Perspectieven op bewegen
Randvoorwaarden
o Ruimte en materiaal – De ruimte van de sportzaal en de materialen die
aanwezig zijn bepalen de mogelijkheden binnen een gymles.
o Gymtijden – De duur van de gymtijden ligt meestal vast. Probeer de
looptijd en de tijd voor het omkleden daarbuiten te houden. Voor kleuters
is het verplicht om iedere dag bewegingsonderwijs te krijgen (hier hoort
ook het buitenspelen bij).
o Lesrooster – Probeer onderdelen te kiezen waarbij er niet te veel
omgebouwd hoeft te worden, hierdoor blijft er veel tijd over om te
bewegen.
o Gymgroepen – Kinderen in klassen met homogene groepen kunnen
hetzelfde aanbod krijgen, kinderen in klassen met heterogene groepen
moeten elkaar tijdens de gymles helpen.
o Keuze van activiteiten in één les – Een eerste aspect is de beschikbare
ruimte en de materialen. Houd rekening met de spellen die je uitzet – denk
aan een landingsvlak met genoeg ruimte.
o Beginsituatie van de klas – Houd rekening met wat de kinderen al kunnen.
Bied maar één nieuw onderdeel per les aan, zodat de leerlingen
zelfstandig in de andere groepjes kunnen werken. De leerkracht kan maar
bij één onderdeel begeleiden, de leerlingen houden de andere onderdelen
zelf op gang (weet dus wat de kinderen al zelfstandig kunnen).
o Veiligheid – De les moet zo georganiseerd zijn dat er zo weinig kans is op
ongelukken. De leerkracht is altijd verantwoordelijk voor wat er in de
gymles gebeurt. Je moet je kunnen verantwoorden naar het kind, de
ouders, directeur en de verzekeringsmaatschappij. De leerkracht zal eerst
zelf voor veiligheid moeten zorgen door intensief hulp te verlenen. Vragen
over veiligheid:
Is het arrangement veilig opgebouwd?
Is de activiteit duidelijk aangeboden?
Past de activiteit in een methodische opbouw van makkelijk naar moeilijk?
Had het kind voldoende bewegingservaring?
Heeft de docent in voldoende mate gelet op de bewegingssituatie?
Wordt er bij de situaties waar dat nodig is verantwoord en veilig hulp
verleend?
Organisatievormen
Drie belangrijke soorten organisatievormen:
o De klassikale les (alle kinderen nemen verplicht deel aan dezelfde
bewegingsactiviteit);
o De groepjesles (de kinderen nemen gegroepeerd deel aan verschillende
bewegingsactiviteiten);
o De vrije les (de kinderen kunnen kiezen aan welke bewegingsactiviteiten
ze deelnemen en hoelang ze willen deelnemen).
Klassikale les
Er wordt een activiteit tegelijkertijd aan alle kinderen aangeboden. Het grote
voordeel is dat de leerkracht veel overzicht heeft. Op een efficiënte wijze kunnen
1
,aanwijzingen en voorbeelden worden gegeven die direct door alle kinderen
toegepast kunnen worden. Een tweede voordeel is dat de kinderen er een
bepaald gemeenschappelijk gevoel aan overhouden. Een kanttekening bij een
klassikale les is dat er maar weinig kinderen actief meedoen en dit komt de
positieve spelervaringen niet ten goede. Het is moeilijker om te differentiëren en
zo rekening te houden met individuele verschillen. Spreek van te voren met de
leerlingen af welk stilteteken er wordt gehanteerd. Een klassikale les kan
onderverdeeld worden in drie vormen:
o De klassikale kijkles - de leerkracht laat de activiteit door een paar
kinderen doen en de andere kinderen kijken. Door te observeren en vragen
te stellen kan de activiteit geïntroduceerd worden. Door een klein groepje
kinderen het spel voor te laten spelen, kunnen de andere kinderen op een
eenvoudige en effectieve wijze de regels leren;
o De klassikale doeles – het is de bedoeling dat alle kinderen aan dezelfde
activiteit deelnemen. De leerkracht zal observeren of leerhulp met
betrekking tot beter leren bewegen bieden;
o De klassikale copyles – de kinderen doen zelfstandig in verschillende
groepen eenzelfde soort activiteit (klassikaal in groepjes genoemd). Er is
sprake van een copyles wanneer de kinderen zelf het spel op gang kunnen
houden (dus zonder commando van de leerkracht). De leerkracht kan
moeilijker algemene leerhulp geven, maar kan wel goed verschillende
groepjes aanwijzingen geven.
