Natuur: Biologisch, in de genen, aangeboren.
Cultuur: Sociaal, in de opvoeding en aangeleerd, gedeeld, flexibel (kan vanuit culturele waarden en
normen bewust/onbewust worden aangepast door nieuwe ervaringen op te doen en te leren).
Definitie cultuur: Complexe geheel van kennis, geloof, kunst, moraal, wetten, gebruiken en
gewoontes die door de mens worden verworven als lid van een samenleving.
- Cultuur is naast erfgoed en kunst ook het alledaagse leven, dus alles wat je doet, zegt,
gebruiken, gewoontes, kennis en hoe je dit uit.
- Cultuur is alleen voor mensen en is door de mens gemaakt.
- Bestaat alleen in groepsverband, maak je samen met behulp van waarden en normen.
Waarden
Waarde: Ideaal of principe dat je belangrijk vindt in het leven en dat je nastreeft; Eerlijkheid,
betrouwbaarheid, gelijkheid, respect.
Waarde zijn dingen die we belangrijk vinden, normen zijn de manier waarop we die waarden
naleven.
Waarden zijn vooral persoonlijk maar ook sociaal en cultureel bepaald: Christelijke gemeenschap
naastenliefde en in het leger respect en gehoorzaamheid.
Normen
Norm: Een zelfopgelegde regel die voorschrijft hoe mensen zich behoren te gedragen, komen voort
uit waarden; Niet liegen = eerlijkheid, bij een aardbeving de trap gebruiken ipv de lift = veiligheid.
Normen zijn ook sociaal en cultureel bepaald:
China: Hard boeren na het eten --> Respect en waardering.
Japan: Buigen bij een begroeting --> Beleefdheid.
Nederland: Hand schudden bij begroeting --> Beleefdheid.
Helden
Een held is meestal cultuurgebonden.
Kenmerken van een held:
1. Bijzonder: Is niet als iedereen.
2. Zelfstandig overtreffend: Bereikt zelf iets en gaat verder dan normaal.
3. Bemind: Is geliefd en maakt u emotioneel.
4. Versterkend: Straalt kracht uit en steekt daarmee anderen aan.
5. Zelfsturend: Staat zijn mannetje.
Alledaagse helden: Mensen die iets belangrijks voor iemand anders hebben gedaan:
1. Professionele held: Brandweerman die een gezin uit een brandend huis red.
2. Levenslange held: Iemand die zijn leven wijdt aan de opvang van weeskinderen.
3. Situationele held: Een leerling die opkomt voor een klasgenootjes bij een pesterij.
, Volkshelden/cultuurhelden:
1. Robin hood.
2. Hercules.
Persoonlijke helden: Iemand die in je ogen iets goed voor je heeft gedaan.
Sporthelden.
Heldendaad: Datgene dat iemand heeft gedaan om tot een held genoemd te kunnen worden.
Heldendaad dat voor iemand spirituele of religieuze betekenis heeft:
1. Confucius.
2. Boeddha.
Heldendaad in het belang van de samenleving = een sociale heldendaad:
1. Mahatma Gandhi.
2. Nelson Mandela.
3. Che Guevara.
Rituelen en symbolen.
Een ritueel is:
1. Formeel: Bijvoorbeeld een formele plechtigheid om afscheid te nemen van een dierbare met
specifieke kleur kleding en eventueel een zwarte band.
2. Gestileerd: Met typische symbolen en gedragingen als voorbeeld bij een begrafenis een kist
en bloemen op het graf.
3. Zich herhalend: Bijvoorbeeld dat bij iedere overledene een begrafenisritueel is.
4. Plaats- en tijdgebonden: Bijvoorbeeld dienst vindt plaats op een afgesproken plaats en tijd.
5. Verbonden met het sociale: Bijvoorbeeld bij de dienst komen vrienden/kennissen/familie
van de overleden samen om te rouwen.
Rituelen worden vaak uitgevoerd voor speciale gelegenheden of mijlpalen, zijn vaak
cultuurgebonden dus voor iedereen anders.
Voorbeelden van rituelen in andere landen:
India: Cadeaus worden vaak zonder blijk van waardering aangenomen en niet gelijk
uitgepakt, dit omdat het in deze cultuur gaat om de relatie met de persoon en niet om het
cadeau zelf.
Jodendom: Op 13-jarige leeftijd uit de Thora lezen, zodat je niet meer een jongetje bent
maar bij de gemeenschap hoort.
Bolivia: Op 15-jarige leeftijd een groot feest met een jurk, linten, sieraden met het ritueel
met 15 kaarsen en het trekken aan de linten dit is een ritueel naar volwassenheid.