Hoofdstuk 1: Organisaties
1.1 Voedsel overgedragen ziekten
“Wat is veterinaire volksgezondheid?” Het voorkomen van zoönosen, de rol van de
dierenarts in ‘one health’ (= interactie milieu, mens, dier).
Meer dan 200 ziekten worden via voedsel naar de mens overgedragen, dit door micro-
organismen én chemicaliën, radioactieve stoffen en fysische gevaren. Dit kan korte en lange
termijn ziekten geven en soms erge consequenties zoals leverfalen, neuronale stoornissen,
septicemie, sterfte, …. Soms zijn de gevolgen erger bij YOPI’s.
1 op de 10 mensen wordt jaarlijks ziek door een voedsel overgedragen ziekte. 420 000
mensen sterven hier jaarlijks van (vooral kinderen). De ziektelast (DALY) = het aantal
verloren gezonde jaren door vroegtijdige sterfte. De veroorzakende pathogenen zijn EPEC,
Salmonella, ETEC, Campylobacter en vooral Taenia solium. Vooral Afrika en Zuid-oost Azië
worden getroffen.
Diarreeziekten zijn verantwoordelijk voor de helft van de ziektelast van voedsel
overgedragen ziekten (230 000 doden jaarlijks). Vooral Norovirus en Campylobacter zijn
verantwoordelijk voor de meeste gevallen. Ook Hepatitis A, Salmonella, Taenia solium, …
spelen een rol.
In Europa worden 23 miljoen mensen jaarlijks ziek door voedsel overgedragen ziekten en
sterven er 5000 mensen (vooral kinderen). Ook hier zijn diarreeziekten meestal
verantwoordelijk (Norovirus en Campylobacter).
Op deze grafiek worden het aantal uitbraken in
Europa in het lichtblauw weergegeven en het aantal
uitbraken in België in het donkerblauw. Tijdens de
Covid-periode waren er minder meldingen,
aangezien men minder naar de dokter ging, minder
op restaurant ging (dus dan was er ook een echte
daling), ….
Het verzamelen van data bij uitbraken gebeurt niet in elk land even goed. Men spreekt in
België ook al van een uitbraak als er twee personen betrokken zijn, waarbij de grens in
andere landen mogelijks hoger ligt moeilijk vergelijkingen maken tussen landen.
Het overgrote deel van uitbraken komt door voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. In
voedsel zit ook vaak water, dat gecontamineerd kan zijn en dus een bron kan zijn. Vaak vindt
men de bron van de uitbraak niet meer terug. Dit komt omdat veel voedingsmiddelen al
opgebruikt zijn eens de persoon naar de dokter gaat. De dokter zal ook vaak aan een virale
oorzaak denken als een persoon diarree heeft, verder onderzoek gebeurt dus zelden.
Wanneer men wel verder onderzoek doet, is het niet altijd zeker dat de oorzaak gevonden
wordt.
In België spreekt men van collectieve voedsel toxi-infecties (CVTI’s) als twee of meer
personen gelijkaardige symptomen vertonen en er een waarschijnlijk oorzakelijk verband is
1
,met eenzelfde voedselbron. Slechts in 6 gevallen was er een sterke aanwijzing dat voeding
aan de oorzaak lag van de uitbraak. Er is vaak een onderschatting door diagnostische
problemen, verbanden worden niet gelegd, geen melding, te milde symptomen zonder
rapportering. CVTI’s komen vooral voor/worden vooral gemeld uit in het huishouden, de
horeca en take-away. De meldingen komen van hier, maar de bron komt niet perse van hier.
Bij een uitbraak moet de bron (bv. eieren) teruggehaald worden + terugroepen uit de
winkels. Er moet dus juist getraceerd worden uit welke batch eieren dit komt. Hoe fijner er
getraceerd wordt, hoe minder er terug geroepen moet worden. Voor chocolade moet er wel
veel terug geroepen worden, omdat het vaak om veel cacaobonen gaat.
Slachthuis zonder koeling, contact met de buitenwereld, insecten, vuil,
oneffen vloeren die niet te reinigen zijn.
Kip aanraken met vuile handen (handschoenen, maar vooral propere
handen van belang!), geen koeling, insecten.
Geen beschermende kledij, huisdieren, karkassen in aanraking met de
vloer, contaminatie met ingewanden, vuile recipiënten.
Melk wordt gedronken zonder verhittingsproces, geen hygiëne, geen
controle op ziekten.
Veterinaire volksgezondheid gaat niet enkel om voedselveiligheid, maar ook om alles wat de
dierenarts kan betekenen voor de gezondheid van de mens (dierproductie, voldoende en
variatie in voeding, import van dieren (rabiës), …).
Het aantal YOPI’s neemt toe + er is steeds een economische impact (risico van zaken van de
markt te halen = economisch verlies).
FAVV: BMO-dierenartsen, administratie, inspecteur, management, risicobeoordeling, ….
1.2 Wie speelt er een internationale rol?
① WHO (World Health Organization): hun hoofddoel is het voorzien van een betere,
gezonde toekomst voor alle mensen van de hele wereld. Dit pakken ze aan door vaccinatie,
richtlijnen, preventie, coördinatie, toegang tot zorg en medicatie, met focus op YOPI’s. Hun
2
,doelen zijn verder dat meer mensen een gezondheidsverzekering hebben, ziekten beter
bestreden worden, er veilige lucht is, veilig voedsel en drinken is, …. Ze noemen zichzelf “the
the global guardian of public health”.
‘The Triple Billion targets’ stelt hun doel vast = “Our goal is to ensure that a billion more
people have universal health coverage, to protect a billion more people from health
emergencies, and provide a further billion people with better health and well-being.”
Met deze kaart tonen ze aan hoeveel gezonde jaren mensen
in een bepaald land hebben. Hoe donkerder, hoe beter.