Stroomvorm – een klassikale organisatievorm die wel wordt toegepast bij
gymactiviteiten: alle kinderen doen als een treintje alle activiteiten in een lange
rij achter elkaar. Iedereen komt snel aan de beurt en er zijn weinig toeschouwers.
Maar kinderen die moeite hebben met het tempo worden gedwongen om een
hoger tempo aan te houden dan zij aankunnen en dat kan demotiverend werken.
Het nadeel is dat er maar één niveau behaald wordt, dit doet geen recht aan
individuele verschillen.
Groepjesles
Er staan 2/3/4 of 5 verschillende bewegingssituaties in de zaal. De klas wordt
verdeeld in kleine groepjes die verplicht bij een onderdeel blijven. Na ongeveer
10 min draaien de groepjes door naar een ander onderdeel. Hierbij komen de
meeste kinderen aan de beurt. Ze zijn sterk betrokken bij de bewegingssituatie
en op elkaar. Er wordt een beroep gedaan op hun zelfstandigheid en
verantwoordelijkheid, want ze moeten zelf hun bewegingsactiviteit reguleren.
Door gevarieerde activiteiten aan te bieden, beleven de kinderen plezier. Een
probleem dat bij groepjeslessen kan ontstaan is dat alle bewegingssituaties
ongeveer even lang boeiend moeten blijven voor de kinderen, want het wisselen
gebeurt gelijktijdig. De activiteiten moeten zo gekozen worden dat de kinderen
ze enige tijd zelfstandig aan de gang kunnen houden en er moeten voldoende
uitbouw- en differentiatiemogelijkheden zijn. Voor de leerkracht is het onmogelijk
om alle activiteiten in de gaten te houden en tegelijkertijd te corrigeren wanneer
er iets misgaat. Zorg dat een aantal activiteiten al bekend zijn bij de kinderen,
zodat ze zonder uitleg kunnen starten. Wanneer de les eenmaal loopt ontstaat er
voor de lesgever mogelijkheden om in de groepjes kinderen te begeleiden.
Vrije les
2
,De leerkracht zorgt voor een uitdagende inrichting van de gymzaal. Kies
activiteiten waar kinderen al bekend mee zijn, door groepjeslessen of klassikale
lessen. Vooraf geeft de leerkracht beperkende regels aan, die de veiligheid
vergroten. De organisatietaak van de leerkracht is om te kijken of alle leerlingen
actief aan de slag gaan, en om te kijken of de kinderen in voldoende mate
geboeid raken. Wanneer de wachtrijen voor een activiteit te groot worden, kan
de leerkracht die activiteit verdubbelen of een andere activiteit uitdagender
maken (door bijv. zelf mee te doen of door het arrangement te verbeteren). Een
voordeel voor de docent bij deze organisatievorm is, dat tijdens de les
gelegenheid ontstaat om te observeren en aandacht te besteden aan individuele
vragen en behoeftes van een kind. Het nadeel is dat de les minder overzichtelijk
is, omdat de kinderen constant wisselen van werkplek. Voor een vrije les de
volgende tips:
- Plan ongeveer 6-10 verschillende activiteiten;
- Er moeten meer werkplekken zijn dan kinderen;
- De activiteiten moeten bekend zijn;
- Hanteer eenvoudige regelingen en afspraken (als ik fluit gaan jullie zitten);
- Ook activiteiten die je alleen of met zijn tweeën kunt doen;
- Activiteiten moeten zelfstandig uitvoerbaar zijn (geen vanghulp van de
leerkracht);
- Met oog op veiligheid (bijv. balanceren lager dan in een groepjesles);
- Baken bepaalde activiteiten extra goed af in verband met de veiligheid:
bijv. zwaaien of een tikspel;
- Bij elke activiteit moet een duidelijke wachtplaats zijn;
- Voeg eventueel een aantal extra regels toe, die er voor zorgen dat
iedereen voldoende beurten krijgt:
Je moet tijdens de les minstens drie activiteiten doen;
Wanneer een kind langer dan vijf minuten gewacht heeft bij een
onderdeel dan ontstaat er het recht om te wisselen;
Per situatie niet meer dan …. Kinderen;
Na drie rondjes met de kar de volgende;
Na vier minuten schommelen de volgende groep kinderen;
Het variëren en combineren van verschillende organisatievormen
Het is wenselijk om door het schooljaar heen gebruik te maken van verschillende
organisatievormen. De klassikale lessen zij handig om nieuwe activiteiten te
introduceren of om bekende activiteiten uit te bouwen. Vrije werklessen zorgen
er voor dat de kinderen meer op eigen wijze een bewegingsactiviteit kunnen
doen. De groepjesles zal vaak als basis gekozen worden voor een lessenplan.
