College 1 – Gezinsfunctioneren
Literatuur:
o Epstein et al. (1978): McMaster model of family functioning
o Holtom-Viesel (2014): beïnvloedt gezinsfunctioneren ontstaan van
psychopathologie (specifiek: eetstoornissen)?
o 6.3, 6.4, 6.5, 6.9 OihHG
Waarom leven we in gezinnen?
- Samen zijn = nodig voor overleving
- Pedagogische basisbehoeften (Maslow):
o Basale behoeften
o Emotionele ondersteuning
o Stimulatie
o Faciliteren van sociale ontwikkeling
o Toezicht houden op het kind: normen, waarden en regels
Wat zijn de taken voor het gezin? (Epstein artikel)
1. Basale taken
2. Ontwikkelingstaken
a. Ontwikkeling van de individuen in het gezin
b. Ontwikkeling van het gezin als geheel
3. Omgaan met challenges (Epstein: Hazardous tasks)
Gezinssysteemtheorie
Gezin van 3: 7 subsystemen
o 3 individuen (vader, moeder en kind)
o 3 dyadische subsystemen (moeder-kind, vader-kind, partnerrelatie)
o 1 triadisch subsysteem (moeder, vader en kind samen)
Gezin van 4: 15 subsystemen
o 4 individuen (vader, moeder, 2 kinderen)
o 6 dyadische subsystemen
o 4 triadische subsystemen
, o 1 heel systeem van hele gezin
Gezin van 5: 31 subsystemen
o 5 individuen
o 10 dyadische subsystemen
o 10 triadische subsystemen
o 5 tetrades (clubjes van 4)
o 1 heel systeem van hele gezin
Wat is gezinsfunctioneren?
= “het proces waardoor het gezin als geheel functioneert, met inbegrip
van communicatie en manipulatie van de omgeving voor het oplossen van
problemen”
Dimensies in gezin
Het McMaster Model beschouwt het gezinsfunctioneren in de volgende
dimensies:
- Probleem-Oplossend vermogen:
o Het vermogen van een gezin om problemen op te lossen tot
een niveau dat een effectief gezinsfunctioneren in stand
houdt.
o Instrumentele problemen zijn de mechanische problemen van
het dagelijks leven
o Affectieve problemen zijn gerelateerd aan gevoelens
o Gezinnen die moeite hebben met het oplossen van deze
problemen, functioneren het minst effectief gezinnen die
het wel kunnen, functioneren het meest effectief.
o Lijkt makkelijker dan het is
- Communicatie:
o Hoe het gezin verbaal informatie uitwisselt.
o Dit kan duidelijk en direct, duidelijk en indirect, onduidelijk en
direct en onduidelijk en indirect zijn.
o Hoe meer gebruik gemaakt wordt van onduidelijke en indirecte
communicatie, hoe minder effectief het gezin functioneert.
, o Hoe meer gebruik gemaakt wordt van duidelijke en direct
communicatie, hoe effectiever het gezin functioneert.
- Rollen:
o De herhalende gedragspatronen waarmee individuen
gezinstaken vervullen.
o Noodzakelijke gezinstaken zijn taken die herhaaldelijk gedaan
moeten worden om te kunnen functioneren als gezin
o Andere gezinstaken zijn taken die niet noodzakelijk zijn voor
het effectief functioneren van het gezin, maar die in de loop
van het leven van elk gezin, maar die in de loop van elk gezin
in meer of mindere mate aan de orde komen.
- Affectieve responsiviteit:
o Het vermogen om op een reeks (affectieve) stimuli te reageren
met een passende kwaliteit en kwantiteit van gevoelens.
o Welzijnsgevoelens worden gekenmerkt door reacties als liefde,
tederheid, geluk en vreugde, en noodgevoelens door angst,
woede, verdriet, teleurstelling en depressie.
o Hoe effectiever het gezin, hoe groter het bereik en hoe
gepaster hun reacties zullen zijn in termen van kwantiteit en
kwaliteit voor de gegeven situatie.
- Affectieve Betrokkenheid:
o De mate waarin de het gezin belangstelling toont voor de
activiteiten en interesses van de gezinsleden en deze
waardeert.
o Er zijn zes soorten betrokkenheid:
1. gebrek aan betrokkenheid
2. betrokkenheid zonder gevoelens
3. narcistische betrokkenheid
4. empathische betrokkenheid,
5. overbetrokkenheid en
6. symbiotische betrokkenheid.