Het hoofdbureau bevindt zich in Genève, maar ze hebben ook nog vele lokale bureaus.
De WHO heeft een dirigerende en coördinerende autoriteit betreffende de internationale
gezondheid in de Verenigde naties door een leiderschap in gezondheid gerelateerde zaken;
ze stellen een onderzoeksagenda op (verspreiding van kennis men wil investeren in
onderzoek gestimuleerd door de WHO); ze stellen normen en standaarden op; geven policy
(= wetenschappelijk beleid) gebaseerd op ethiek en bewijs; geven technische steun
(capaciteit opbouwen voor een goed gezondheidssysteem in verschillende landen); ze
monitoren de globale gezondheidssituatie (uitbraken en risico’s beoordelen).
De WHO heeft zes prioriteiten voor het bereiken van de nieuwe Sustainable Development
Goal for health:
- Vooruitgang in het bereiken van universele gezondheidszorg = toegang tot geneeskunde +
financiële bescherming bij ziekte + landen helpen om dit te bereiken.
- Bereiken van Sustainable Development Goals (SDG): focus op gezondheid van moeder en
kind, HIV, malaria, TB, polio eradicatie, …. De WHO draagt bij aan het opbouwen van een
sterk, efficiënt en duurzaam gezondheidssysteem, voor iedereen. De SDG heeft 17 doelen om
tegen 2030 een betere wereld te hebben.
- Werken aan niet-overdraagbare ziekten, mentale gezondheid, geweld, verwondingen,
handicap. De WHO promoot het prioritair maken van niet-overdraagbare ziekten, en ervoor
te zorgen dat de landen een antwoord klaar hebben = coherente, multisectoriële respons op
globaal, regionaal en nationaal niveau. Niet-overdraagbare ziekten, verwondingen en geweld
zijn verantwoordelijk voor 70% van globale sterfte. Er wordt dus te weinig aandacht aan
besteed.
- Verzekeren dat alle landen acute gezondheidsrisico’s/bedreigingen kunnen detecteren en
op een juiste manier reageren, volgens de International Health Regulations. Preventie van,
bescherming tegen, controleren van, respons tegen internationale verspreiding van ziekten
die een belangrijke impact kunnen hebben op de volksgezondheid, zonder onnodig te
interfereren met de internationale transport en handel. De WHO zal hierbij landen steunen
om deze systemen op te stellen, zodat ze op een efficiënte manier kunnen reageren bij
uitbraken van deze ziekten.
- Stijging van de toegang tot kwalitatieve, veilige, en betaalbare medicatie, vaccins,
3
, diagnostische testen etc. De WHO blijft druk zetten voor verbeterede toegang, steunt nieuwe
technologieën, lokale productie en kwaliteit.
- Socio-economische en omgevingsdeterminanten van gezondheid aanpakken om
gezondheid en onevenwichten binnen en tussen landen te verkleinen (voedselveiligheid en
voeding). Om de gezondheid en de gezonde levensverwachting te doen stijgen, moeten ook
andere factoren aangepakt worden die een impact hebben (afhankelijk van de context). De
WHO zal ook de andere sectoren hierbij betrekken: determinanten bepalen, gelijkheid
promoten.
De WHO en FAO hebben INFOSAN ontwikkeld = International Food Safety Authorities
Network. Op deze manier kan snel informatie uitgewisseld worden en snel actie
ondernemen.
De WHO voert ook studies om zo richtlijnen en adviezen te kunnen publiceren, bv. het SPS en
Codex Alimentarius (zie later, linken leggen!).
② WOAH (World Organisation for Animal Health): vroeger OIE genoemd. Het heft een
hoofdbureau maar ook weer verschillende bureaus in verschillende landen. Hier spreken we
van de World Assembly of Delegates, in België de Chief Veterinary officer (CVO).
Het hoofddoel is om dieren te beschermen en onze toekomst veilig te stellen. Ze leveren
informatie en diensten welzijn van dieren verbeteren + minimaliseren van geassocieerde
gevaren voor de volksgezondheid. Ze beschermen ook de omgeving = one health.
- Internationale standaarden voor diergezondheid (en dierlijke producten) en welzijn:
opgesteld door experten. Erkend door WTO (SPS): wereldhandel van dieren en dierlijke
producten veilig stellen.
- Betrouwbare informatie over dierziekten, wereldwijd delen: WAHIS (zie later).
- Verzamelen, analyseren en disseminatie van veterinaire wetenschappelijk informatie,
wereldwijd: wereldwijd netwerk van expertise.
- Solidariteit voor een betere controle van dierziekten: verbeterde nationale
diergezondheidssystemen: verbeteren van wettelijk kader en middelen van nationale
veterinaire diensten.
Een belangrijk onderdeel van het WOAH zij de codes en manuals. Dit zijn verzamelingen van
standaarden, richtlijnen en adviezen die door overheden gebruikt worden om hun systeem
op te stellen en dierziekten te controleren + voor import/export van dieren(producten)
zonder verspreiding van ziekten. Veel van deze standaarden worden geïmplementeerd in de
Europese wetgeving.
Terrestrial Animal Health Code:
Volume I is heel algemeen over diagnose, surveillance, preventive, controle, import/export,
certificatie, voedselveiligheid, ….
Volume II is ziekte-specifiek voor de OIE ‘listed diseases’. Als een ziekte op de OIE lijst staat
(= listed disease), dan zijn leden verplicht om de ziekte aan te geven. Dit helpt om
verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Als een ziekte aangifteplichtig wordt, heeft het
echter veel consequenties voor dat land, want het moet dan opgevolgd worden. Daarom
komt niet elke ziekte op de lijst. Wat bepaalt of een ziekte op de lijst komt: internationale
4