Tijdens één les kunnen ook verschillende organisatievormen tegelijk toegepast
worden:
- Een gedeelte van de groep werkt ‘vrij’ (bijv. met jongleermateriaal) en een
gedeelte werkt in één of twee groepjes (bijv. chaosdoelenspel en een
springsituatie).
- De helft van de groep werkt vrij en de helft werkt ‘klassikaal’.
3
, - De groep werkt vrij en er is een situatie waarbij je als leerkracht hulp
verleent (bijv. bij minitrampspringen). Alle kinderen kunnen dan bij jou
langskomen.
- Eén groepje mag op 1/3 van de zaal vrij werken, met bijv. allerlei
jongleermateriaal, het tweede groepje doet verplicht op 1/3 van de zaal
chaosdoelenspel, en het derde groepje krijgt van de leerkracht een
‘miniklassikale les’ saltospringen. In een dergelijke les zijn alle
organisatievormen gecombineerd.
De keuze van de organisatievorm is afhankelijk van vele factoren. De
vakleerkracht zal op grond van de specifieke mogelijkheden op de school een
eigen keuze maken. Als kinderen nog nooit gewerkt hebben in groepjes, dan zal
dit ook opgebouwd moeten worden.
Helpen organiseren
Je merkt bij een kind dikwijls een opvallend spanningsveld: enerzijds wil het
graag ordening, structuur en herkenbaarheid, anderzijds heeft het, om zich
verder te kunnen ontwikkelen en zich prettig te kunnen voelen, een bepaalde
mate van vrijheid nodig. De behoefte aan structuur en ordening kan snel, zowel
vanuit de leerkracht als vanuit kinderen, tot minder flexibiliteit leiden. De
leerkracht wil overzicht houden en activiteiten begeleiden, zodat ze veilig
verlopen. De kinderen willen uitproberen, lol met elkaar maken of ‘stoer’ doen
voor elkaar. Een ordening van een les die vooraf helemaal door de leerkracht
bedacht is, betekent soms een grote beperking van vrijheid en
keuzemogelijkheden voor het kind. Het is de kunst vanuit een bewust gekozen
organisatie de kinderen de ruimte te gunnen om te leren meer
verantwoordelijkheid te dragen in een les. Het gaat dan vooral om het
meehelpen bij het reguleren van de activiteiten waarmee ze een bijdrage leveren
aan het welslagen van de les. Dat kan bijv. tijdens het opbouwen en klaarzetten,
het starten van de activiteiten, het op gang houden van de activiteiten en het
afsluiten en opruimen van de arrangementen. Als ze zich hiervoor
medeverantwoordelijk kunnen gaan voelen zullen ze ook de begrenzing van hun
vrijheid in de zin van ‘vrij zijn van anderen’ eerder zelf kunnen aanvaarden.
Vanuit dit oogpunt kan, binnen de verschillende genoemde organisatievormen
een goed functionerende organisatie, met een afgesproken gang van zaken, met
toenemende keuzemogelijkheden, bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor
de kinderen meer vrijheid opleveren voor de kinderen en voor de leerkracht.
Werkend met verschillende organisatievormen binnen het huidige
bewegingsonderwijs zul je als leerkracht je telkens de organisatie die jij je
voorstelt, moeten afwegen tegen de ordening en ruimte die er voor (individuele)
kinderen binnen de groep geboden worden, om in harmonie samen te kunnen
werken. Het kiezen voor en werken met bepaalde organisatievormen door de
leerkracht zal er dan ook steeds op gericht zijn de keuzemogelijkheden van de
kinderen te maximaliseren en tegelijk deze samen te reguleren.
Organiseren van een groepjesles
Een gymzaal volgebouwd met allerlei uitdagende arrangementen, waarbij de
kinderen vrij mogen kiezen welke bewegingsactiviteiten ze gaan doen, is voor
veel kinderen erg leuk, maar voor de leerkracht veel moeilijker klaar te zetten.
