de krachten van de tong
Ideaal beeld (frontaal aanzicht bij maximale occlusie)
Bij maximale occlusie bij frontaal aanzicht is er sprake van:
• Samenvallende mediaanlijn BK en OK
• Evenwicht (qua verdeling)
• Symmetrie
ß Cuspidaten van BK achter de cuspidaten van OK
vallen (want elementen in BK zijn breder)
Ideaal beeld (buccaal aanzicht bij maximale occlusie)
ß je ziet van buccaal hoe de maximale occlusie
eruit ziet, waarbij de tanden/kiezen in elkaar vallen
Interdigitatie: alle elementen staan op de anatomisch meest voorkomende,
karakteristieke manier in elkaar gegrepen. Hierbij staat het kaakgewricht in een
ongedwongen natuurlijke positie (DUS: elementen vallen mooi in elkaar)
Zaagtand fenomeen: één element maakt occlusaal contact met één/twee
antagonisten (ander woord voor interdigitatie)
,LET OP: bij een klasse II (voortanden te ver naar voren) hebben mensen de neiging
om OK steeds naar voren te schuiven. Hierdoor krijg je op den duur
kaakgewrichtklachten, omdat dit niet de natuurlijke positie is.
Onderscheid dragende en niet-dragende knobbels
Bij occlusie maken kiezen contact met antagonisten (=kiezen aan overkant)
Dragende knobbels: knobbels die contact hebben met
antagonist én zorgen voor het vermalen van voedsel.
Deze knobbels vallen in de fissuur van de antagonist
à Dragende knobbels = werkende knobbels =
functionele knobbels
Welke knobbels zijn de dragende knobbels:
• Palatinale knobbels BK
• Buccale knobbels OK
Niet-dragende knobbels: knobbels die buiten het
fissuur vallen én zorgen dat de wangen/tong niet tussen
de kiezen komen
à Niet-dragende knobbels = niet-functionele knobbels =
balans knobbels
• wangen/tong weghouden tijdens kauwen
Welke knobbels zijn de niet-dragende knobbels:
• Buccale knobbels in BK
• Linguale knobbels in OK
BK OK
Dragende knobbels bovenkaak Dragende knobbels onderkaak
(Working-/functional cusps) (Working-/functional cusps)
Palatinale knobbels Buccale knobbels
Niet dragende knobbels bovenkaak Niet dragende knobbels onderkaak
(Non- functional cusps) (Non- functional cusps)
Buccale knobbels Linguale knobbels
, Theoretisch ideale occlusie met dragende en niet-dragende knobbels
Dragende knobbels
• Bovenkaak palatinaal
• Onderkaak buccaal
Kauwfunctie. Functionele-/werkende knobbels (vallen in de
fossae van de antagonisten voor een optimale functie)
Niet-dragende knobbels
• Bovenkaak buccaal (houden wangen weg)
• Onderkaak linguaal (houden tong weg)
Niet functionele knobbels / balansknobbels
à Voor optimale verdeling van verticale krachten (zodat
elementen zo lang mogelijk meegaan)
Horizontale en verticale overbeet
Horizontale overbeet (HOB): overbeet
in horizontale vlak
Meestal: sagitale overbeet (SOB) of
overbeet / overjet
Verticale overbeet (VOB): overbeet in
verticale vlak
Ook wel: ‘overbite’ (in het Engels à
LET OP: dit is verwarrend)
Ideale HOB & VOB: 1-3 mm
TENTAMEN: verschillende benamingen voor horizontale overbeet (HOB) en verticale
overbeet (VOB) kennen!
Curve van ‘von Spee’ & curve van Wilson
Curve van von Spee
Kromming van het occlusale vlak van de OK vanaf de rand van de onderste
snijtanden over alle buccale knobbels t/m de achterste kies (loopt van voor naar
achter)
Een denkbeeldige boog verbindt de buccale knobbels en incisale randen van 1
kwadrant.
Een vulling moet binnen de curve van von Spee passen (deze verschilt per patiënt).
Als de vulling verkeerd is, kunnen de occlusie en articulatie in de war zijn. Om dit te
voorkomen gebruik je aan het eind van een restauratie articulatiepapier
Curve van Wilson
Van frontaal gezien is het een mediolaterale curve die de buccale en linguale
knobbels van de molaren aan beide kanten van de boog verbindt (loopt van links
naar rechts)
Occlusie: elk statisch contact tussen 1 of meer elementen
van de OK met 1 of meer elementen van de BK (dus
stilstaand contact)
Articulatie: elk dynamisch contact tussen elementen in de
BK met elementen in de OK
De wijze waarop de boven- en ondertanden en kiezen over
elkaar heen schuiven. De verschillende mogelijke posities van het kaakgewricht zijn
hier ook van belang
Occlusie
Maximale occlusie (MO) = ICP (intercuspal contact position): occlusie waarbij tanden
en kiezen maximaal contact maken
Centrale positie/relatie: positie waarbij het kaakkopje, ongedwongen, in zijn meest
dorsale stand staat
Centrale occlusie: als de centrale positie samenvalt met de maximale occlusie
LET OP: de centrale occlusie is heel vaak niet hetzelfde als de maximale occlusie
Ideale occlusie (maximale occlusie)
Plaatje ß Ideale occlusie
ONTHOUDEN: cuspidaten van BK staan achter cuspidaten in OK bij de ideale
occlusie. Als je het dan verder ‘doorberekent’, dan staan alle elementen goed in het
rijtje.
