Methodisch werken van Van Ewijk, H.
Methodiek: een vastgelegde en doordachte praktijktheorie (met een visie en
beargumenteerde theoretische uitgangspunten), waarvan methoden afgeleid
worden. Het vormt dus een basis voor het werken in een beroep, bijvoorbeeld
maatschappelijk werk.
Methode: een omschreven manier van systematisch werken om een bepaald
doel te bereiken.
Het kenmerkend verschil met de methodiek is dat een methode verbonden is
met een bepaald doel, en dat het gaat om een systematische, doelgerichte
handelwijze, die bestaat uit een handelingsmodel waar een samenhang tussen
beroepshouding, activiteiten en een reeks van technieken en instrumenten.
Instrument: een precies omschreven en voorschrijvende manier van handelen
als hulpmiddel om een doel te bereiken. Bijvoorbeeld een protocol.
Het verschil tussen een methode en een instrument is dus dat een methode het
concrete en doelgerichte handelen van de professional van een kader voorziet.
Het instrument ondersteunt de social worker hierin.
Drie hoofdfases voor methodisch werken:
1. Voorbereidingsfase
2. Uitvoeringsfase
3. Afrondingsfase
De voorbereidingsfase valt te verdelen in een aantal stappen. In de oriëntatie
fase onderzoek je vooral de concrete situatie. Je oriënteert je op al bestaande
kennis over soortgelijke situaties. Je zoekt naar vergelijkbare onderzochte
problemen, naar elders ontwikkelde projecten, aanpakken en bestaande
behulpzame methoden en instrumenten. Zo nodig oriënteer je ook op
achterliggende theorieën.
In de definitiefase ga je doelstellingen formuleren, randvoorwaarden aangeven,
mogelijke methoden en instrumenten benoemen en aangeven welke factoren
erbij betrokken zijn. Bovendien zorg je voor inbedding. Dat wil zeggen: je maakt
duidelijk hoe de doelen zich verhouden tot het bredere sociale beleid van de
gemeente, de buurt, organisatie of het netwerk van degene die hulp of
ondersteuning nodig heeft.
Formuleren doelen:
Eerste niveau (beoogde activiteiten binnen de organisatie)
Tweede niveau (het doel van een project of activiteit)
Subdoelen
De laatste fase is de ontwerpfase. In deze fase moet er goed geconstrueerd
worden. Het is van groot belang dat je weet hoe je het moet aanpakken en
waarom je het doet.
Bij de uitvoering gaat het om de toepassing van werkwijzen, methoden en
instrumenten. In de uitvoeringsfase voer je het project uit. Tegelijkertijd moet je
reflecteren en kunnen bijstellen. Daarom spreekt men van cyclisch werken: je
grijpt terug op het ontwerp en wijzigt het.
Methodiek: een vastgelegde en doordachte praktijktheorie (met een visie en
beargumenteerde theoretische uitgangspunten), waarvan methoden afgeleid
worden. Het vormt dus een basis voor het werken in een beroep, bijvoorbeeld
maatschappelijk werk.
Methode: een omschreven manier van systematisch werken om een bepaald
doel te bereiken.
Het kenmerkend verschil met de methodiek is dat een methode verbonden is
met een bepaald doel, en dat het gaat om een systematische, doelgerichte
handelwijze, die bestaat uit een handelingsmodel waar een samenhang tussen
beroepshouding, activiteiten en een reeks van technieken en instrumenten.
Instrument: een precies omschreven en voorschrijvende manier van handelen
als hulpmiddel om een doel te bereiken. Bijvoorbeeld een protocol.
Het verschil tussen een methode en een instrument is dus dat een methode het
concrete en doelgerichte handelen van de professional van een kader voorziet.
Het instrument ondersteunt de social worker hierin.
Drie hoofdfases voor methodisch werken:
1. Voorbereidingsfase
2. Uitvoeringsfase
3. Afrondingsfase
De voorbereidingsfase valt te verdelen in een aantal stappen. In de oriëntatie
fase onderzoek je vooral de concrete situatie. Je oriënteert je op al bestaande
kennis over soortgelijke situaties. Je zoekt naar vergelijkbare onderzochte
problemen, naar elders ontwikkelde projecten, aanpakken en bestaande
behulpzame methoden en instrumenten. Zo nodig oriënteer je ook op
achterliggende theorieën.
In de definitiefase ga je doelstellingen formuleren, randvoorwaarden aangeven,
mogelijke methoden en instrumenten benoemen en aangeven welke factoren
erbij betrokken zijn. Bovendien zorg je voor inbedding. Dat wil zeggen: je maakt
duidelijk hoe de doelen zich verhouden tot het bredere sociale beleid van de
gemeente, de buurt, organisatie of het netwerk van degene die hulp of
ondersteuning nodig heeft.
Formuleren doelen:
Eerste niveau (beoogde activiteiten binnen de organisatie)
Tweede niveau (het doel van een project of activiteit)
Subdoelen
De laatste fase is de ontwerpfase. In deze fase moet er goed geconstrueerd
worden. Het is van groot belang dat je weet hoe je het moet aanpakken en
waarom je het doet.
Bij de uitvoering gaat het om de toepassing van werkwijzen, methoden en
instrumenten. In de uitvoeringsfase voer je het project uit. Tegelijkertijd moet je
reflecteren en kunnen bijstellen. Daarom spreekt men van cyclisch werken: je
grijpt terug op het ontwerp en wijzigt het.