Tussen het gemak van de organisatie van een klassikale les en de complexiteit
van de organisatie van een vrije les, zit de organisatie van een groepjesles. Deze
4
Randvoorwaarden
o Ruimte en materiaal – De ruimte van de sportzaal en de materialen die
aanwezig zijn bepalen de mogelijkheden binnen een gymles.
o Gymtijden – De duur van de gymtijden ligt meestal vast. Probeer de
looptijd en de tijd voor het omkleden daarbuiten te houden. Voor kleuters
is het verplicht om iedere dag bewegingsonderwijs te krijgen (hier hoort
ook het buitenspelen bij).
o Lesrooster – Probeer onderdelen te kiezen waarbij er niet te veel
omgebouwd hoeft te worden, hierdoor blijft er veel tijd over om te
bewegen.
o Gymgroepen – Kinderen in klassen met homogene groepen kunnen
hetzelfde aanbod krijgen, kinderen in klassen met heterogene groepen
moeten elkaar tijdens de gymles helpen.
o Keuze van activiteiten in één les – Een eerste aspect is de beschikbare
ruimte en de materialen. Houd rekening met de spellen die je uitzet – denk
aan een landingsvlak met genoeg ruimte.
o Beginsituatie van de klas – Houd rekening met wat de kinderen al kunnen.
Bied maar één nieuw onderdeel per les aan, zodat de leerlingen
zelfstandig in de andere groepjes kunnen werken. De leerkracht kan maar
bij één onderdeel begeleiden, de leerlingen houden de andere onderdelen
zelf op gang (weet dus wat de kinderen al zelfstandig kunnen).
o Veiligheid – De les moet zo georganiseerd zijn dat er zo weinig kans is op
ongelukken. De leerkracht is altijd verantwoordelijk voor wat er in de
gymles gebeurt. Je moet je kunnen verantwoorden naar het kind, de
ouders, directeur en de verzekeringsmaatschappij. De leerkracht zal eerst
zelf voor veiligheid moeten zorgen door intensief hulp te verlenen. Vragen
over veiligheid:
Is het arrangement veilig opgebouwd?
Is de activiteit duidelijk aangeboden?
Past de activiteit in een methodische opbouw van makkelijk naar moeilijk?
Had het kind voldoende bewegingservaring?
Heeft de docent in voldoende mate gelet op de bewegingssituatie?
Wordt er bij de situaties waar dat nodig is verantwoord en veilig hulp
verleend?
Organisatievormen
Drie belangrijke soorten organisatievormen:
o De klassikale les (alle kinderen nemen verplicht deel aan dezelfde
bewegingsactiviteit);
o De groepjesles (de kinderen nemen gegroepeerd deel aan verschillende
bewegingsactiviteiten);
o De vrije les (de kinderen kunnen kiezen aan welke bewegingsactiviteiten
ze deelnemen en hoelang ze willen deelnemen).
Klassikale les
Er wordt een activiteit tegelijkertijd aan alle kinderen aangeboden. Het grote
voordeel is dat de leerkracht veel overzicht heeft. Op een efficiënte wijze kunnen
1
,aanwijzingen en voorbeelden worden gegeven die direct door alle kinderen
toegepast kunnen worden. Een tweede voordeel is dat de kinderen er een
bepaald gemeenschappelijk gevoel aan overhouden. Een kanttekening bij een
klassikale les is dat er maar weinig kinderen actief meedoen en dit komt de
positieve spelervaringen niet ten goede. Het is moeilijker om te differentiëren en
zo rekening te houden met individuele verschillen. Spreek van te voren met de
leerlingen af welk stilteteken er wordt gehanteerd. Een klassikale les kan
onderverdeeld worden in drie vormen:
o De klassikale kijkles - de leerkracht laat de activiteit door een paar
kinderen doen en de andere kinderen kijken. Door te observeren en vragen
te stellen kan de activiteit geïntroduceerd worden. Door een klein groepje
kinderen het spel voor te laten spelen, kunnen de andere kinderen op een
eenvoudige en effectieve wijze de regels leren;
o De klassikale doeles – het is de bedoeling dat alle kinderen aan dezelfde
activiteit deelnemen. De leerkracht zal observeren of leerhulp met
betrekking tot beter leren bewegen bieden;
o De klassikale copyles – de kinderen doen zelfstandig in verschillende
groepen eenzelfde soort activiteit (klassikaal in groepjes genoemd). Er is
sprake van een copyles wanneer de kinderen zelf het spel op gang kunnen
houden (dus zonder commando van de leerkracht). De leerkracht kan
moeilijker algemene leerhulp geven, maar kan wel goed verschillende
groepjes aanwijzingen geven.
