John Bowlby was een Britse Psychiater. Bowlby is bekend geworden van door zijn theorie over
hechting tussen opvoeders en kinderen. Een goede hechting is de basis voor de hele ontwikkeling
van een kind en de mate waarin een kind relaties kan opbouwen met anderen.
Onder hechting verstaan we de emotionele, affectieve en duurzame band tussen ouder en kind. Voor een kind
betekent dit dat hij troost en nabijheid vindt bij zijn ouder, vooral als hij bang, gespannen of verdrietig is.
Hechting
Voor een goede sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind is het belang dat het kind veilig
gehecht is. De basis hiervoor wordt al vroeg gelegd, namelijk in het eerste levensjaar.
Veilige hechting
Een kind dat het gevoel heeft dat er op zijn signalen gereageerd wordt, voelt zich veilig en beschermd
en ontwikkelt zelfvertrouwen. Hij weet dat hij altijd kan terugvallen op zijn veilige basis.
Onveilige hechting
Als een opvoeder niet adequaat of passend reageert op de signalen van het kind, voelt een kind zich
niet gehoord of gezien. Een kind kan zich daardoor onveilig gaan voelen waardoor een onveilige
hechting ontstaat.
Verschillende redenen;
Dit kunnen factoren van het kind zelf zijn zoals;
- Vroeggeboorte
- Aangeboren afwijking
- Aanleg
- Temperament
Ook ouderfactoren en omgevingsfactoren kunnen van invloed zijn op de hechting, bijvoorbeeld;
- (postnatale) depressie van de moeder
- Verslavingsproblematiek
- Een scheiding
- Armoede
- Ouders die zelf als kind onveilig gehecht zijn
Als een kind onveilig gehecht is, zal dit invloed hebben op zijn zelfbeeld, zelfvertrouwen en gevoel
van veiligheid. Een onveilig gehecht kind zal op latere leeftijd een gevoel van ‘leegte’ ervaren.
, Psycholoog Mary Ainsworth, student van Bowlby, heeft de theorie van Bowlby verder uitgewerkt. Zij
deed onderzoek naar de wisselwerking (interactie) tussen opvoeders en kinderen en ontwikkelde de
zogenoemde vreemde-situatietest. Dit is een observatiemethode om de hechtingsstijl van kinderen
van één jaar vast te stellen. Tijdens de observatie wordt de interactie tussen een kind en zijn moeder
en een kind en een andere (vreemde) volwassene bestudeerd.
Op basis van haar observaties formuleerde Ainsworth een aantal hechtingsstijlen.
- Veilige hechting – Evenwicht bij het kind tussen nabijheid zoeken met de ouder en exploratie
- Het kind voelt zich beschermd en geliefd en heeft bij afwezigheid van de ouder/verzorger
het vertrouwen dat deze snel terugkomt.
- Vermijdende hechting – Minimaal contact tussen ouder en zijn kind - Het kind vermijdt het
contact met de ouder, omdat hij geleerd heeft dat de ouders hem structureel afwijzen,
verwaarlozen of niet reageren.
- Ambivalente hechting – Maximaal contact tussen ouder en kind - Het kind blijft dicht bij zijn
ouder, omdat hij onzeker is over hoe en of de ouder reageert.
- Gedesorganiseerde hechting – Combinatie van een vermijdende en een ambivalente
hechting - Bij deze hechtingsstijl voelt een kind zich machteloos in het contact met zijn ouder
en heeft geleerd dat het contact met zijn ouder onvoorspelbaar is en bij vlagen zeer
beangstigend en zelfs gevaarlijk.