1 A. Peutergroep – De Kikkers.
B. Beweegkriebels.
2.
Lekker bewegen met de kinderen, binnen, buiten, spelend ontdekken, dansen en noem maar op.
Bewegen is leuk maar ook erg belangrijk en het heeft een grote invloed op de gehele ontwikkeling
van het kind. Door leuke activiteiten te organiseren hoop je dat kinderen plezier in bewegen krijgen.
Bewegen heeft ook een positieve invloed op o.a. het tegengaan van bewegingsachterstand en
overgewicht.
Tijdens beweegspelletjes kan je ook de taalontwikkeling stimuleren door o.a. de begrippen boven,
onder, achter te benoemen en te herhalen maar ook bijvoorbeeld kleuren. De kinderen leren tijdens
spelletjes contact te maken met andere leeftijdsgenootjes (samen spelen, ruzie maken,
teleurstellingen, oplossingen bedenken en samen lachen).
Je kan beweegspelletjes klein houden maar ook groot opzetten. Je kan differentiëren in
moeilijkheidsgraad, dit is afhankelijk hoe de fijne en grove motoriek van het kind is en de algehele
ontwikkeling. Bewegen zit hem ook in de kleine activiteiten zoals verven of knutselen op die manier
bewegen de kinderen ook en ontwikkelen ze hun fijne motoriek. Bij beweegkriebels denk je niet
constant aan grote beweegactiviteiten.
Nour heeft minder plezier in bewegen, ze beweegt houterig en bij het klimmen en klauteren lijken
haar bewegingen onhandig ten opzichte van leeftijdsgenoten. Ze zal dit thema iets minder leuk
vinden omdat er veel beweegactiviteiten in voortkomen. Nour is geïnteresseerd in kleuren en daar
kan je ook activiteiten mee bedenken waardoor je haar interesse en enthousiasme trekt. Je kan Nour
cognitief uitdagen door te vragen hoe ze bepaalde activiteiten zou gaan oplossen.
Semmy heeft een goede fijne motoriek maar bij activiteiten waarbij veel drukte is zondert hij zich af.
Je kan hem hierin begeleiden door altijd in zijn zicht te zijn en hem troost te bieden als dat nodig is.
Je kan activiteiten bedenken met dieren omdat hij dieren fantastisch vindt. Activiteiten met fijne
motoriek komen ook voor in het programma waardoor er afwisseling is.
Peuters zijn volop in ontwikkeling en door veel te bewegen zorgt dat voor een goede ontwikkeling
van coördinatie en motoriek. Peuters worden handiger, leniger, krachtiger en fitter. Ik zorg dat ik
activiteiten maak die voor de peuters uitdagend zijn maar niet te moeilijk. Ik probeer de interesses
van Nour en Semmy in de activiteiten terug te laten komen. Mochten de kinderen de activiteiten te
makkelijk vinden dan kan ik differentiëren zodat het beter aansluit op de ontwikkeling.
3.
- Visie:
1; Ieder kind kan zich volop ontwikkelen naar zijn eigen mogelijkheden en bieden daarbij voldoende
uitdaging aan.
2; Wij zorgen voor steun als het moeilijker gaat en helpen het kind weer op weg.
- Werkwijze:
1; Respect hebben voor ieder kind. Dus iedereen mag blijven zoals hij is en dwing niet een kind iets te
doen.
2; Geef zelfvertrouwen aan het kind door aan te geven wat goed gaat en het talent te benoemen.
, Ondersteun als er hulp nodig is en laat dan weten dat je het waardeert dat hij zijn best doet.
- Interesses van de kinderen:
Nour; Geïnteresseerd in kleuren en creatieve werkjes zijn favoriet.
Semmy; Dieren vindt hij fantastisch en creatieve activiteiten vindt hij geweldig.
- De ontwikkeling van het beschreven kind:
Nour; haar talent is een grote woordenschat en de uitdaging is haar grovere motoriek.
Semmy; zijn talent is de fijne motoriek en de uitdaging zit hem in de taalontwikkeling.
- De gemiddelde ontwikkeling (mijlpalen) van kinderen:
Sociaal emotioneel:
Kinderen leren verderop in de peuterfase om vriendschappen te maken en te onderhouden. De
zelfbeheersing neemt toe waardoor de driftbuien minder worden. Ze zijn gevoelig voor
complimenten en kritiek.
Motoriek:
Ze leren om te tekenen (krassen) en te plakken, de hand-oog coördinatie wordt beter. De grove
motoriek wordt fijner en ze leren rennen, springen en aankleden. De houding wordt stabieler en de
bewegingen vloeiender.
Cognitief:
Ze krijgen inzicht in afbeeldingen, symbolen, getallen en woorden. Ze krijgen een idee van oorzaak en
gevolg. De denken nog in symbolen -> ze maken bijvoorbeeld een tent van lakens. Het geheugen
wordt beter waardoor ze verhalen kunnen vertellen (bij de oudere peuters).
Taal:
Ze begrijpen vaak eenvoudige vragen en aanwijzingen. Ze proberen zelf zinnen te maken wat vooral
met 3 woorden zal zijn. Verder op in de peuterfase worden de zinnen langer en waarbij er ook
vragende zinnen gevormd worden.
Creatieve ontwikkeling:
Fantasie en werkelijkheid zijn nog moeilijk te onderscheiden van elkaar. Ze hebben nog een groot
vermogen om te fantaseren, te ontdekken en te dromen waardoor ze zelf bedenken hoe iets moet of
kan (anders dan dat ze geleerd hebben). Ze leren zelf nog na te denken waardoor de eigen
creativiteit naar boven komt.
4.
De kinderen van peutergroep De Kikker kunnen in de middag na de activiteit aangeven dat de
activiteiten van het thema beweegkriebels leuk zijn. De (beweeg)activiteiten worden aangepast in
moeilijkheidsgraad op het ontwikkelingsniveau van het kind.
5.
Nour: Nour zegt na twee weken dat de beweegactiviteiten leuk zijn en je ziet haar minder houterig
bewegen met de activiteiten vergeleken met twee weken terug, door de beweegactiviteiten de
differentiëren op haar niveau en haar interesses.