Stroomvorm – een klassikale organisatievorm die wel wordt toegepast bij
gymactiviteiten: alle kinderen doen als een treintje alle activiteiten in een lange
rij achter elkaar. Iedereen komt snel aan de beurt en er zijn weinig toeschouwers.
Maar kinderen die moeite hebben met het tempo worden gedwongen om een
hoger tempo aan te houden dan zij aankunnen en dat kan demotiverend werken.
Het nadeel is dat er maar één niveau behaald wordt, dit doet geen recht aan
individuele verschillen.
Groepjesles
Er staan 2/3/4 of 5 verschillende bewegingssituaties in de zaal. De klas wordt
verdeeld in kleine groepjes die verplicht bij een onderdeel blijven. Na ongeveer
10 min draaien de groepjes door naar een ander onderdeel. Hierbij komen de
meeste kinderen aan de beurt. Ze zijn sterk betrokken bij de bewegingssituatie
en op elkaar. Er wordt een beroep gedaan op hun zelfstandigheid en
verantwoordelijkheid, want ze moeten zelf hun bewegingsactiviteit reguleren.
Door gevarieerde activiteiten aan te bieden, beleven de kinderen plezier. Een
probleem dat bij groepjeslessen kan ontstaan is dat alle bewegingssituaties
ongeveer even lang boeiend moeten blijven voor de kinderen, want het wisselen
gebeurt gelijktijdig. De activiteiten moeten zo gekozen worden dat de kinderen
ze enige tijd zelfstandig aan de gang kunnen houden en er moeten voldoende
uitbouw- en differentiatiemogelijkheden zijn. Voor de leerkracht is het onmogelijk
om alle activiteiten in de gaten te houden en tegelijkertijd te corrigeren wanneer
er iets misgaat. Zorg dat een aantal activiteiten al bekend zijn bij de kinderen,
zodat ze zonder uitleg kunnen starten. Wanneer de les eenmaal loopt ontstaat er
voor de lesgever mogelijkheden om in de groepjes kinderen te begeleiden.
Vrije les
2
,De leerkracht zorgt voor een uitdagende inrichting van de gymzaal. Kies
activiteiten waar kinderen al bekend mee zijn, door groepjeslessen of klassikale
lessen. Vooraf geeft de leerkracht beperkende regels aan, die de veiligheid
vergroten. De organisatietaak van de leerkracht is om te kijken of alle leerlingen
actief aan de slag gaan, en om te kijken of de kinderen in voldoende mate
geboeid raken. Wanneer de wachtrijen voor een activiteit te groot worden, kan
de leerkracht die activiteit verdubbelen of een andere activiteit uitdagender
maken (door bijv. zelf mee te doen of door het arrangement te verbeteren). Een
voordeel voor de docent bij deze organisatievorm is, dat tijdens de les
gelegenheid ontstaat om te observeren en aandacht te besteden aan individuele
vragen en behoeftes van een kind. Het nadeel is dat de les minder overzichtelijk
is, omdat de kinderen constant wisselen van werkplek. Voor een vrije les de
volgende tips:
- Plan ongeveer 6-10 verschillende activiteiten;
- Er moeten meer werkplekken zijn dan kinderen;
- De activiteiten moeten bekend zijn;
- Hanteer eenvoudige regelingen en afspraken (als ik fluit gaan jullie zitten);
- Ook activiteiten die je alleen of met zijn tweeën kunt doen;
- Activiteiten moeten zelfstandig uitvoerbaar zijn (geen vanghulp van de
leerkracht);
- Met oog op veiligheid (bijv. balanceren lager dan in een groepjesles);
- Baken bepaalde activiteiten extra goed af in verband met de veiligheid:
bijv. zwaaien of een tikspel;
- Bij elke activiteit moet een duidelijke wachtplaats zijn;
- Voeg eventueel een aantal extra regels toe, die er voor zorgen dat
iedereen voldoende beurten krijgt:
Je moet tijdens de les minstens drie activiteiten doen;
Wanneer een kind langer dan vijf minuten gewacht heeft bij een
onderdeel dan ontstaat er het recht om te wisselen;
Per situatie niet meer dan …. Kinderen;
Na drie rondjes met de kar de volgende;
Na vier minuten schommelen de volgende groep kinderen;
Het variëren en combineren van verschillende organisatievormen
Het is wenselijk om door het schooljaar heen gebruik te maken van verschillende
organisatievormen. De klassikale lessen zij handig om nieuwe activiteiten te
introduceren of om bekende activiteiten uit te bouwen. Vrije werklessen zorgen
er voor dat de kinderen meer op eigen wijze een bewegingsactiviteit kunnen
doen. De groepjesles zal vaak als basis gekozen worden voor een lessenplan.