Ideale occlusie en articulatie
Waarom wil je de ideale occlusie & articulatie: gebit werkt dan het best.
Spieren/kaakgewricht hoeft geen rare acties uit te voeren en op deze manier is de
kans het grootst dat de spieren, kwaakgewricht én elementen niet overmatig belast
worden.
DUS: elementen van BK en OK dienen zodanig met elkaar in contact te komen dat:
• Elementen gelijkmatig belast worden
,• Een optimale uitoefening van functie mogelijk is
• Ondersteunende weefsels minimaal belast worden
Voorbeelden van niet-ideale occlusies (dit probeer je op te lossen door orthodontisch
apparatuur of door gedrag af te leren)
Foto 1: openbeet, veroorzaakt door verkeerd slikgedrag omdat de tong tussen de
tanden ligt
LET OP: occlusie is gevolg van samenspel van spieren rondom de mond, de lippen
en de tong (want de tong is een krachtige spier) à VB: als je altijd met mond open
slaapt, krijg je een andere occlusie. De lippen kunnen dan geen tegenkracht bieden
tegen de krachten van de tong
Ideaal beeld (frontaal aanzicht bij maximale occlusie)
Bij maximale occlusie bij frontaal aanzicht is er sprake van:
• Samenvallende mediaanlijn BK en OK
• Evenwicht (qua verdeling)
• Symmetrie
ß Cuspidaten van BK achter de cuspidaten van OK
vallen (want elementen in BK zijn breder)
Ideaal beeld (buccaal aanzicht bij maximale occlusie)
ß je ziet van buccaal hoe de maximale occlusie
eruit ziet, waarbij de tanden/kiezen in elkaar vallen
Interdigitatie: alle elementen staan op de anatomisch meest voorkomende,
karakteristieke manier in elkaar gegrepen. Hierbij staat het kaakgewricht in een
ongedwongen natuurlijke positie (DUS: elementen vallen mooi in elkaar)
Zaagtand fenomeen: één element maakt occlusaal contact met één/twee
antagonisten (ander woord voor interdigitatie)
,LET OP: bij een klasse II (voortanden te ver naar voren) hebben mensen de neiging
om OK steeds naar voren te schuiven. Hierdoor krijg je op den duur
kaakgewrichtklachten, omdat dit niet de natuurlijke positie is.
Onderscheid dragende en niet-dragende knobbels
Bij occlusie maken kiezen contact met antagonisten (=kiezen aan overkant)
Dragende knobbels: knobbels die contact hebben met
antagonist én zorgen voor het vermalen van voedsel.
Deze knobbels vallen in de fissuur van de antagonist
à Dragende knobbels = werkende knobbels =
functionele knobbels
Welke knobbels zijn de dragende knobbels:
• Palatinale knobbels BK
• Buccale knobbels OK
Niet-dragende knobbels: knobbels die buiten het
fissuur vallen én zorgen dat de wangen/tong niet tussen
de kiezen komen
à Niet-dragende knobbels = niet-functionele knobbels =
balans knobbels
• wangen/tong weghouden tijdens kauwen
Welke knobbels zijn de niet-dragende knobbels:
• Buccale knobbels in BK
• Linguale knobbels in OK
BK OK
Dragende knobbels bovenkaak Dragende knobbels onderkaak
(Working-/functional cusps) (Working-/functional cusps)
Palatinale knobbels Buccale knobbels
Niet dragende knobbels bovenkaak Niet dragende knobbels onderkaak
(Non- functional cusps) (Non- functional cusps)
Buccale knobbels Linguale knobbels
, Theoretisch ideale occlusie met dragende en niet-dragende knobbels
Dragende knobbels
• Bovenkaak palatinaal
• Onderkaak buccaal
Kauwfunctie. Functionele-/werkende knobbels (vallen in de
fossae van de antagonisten voor een optimale functie)
Niet-dragende knobbels
• Bovenkaak buccaal (houden wangen weg)
• Onderkaak linguaal (houden tong weg)
Niet functionele knobbels / balansknobbels
à Voor optimale verdeling van verticale krachten (zodat
elementen zo lang mogelijk meegaan)
Horizontale en verticale overbeet
Horizontale overbeet (HOB): overbeet
in horizontale vlak
Meestal: sagitale overbeet (SOB) of
overbeet / overjet
Verticale overbeet (VOB): overbeet in
verticale vlak
Ook wel: ‘overbite’ (in het Engels à
LET OP: dit is verwarrend)
Ideale HOB & VOB: 1-3 mm
TENTAMEN: verschillende benamingen voor horizontale overbeet (HOB) en verticale
overbeet (VOB) kennen!
Curve van ‘von Spee’ & curve van Wilson
Curve van von Spee
Kromming van het occlusale vlak van de OK vanaf de rand van de onderste
snijtanden over alle buccale knobbels t/m de achterste kies (loopt van voor naar
achter)
Een denkbeeldige boog verbindt de buccale knobbels en incisale randen van 1
kwadrant.
Een vulling moet binnen de curve van von Spee passen (deze verschilt per patiënt).
Als de vulling verkeerd is, kunnen de occlusie en articulatie in de war zijn. Om dit te
voorkomen gebruik je aan het eind van een restauratie articulatiepapier
Curve van Wilson
Van frontaal gezien is het een mediolaterale curve die de buccale en linguale
knobbels van de molaren aan beide kanten van de boog verbindt (loopt van links
naar rechts)