Restorative Justice Samenvatting
Hoorcollege 1
Herstelrecht (restorative justice) biedt een alternatieve kijk op criminaliteit. Het beschouwt criminaliteit niet als enkel een
schending van de wet die bestraft moet worden, maar als een schending van personen en relaties tussen mensen, die
herstel behoeft. Kernidee: Criminaliteit = relationeel conflict dat om herstel vraagt, niet enkel om straf.
Herstelrecht herdefinieert wat we onder criminaliteit en conflicten verstaan, en stelt vanuit die visie ook een andere
manier van reageren voor.
Herstelrecht is gestart als een ontwikkeling in het domein van strafrecht. Als een reactie op tekortkomingen in de
bestaande strafrechtsbedeling, denk aan:
● Strafrecht koloniseert conflicten
In plaats van conflicten te beschouwen als persoonlijke of sociale gebeurtenissen tussen betrokkenen, neemt
het strafrecht het conflict over. Slachtoffers en daders worden vaak passieve toeschouwers van hun eigen
verhaal, terwijl rechters, advocaten en het Openbaar Ministerie de leiding nemen. Hierdoor verliezen mensen de
regie over hun eigen ervaring en oplossing van het conflict.
● Straffen lossen het gedrag niet op
De focus op vergelding of het afstraffen van de dader leidt zelden tot gedragsverandering. Gevangenisstraf
werkt vaak verhardend en desoriënterend, en biedt weinig tot geen ruimte voor zelfinzicht of herstel. In veel
gevallen blijkt detentie eerder schadelijk en stigmatiserend, wat herhaling van het gedrag (recidive) juist in de
hand kan werken.
● Weinig tot geen aandacht voor het slachtoffer
In het klassieke systeem staat vooral de dader centraal: is hij/zij schuldig en zo ja, wat is de passende straf? Het
slachtoffer komt er bekaaid vanaf en wordt vaak niet of nauwelijks gehoord. Er is weinig ruimte voor emoties,
herstel van schade of erkenning van leed.
● Juridisering vervreemdt het conflict
Een conflict wordt vertaald naar juridische termen en formele criteria. Bijvoorbeeld: een diefstal wordt enkel
bekeken als een 'wetsovertreding', niet als een gebeurtenis met persoonlijke impact. Deze abstractie van de
werkelijkheid zorgt ervoor dat de ervaringen, gevoelens en onderliggende oorzaken van het conflict buiten
beeld blijven.
Gaandeweg ontwikkelde het herstelrecht ook in andere contexten: civiele recht/aansprakelijkheidsrecht, civil society
(scholen, wijken en steden) en omgaan met groot onrecht uit het verleden (dictatoriale regimes Latijns-Amerika,
apartheidsregime Zuid-Afrika of kolonisatie).
Het herstelrecht is beïnvloed door diverse bronnen die een andere kijk bieden op conflict, straf en herstel:
● Victimologisch onderzoek: Legt de nadruk op de ervaringen, noden en herstelbehoeften van slachtoffers.
● Inheemse conflictmechanismen: Traditionele praktijken bij onder andere Aboriginals richten zich op dialoog,
gemeenschap en herstel in plaats van straf.
● Historische Europese modellen (pre-ancien régime): Voor de opkomst van het moderne strafrecht werd
conflictoplossing vaak lokaal en herstelgericht geregeld, met actieve betrokkenheid van de gemeenschap.
● Religieuze waarden: Grote religies benadrukken thema’s als vergeving, verzoening en herstel van relaties.
● Op daders gerichte theorieën, zoals Reintegrative Shaming (Braithwaite):
○ De re-integratieve shaming-theorie van John Braithwaite stelt dat strafrechtelijke bestraffing zich
moet richten op het afkeuren van het gedrag van de dader, zonder de persoon zelf uit te sluiten. Door
schaamte op een constructieve manier te gebruiken, kan de dader weer in de samenleving worden
opgenomen in plaats van gestigmatiseerd te worden.
○ Ter illustratie:
Een jongere die graffiti op schoolmuren heeft gespoten, wordt uitgenodigd voor een herstelgesprek
met de schoolleiding, ouders en medeleerlingen. Tijdens het gesprek wordt zijn gedrag nadrukkelijk
afgekeurd, maar hij krijgt ook de kans om zijn excuses aan te bieden, etc. De boodschap: “Wat je deed,
was fout – maar jij bent geen slecht mens. We willen je helpen om het goed te maken en je plek hier te
behouden.”
Herstelrecht wordt langzamerhand al geïnstitutionaliseerd/vastgelegd: praktijken, modellen, wetgeving en erkend en
gesubsidieerde diensten door de overheid. Alsnog is er beperkte bekendheid en erkenning.
1
,Restorative Justice Vrije Universiteit Amsterdam 2025
Herstelrecht vertrekt vanuit een holistische en relationele visie op mens en samenleving. In plaats van de mens te zien als
een losstaand individu, wordt gekeken naar hoe mensen verbonden zijn met elkaar en met hun omgeving.
● Holistisch mensbeeld:
Mensen worden gezien als unieke individuen die altijd in relatie tot anderen staan. We maken deel uit van een
groter sociaal en moreel netwerk: familie, vrienden, buurt, samenleving. Wat iemand overkomt, raakt vaak ook
anderen.
● Relationeel denken:
De mens wordt gezien als een knooppunt van relaties. Dat betekent dat gedrag—zeker schadelijk
gedrag—nooit geïsoleerd is, maar altijd gevolgen heeft voor anderen in dat netwerk.
