Artikelen Gezinspedagogiek
College 1: Gezinsfunctioneren
The McMaster Model of Family Functioning – Epstein (1978)
o Meer dan 20 jaar onderzoek + klinisch werk met gezinnen
o Algemene systeemtheorie-benadering
o Structuur & organisatie & interactiepatronen van gezin beschrijven
6 dimensies van gezinsfunctioneren:
1. Probleemoplossing:
Het vermogen van het gezin om effectief problemen op te lossen zonder de
gezinsfunctie te verstoren
2. Communicatie:
De manier waarop informatie binnen het gezin wordt uitgewisseld, met focus op
de duidelijkheid en directheid van de communicatie
Hoe onduidelijker, hoe minder effectief het gezin functioneert (en vice versa)
3. Rollen:
De verdeling van verantwoordelijkheden en taken binnen het gezin, en hoe
gezinsleden hun functies vervullen
4. Affectieve responsiviteit:
Het vermogen van gezinsleden om op elkaar te reageren met passende emoties
en de juiste intensiteit.
5. Affectieve betrokkenheid:
De mate waarin gezinsleden interesse en waardering tonen voor elkaars
activiteiten en zorgen
1. Gebrek aan betrokkenheid
2. Betrokkenheid zonder gevoelens
3. Narcistische betrokkenheid
4. Empathische betrokkenheid à meest effectief
5. Overbetrokkenheid
6. Symbiotische betrokkenheid
, 6. Gedragscontrole:
De manier waarop het gezin normen en regels hanteert voor het gedrag van de
gezinsleden in verschillende situaties
1. Strenge gedragssturing (duidelijke regels, geen speling)
2. Flexibele gedragssturing (duidelijke regels, enige speling)
3. Laissez-faire gedragssturing (bijna geen regels)
4. Chaotische gedragssturing (wisselen van bovenstaande)
(7e dimensie à Algemeen Gezinsfunctioneren = globale maat voor de gezondheid of
pathologie van het gezin)
o Onderscheid tussen gezonde en ongezonde gezinnen
o Gebruikt om gezinnen te beoordelen & behandelen
o Veel gebruikt in gezinstherapie en -onderzoek
A systematic review of the literature on family functioning across all eating disorder
diagnoses in comparison to control families – Holtom-Viesel (2014)
o Doel à kwantitatief onderzoek identificeren en evalueren dat gezinsfunctioneren
vergelijkt tussen families met eetstoornissen en controlefamilies.
o Gezinsfunctioneren tussen gezinnen met eetstoornissen en controlegezinnen
vergelijken
De belangrijkste bevindingen van deze review waren:
1. Gezinnen met eetstoornissen rapporteerden over het algemeen slechter
gezinsfunctioneren dan controlegezinnen
2. Patiënten beoordeelden hun gezin eerder als disfunctioneel dan ouders
3. Moeders en dochters rapporteren meer disfunctioneren dan vaders en
broers/zussen
4. Positieve perceptie van gezinsfunctioneren à beter herstel & uitkomst
(ongeacht de ernst van de eetstoornis)
College 1: Gezinsfunctioneren
The McMaster Model of Family Functioning – Epstein (1978)
o Meer dan 20 jaar onderzoek + klinisch werk met gezinnen
o Algemene systeemtheorie-benadering
o Structuur & organisatie & interactiepatronen van gezin beschrijven
6 dimensies van gezinsfunctioneren:
1. Probleemoplossing:
Het vermogen van het gezin om effectief problemen op te lossen zonder de
gezinsfunctie te verstoren
2. Communicatie:
De manier waarop informatie binnen het gezin wordt uitgewisseld, met focus op
de duidelijkheid en directheid van de communicatie
Hoe onduidelijker, hoe minder effectief het gezin functioneert (en vice versa)
3. Rollen:
De verdeling van verantwoordelijkheden en taken binnen het gezin, en hoe
gezinsleden hun functies vervullen
4. Affectieve responsiviteit:
Het vermogen van gezinsleden om op elkaar te reageren met passende emoties
en de juiste intensiteit.
5. Affectieve betrokkenheid:
De mate waarin gezinsleden interesse en waardering tonen voor elkaars
activiteiten en zorgen
1. Gebrek aan betrokkenheid
2. Betrokkenheid zonder gevoelens
3. Narcistische betrokkenheid
4. Empathische betrokkenheid à meest effectief
5. Overbetrokkenheid
6. Symbiotische betrokkenheid
, 6. Gedragscontrole:
De manier waarop het gezin normen en regels hanteert voor het gedrag van de
gezinsleden in verschillende situaties
1. Strenge gedragssturing (duidelijke regels, geen speling)
2. Flexibele gedragssturing (duidelijke regels, enige speling)
3. Laissez-faire gedragssturing (bijna geen regels)
4. Chaotische gedragssturing (wisselen van bovenstaande)
(7e dimensie à Algemeen Gezinsfunctioneren = globale maat voor de gezondheid of
pathologie van het gezin)
o Onderscheid tussen gezonde en ongezonde gezinnen
o Gebruikt om gezinnen te beoordelen & behandelen
o Veel gebruikt in gezinstherapie en -onderzoek
A systematic review of the literature on family functioning across all eating disorder
diagnoses in comparison to control families – Holtom-Viesel (2014)
o Doel à kwantitatief onderzoek identificeren en evalueren dat gezinsfunctioneren
vergelijkt tussen families met eetstoornissen en controlefamilies.
o Gezinsfunctioneren tussen gezinnen met eetstoornissen en controlegezinnen
vergelijken
De belangrijkste bevindingen van deze review waren:
1. Gezinnen met eetstoornissen rapporteerden over het algemeen slechter
gezinsfunctioneren dan controlegezinnen
2. Patiënten beoordeelden hun gezin eerder als disfunctioneel dan ouders
3. Moeders en dochters rapporteren meer disfunctioneren dan vaders en
broers/zussen
4. Positieve perceptie van gezinsfunctioneren à beter herstel & uitkomst
(ongeacht de ernst van de eetstoornis)