Tijdens één les kunnen ook verschillende organisatievormen tegelijk toegepast
worden:
- Een gedeelte van de groep werkt ‘vrij’ (bijv. met jongleermateriaal) en een
gedeelte werkt in één of twee groepjes (bijv. chaosdoelenspel en een
springsituatie).
- De helft van de groep werkt vrij en de helft werkt ‘klassikaal’.
3
, - De groep werkt vrij en er is een situatie waarbij je als leerkracht hulp
verleent (bijv. bij minitrampspringen). Alle kinderen kunnen dan bij jou
langskomen.
- Eén groepje mag op 1/3 van de zaal vrij werken, met bijv. allerlei
jongleermateriaal, het tweede groepje doet verplicht op 1/3 van de zaal
chaosdoelenspel, en het derde groepje krijgt van de leerkracht een
‘miniklassikale les’ saltospringen. In een dergelijke les zijn alle
organisatievormen gecombineerd.
De keuze van de organisatievorm is afhankelijk van vele factoren. De
vakleerkracht zal op grond van de specifieke mogelijkheden op de school een
eigen keuze maken. Als kinderen nog nooit gewerkt hebben in groepjes, dan zal
dit ook opgebouwd moeten worden.
Helpen organiseren
Je merkt bij een kind dikwijls een opvallend spanningsveld: enerzijds wil het
graag ordening, structuur en herkenbaarheid, anderzijds heeft het, om zich
verder te kunnen ontwikkelen en zich prettig te kunnen voelen, een bepaalde
mate van vrijheid nodig. De behoefte aan structuur en ordening kan snel, zowel
vanuit de leerkracht als vanuit kinderen, tot minder flexibiliteit leiden. De
leerkracht wil overzicht houden en activiteiten begeleiden, zodat ze veilig
verlopen. De kinderen willen uitproberen, lol met elkaar maken of ‘stoer’ doen
voor elkaar. Een ordening van een les die vooraf helemaal door de leerkracht
bedacht is, betekent soms een grote beperking van vrijheid en
keuzemogelijkheden voor het kind. Het is de kunst vanuit een bewust gekozen
organisatie de kinderen de ruimte te gunnen om te leren meer
verantwoordelijkheid te dragen in een les. Het gaat dan vooral om het
meehelpen bij het reguleren van de activiteiten waarmee ze een bijdrage leveren
aan het welslagen van de les. Dat kan bijv. tijdens het opbouwen en klaarzetten,
het starten van de activiteiten, het op gang houden van de activiteiten en het
afsluiten en opruimen van de arrangementen. Als ze zich hiervoor
medeverantwoordelijk kunnen gaan voelen zullen ze ook de begrenzing van hun
vrijheid in de zin van ‘vrij zijn van anderen’ eerder zelf kunnen aanvaarden.
Vanuit dit oogpunt kan, binnen de verschillende genoemde organisatievormen
een goed functionerende organisatie, met een afgesproken gang van zaken, met
toenemende keuzemogelijkheden, bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor
de kinderen meer vrijheid opleveren voor de kinderen en voor de leerkracht.
Werkend met verschillende organisatievormen binnen het huidige
bewegingsonderwijs zul je als leerkracht je telkens de organisatie die jij je
voorstelt, moeten afwegen tegen de ordening en ruimte die er voor (individuele)
kinderen binnen de groep geboden worden, om in harmonie samen te kunnen
werken. Het kiezen voor en werken met bepaalde organisatievormen door de
leerkracht zal er dan ook steeds op gericht zijn de keuzemogelijkheden van de
kinderen te maximaliseren en tegelijk deze samen te reguleren.
Organiseren van een groepjesles
Een gymzaal volgebouwd met allerlei uitdagende arrangementen, waarbij de
kinderen vrij mogen kiezen welke bewegingsactiviteiten ze gaan doen, is voor
veel kinderen erg leuk, maar voor de leerkracht veel moeilijker klaar te zetten.
Tussen het gemak van de organisatie van een klassikale les en de complexiteit
van de organisatie van een vrije les, zit de organisatie van een groepjesles. Deze
4