Literatuur:
o Epstein et al. (1978): McMaster model of family functioning
o Holtom-Viesel (2014): beïnvloedt gezinsfunctioneren ontstaan van
psychopathologie (specifiek: eetstoornissen)?
o 6.3, 6.4, 6.5, 6.9 OihHG
Waarom leven we in gezinnen?
- Samen zijn = nodig voor overleving
- Pedagogische basisbehoeften (Maslow):
o Basale behoeften
o Emotionele ondersteuning
o Stimulatie
o Faciliteren van sociale ontwikkeling
o Toezicht houden op het kind: normen, waarden en regels
Wat zijn de taken voor het gezin? (Epstein artikel)
1. Basale taken
2. Ontwikkelingstaken
a. Ontwikkeling van de individuen in het gezin
b. Ontwikkeling van het gezin als geheel
3. Omgaan met challenges (Epstein: Hazardous tasks)
Gezinssysteemtheorie
Gezin van 3: 7 subsystemen
o 3 individuen (vader, moeder en kind)
o 3 dyadische subsystemen (moeder-kind, vader-kind, partnerrelatie)
o 1 triadisch subsysteem (moeder, vader en kind samen)
Gezin van 4: 15 subsystemen
o 4 individuen (vader, moeder, 2 kinderen)
o 6 dyadische subsystemen
o 4 triadische subsystemen
, o 1 heel systeem van hele gezin
Gezin van 5: 31 subsystemen
o 5 individuen
o 10 dyadische subsystemen
o 10 triadische subsystemen
o 5 tetrades (clubjes van 4)
o 1 heel systeem van hele gezin
Wat is gezinsfunctioneren?
= “het proces waardoor het gezin als geheel functioneert, met inbegrip
van communicatie en manipulatie van de omgeving voor het oplossen van
problemen”
Dimensies in gezin
Het McMaster Model beschouwt het gezinsfunctioneren in de volgende
dimensies:
- Probleem-Oplossend vermogen:
o Het vermogen van een gezin om problemen op te lossen tot
een niveau dat een effectief gezinsfunctioneren in stand
houdt.
o Instrumentele problemen zijn de mechanische problemen van
het dagelijks leven
o Affectieve problemen zijn gerelateerd aan gevoelens
o Gezinnen die moeite hebben met het oplossen van deze
problemen, functioneren het minst effectief gezinnen die
het wel kunnen, functioneren het meest effectief.
o Lijkt makkelijker dan het is
- Communicatie:
o Hoe het gezin verbaal informatie uitwisselt.
o Dit kan duidelijk en direct, duidelijk en indirect, onduidelijk en
direct en onduidelijk en indirect zijn.
o Hoe meer gebruik gemaakt wordt van onduidelijke en indirecte
communicatie, hoe minder effectief het gezin functioneert.
, o Hoe meer gebruik gemaakt wordt van duidelijke en direct
communicatie, hoe effectiever het gezin functioneert.
- Rollen:
o De herhalende gedragspatronen waarmee individuen
gezinstaken vervullen.
o Noodzakelijke gezinstaken zijn taken die herhaaldelijk gedaan
moeten worden om te kunnen functioneren als gezin
o Andere gezinstaken zijn taken die niet noodzakelijk zijn voor
het effectief functioneren van het gezin, maar die in de loop
van het leven van elk gezin, maar die in de loop van elk gezin
in meer of mindere mate aan de orde komen.
- Affectieve responsiviteit:
o Het vermogen om op een reeks (affectieve) stimuli te reageren
met een passende kwaliteit en kwantiteit van gevoelens.
o Welzijnsgevoelens worden gekenmerkt door reacties als liefde,
tederheid, geluk en vreugde, en noodgevoelens door angst,
woede, verdriet, teleurstelling en depressie.
o Hoe effectiever het gezin, hoe groter het bereik en hoe
gepaster hun reacties zullen zijn in termen van kwantiteit en
kwaliteit voor de gegeven situatie.
- Affectieve Betrokkenheid:
o De mate waarin de het gezin belangstelling toont voor de
activiteiten en interesses van de gezinsleden en deze
waardeert.
o Er zijn zes soorten betrokkenheid:
1. gebrek aan betrokkenheid
2. betrokkenheid zonder gevoelens
3. narcistische betrokkenheid
4. empathische betrokkenheid,
5. overbetrokkenheid en
6. symbiotische betrokkenheid.