BELGIË?
1.GESCHIEDENIS(SEN) VAN BELGIË?
Henri Pirenne – ‘Histoire de Belgique’: nationalistische geschiedschrijving
- Wil het bestaan van de Belgische Staat ‘bewijzen’ -> zoekt de wortels in de ME
- Hij situeert de onstaansgeschiedenis van België in de Zuidelijke Nederlanden
Els Witte – ‘Politieke geschiedenis van België’: politieke insteek
- Politieke conflicten tussen communautaire groepen
- De geschiedenis van België start in dit werk in 1830 met de onafhankelijkheid
van België
Er zijn dus meerdere geschiedenissen van België mogelijk
Welke geschiedenis in deze cursus?
- Uitgangspunt: breuklijnen
o Concept uit de politieke wetenschappen
o Seymour Lipset en Stein Rokkan (1967)
BL arbeid – kapitaal => de sociaaleconomische BL
BL kerk – staat => de levensbeschouwelijke of religieuze BL
BL stad – platteland
BL-centrum – periferie
o Introductie in België door o.a. Luc Huyse
o Toepassing op geschiedenis van België door Witte, Craeybeckx, Meynen
- Met nieuwe accenten:
o Interactie met transnationale processen
o Nationaal: constructivisme, gender, geheugen
2.DRIE TRADITIONELE BREUKLIJNEN
2.1. DE LEVENSBESCHOUWELIJKE BREUKLIJN
De BL waarop België ontstaat, meest dominante BL doorheen de 19de eeuw
De Belgische Staat ontstaat als een liberale staat gebaseerd op liberale vrijheden
(godsdienst, onderwijs, …) => gelaïciseerde staat
Toen nog een heel katholieke staat (Zuidelijke Nederlanden onder Spanje -> hele
lange katholieke voorgeschiedenis) => grote macht van de katholieke kerk in de SL
Ancien regime: scheiding kerk en staat -> daarvoor: kerkelijke en wereldlijke macht
sterk verbonden
, Conflict: katholieken en liberalen maken elk een eigen interpretatie van
vrijheden in de grondwet (bv over onderwijs)
2.2. DE SOCIAAL-ECONOMISCHE BREUKLIJN
Strijd tussen arbeid en kapitaal in de 19de eeuw (Marx) -> proletariaat <-> patronaat,
werkgevers, patroons
Intensivering van deze strijd vanaf de vereniging van het proletariaat in een
arbeidersbeweging, een socialistische partij
- Voeren strijd voor rechten van de arbeiders, betere werkomstandigheden,
stemrecht, …
- Stakingen, betogingen worden brutaal neergeslagen door politie en leger,
fabrieken worden opgeblazen als manier van sabotage
20ste eeuw: sociaal overleg tussen de verschillende sociale partners => flexibilisering
van de arbeidsmarkt, regeling voor ontslag, delokalisatie van bedrijven, koppeling van
de lonen aan een index, …
2.3. DE COMMUNAUTAIRE BREUKLIJN
19de eeuw: rijkdom gelokaliseerd, geconcentreerd in Wallonië
Ommekeer in de jaren ’60: economisch zwaartepunt in Vlaanderen
Vlaamse beweging gaat ijveren voor meer rechten voor Nederlandstaligen en
erkenning van het Nederlands als officiële bestuurstaal
Komt in de 20ste eeuw op de voorgrond, WOI als belangrijk versnellend punt
3.NIEUWE BREUKLIJNEN SINDS JAREN 1960
Nieuwe sociale bewegingen, one-issue-partijen
Postmaterialistische breuklijn, ecologische breuklijn, etnische breuklijn
Nieuwe thema’s enten zich op oude breuklijnen -> dynamisch
4.BREUKLIJNEN: CONFLICT EN POLARISATIE
Een van de hoogtepunten van zo’n conflict, quasi burgeroolog: de koningskwestie
(1950)
Houding Leopold III tijdens de oorlog: capitulatie, weigert met parlement in GB te
overleggen, ‘flirt’ met de führer
- Twee kampen bij de bevrijding: anti-leopoldisten tegenover koningsgezinden
- Zowel communautair (Vlaandern <-> Wallonië) en levensbeschouwelijk
(katholiek <-> lilberalen, socialisten, communisten)
Volksraadpleging -> Leopold III doet troonsafstand en Boudewijn wordt op 18-jarige
leeftijd koning van België
,5.EEN GESCHIEDENIS VAN BELGIË
Niet ‘de’….
Door de bril van de breuklijnen
Kritische geschiedschrijving =/= canoniek verhaal
1. BELGIË AVANT LA LETTRE
1.DE ‘OUDE BELGEN’
Ambiorix: leider van de Belgae
“Horum omnium fortissimi sunt Belgae”
’S lands glorie: prentboekjes over de Belgische geschiedenis
- De Oude Belgen zijn heel lang deel geweest van de schoolboeken
- Communautaire kwestie hier: Morinen (Vlamingen) <-> Trevieren (Walen)
o Men suggereert hier een verhaal dat er in deze tijd 2 groepen waren die
nu vandaag nog te herkennen zijn
o Stereotiepe kenmerken (bv de Trevieren roken hammen -> typisch Waals)
o Men legitimeert het heden met een imaginair verleden
2.DE ROMEINSE STEMPEL
Europese instellingen en beschaving (recht, politiek, cultuur, godsdienst,
infrastructuur, …)
- Gallo-Romeinse beschaving laat zijn sporen na
- Romeins recht als belangrijke rechtsbron voor privaatrecht
- Grenzen
- Christendom als staatsgodsdienst -> basis van feodaliteit
‘Onze gewesten’ liggen in Romaans-Germaans grensgebied
, 3.DE MIDDELEEUWEN (500-1000) EN HET ONTSTAAN VAN
HET ANCIEN REGIME
3.1. MEROVINGEN EN KAROLINGEN
Romeinse Rijk valt door Germaanse volksverhuizingen
Merovingen o.l.v. Clovis -> Clovis laat zich dopen: samenspel christendom en staat,
christendom cruciaal in politieke legitimering
Karolingen o.l.v. Karel de Grote
- Karel de Grote wordt gekroond door de paus
- Kerngebied van het Frankische Rijk (paars gebied) = het Middenrijk (tussen rode
grenslijnen) is heel belangrijk
3.2. DE FEODALE MACHTSSTRIJD
Belang van maatschappelijk systeem van feodaliteit in het Frankische Rijk
- Feodaal systeem met koning die bron is van alle macht
o Onder hem staan vazallen, leenheren en leenmannen aan wie ze
gebieden in leen geven en die daarvoor belastingen betalen
o Hiërarchische structuur
- Introductie van de standenmaatschappij met de drie standen
o Clerus
o Adel en grootgrondbezitters
o De derde stand (90% van de bevolking): boeren, ambachtslieden,
arbeiders
- In de steden ontstaat een nieuwe groep binnen de derde stand die snel veel
macht verwerft: rijke handelaars in de steden
o Steden groeien uit tot belangrijke kernen van financiël
handelsbetrekkingen
o Nemen deel aal vormen van wereldhandel en kolonisatie
o Nieuwe dynamiek: komen in verzet tegen vorsten en heersers om eigen
onafhankelijkheid af te dwingen, te protesteren tegen hoge belastingslast,
….
3.3. HOE VERLIEP DE POLITIEK-TERRITORIALE MACHTSSTRIJD
Diverse politieke territoria, leenrechtelijk
verbonden met de Franse koning en de Duitse
keizer
De Schelde vormde een grens tussen de twee
territoria