● Rimpelwerking van schade:
Wanneer iemand schade berokkent, zoals bij een misdrijf, raakt dat niet alleen het slachtoffer, maar ook de
familie, vrienden, collega’s, en zelfs de dader zelf. Het veroorzaakt een soort rimpeling in het sociale weefsel
● Herstel van balans in het netwerk:
Herstelrecht wil niet alleen de directe schade herstellen, maar ook de verstoorde relaties opnieuw in balans
brengen. Dat kan via dialoog, erkenning, vergeving, of praktische afspraken. Het doel is herverbinding en
evenwicht creëren in plaats van enkel straffen.
Binnen het strafrecht vormt herstelrecht een derde pijler, naast:
1. Retributie (vergelding)
2. Re-socialisatie (herintegratie)
3. Herstel
Uitbreiding naar toepassingen buiten het strafrecht:
● In andere rechtsdomeinen: privaatrecht, …
● In civil society: scholen, buurten, restorative cities
● Bij grootschalige conflicten
De labellingstheorie stelt dat misdaad niet alleen gaat over wat iemand doet, maar vooral over hoe de samenleving op dat
gedrag reageert. Wat als "crimineel" wordt beschouwd, is dus niet objectief, maar afhankelijk van tijd, plaats en sociale
normen.
● Misdaad is een etiket (label):
Een handeling wordt pas als ‘misdaad’ gezien wanneer die zo gelabeld wordt door de samenleving, media of
justitie. Dat betekent dat hetzelfde gedrag in een andere tijd of cultuur misschien helemaal niet als crimineel
wordt gezien.
● Tijds- en contextgebonden:
Wat vroeger strafbaar was (zoals homoseksualiteit of bepaalde politieke meningen), is dat nu vaak niet meer. De
grenzen van wat als misdaad telt verschuiven dus mee met maatschappelijke normen.
● Stigmatisering:
Als iemand eenmaal gelabeld wordt als "crimineel", kan dat een blijvend negatief effect hebben op iemands
zelfbeeld en positie in de samenleving. Het label werkt als een soort sociale stempel die moeilijk af te schudden
is.
● Self-fulfilling prophecy:
Door stigmatisering kan iemand zich gaan gedragen naar het label dat hem is opgeplakt. Je wordt uitgesloten,
bekeken als ‘probleem’, en je krijgt minder kansen, waardoor je juist verder afglijdt. Het systeem reproduceert
dan het probleem in plaats van het op te lossen.
- De literatuur van deze week is hieronder verwerkt -
Herman Bianchi
➔ Herman Bianchi was een belangrijke voorvechter van herstelrecht, en zijn ideeën
kwamen sterk voort uit zijn eigen ervaringen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog
was hij opgesloten in Kamp Amersfoort, waar hij zelf ondervond wat het betekent
om gevangen te zitten. Bianchi pleitte voor een alternatief strafrecht dat zich niet
richtte op vergelding of bestraffing, maar op herstel en verzoening. Hij vond dat
gevangenisstraf geen echte genezing bracht voor de schade die door misdrijven
werd aangericht.
➔ Bianchi stelde voor dat misdrijven vooral conflicten zijn die geregeld moeten
worden. Hij introduceerde het concept van de “vrijplaats”: een veilige,
afgeschermde ruimte waar dader en slachtoffer samen kunnen werken aan een
oplossing, zonder inmenging van de autoriteiten. Dit was vooral bedoeld voor
2
,Restorative Justice Vrije Universiteit Amsterdam 2025
ernstige misdrijven, waarbij de focus lag op dialoog en wederzijds begrip in plaats van straffen.
➔ Bianchi ontwikkelde het assensusmodel. Het assensusmodel gaat uit van het idee dat conflicten niet door
autoriteiten moeten worden opgelegd (zoals in het repressieve strafrecht), maar door dialoog en
overeenstemming tussen de betrokken partijen zelf moeten worden opgelost. In zijn visie moesten mensen
leren hun conflicten zelf op te lossen, zonder altijd afhankelijk te zijn van de staat. Hij vond dat
criminaliteitsbeheersing niet uitsluitend een taak van de overheid moest zijn, maar dat burgers ook actief
betrokken moesten worden. Hij zag mogelijkheden in alternatieven zoals jeugdrechtbanken, buurtbemiddeling
en andere vormen van vreedzaam conflictbeheer.
➔ Bianchi geloofde dat het moderne strafrecht mensen ‘onmondig’ had gemaakt en dat zij weer moesten leren
om conflicten zelf te regelen. Partijen moeten zelf echt deelnemen dus dader en slachtoffer. Dus niet via een
advocaat of het OM of een andere vertegenwoordiger Zo komt op de agenda wat mensen zelf belangrijk
vinden om te kunnen komen tot verzoening, herstel en evenwicht.
➔ In zijn model zouden justitie en politie een andere rol moeten spelen. Ze zouden niet altijd moeten deelnemen
om machtsgelijkheid te waarborgen, maar hun rol zou ondersteunend zijn.
➔ Bianchi was een uitgesproken abolitionist, wat betekent dat hij de afschaffing van gevangenisstraf als primaire
reactie op criminaliteit voorstond.
➔ Zijn ideeën waren ook beïnvloed door bijbelse principes van gerechtigheid, die gericht zijn op verzoening en
het herstellen van menselijke relaties.
➔ Bianchi beschouwde herstelrecht en strafrecht niet als tegenpolen, maar als complementair. Strafrecht zou een
aanvulling moeten zijn op herstelrecht.
Louk Hulsman
➔ Hulsman was een pragmatisch denker die pleitte voor afschaffing van het
strafrecht.
➔ Hulsman zag de oplossing niet in repressie, maar in herstelgerichte rechtspraak:
○ Het strafrecht leidt tot uitsluiting van slachtoffers en daders in het
proces van conflictoplossing. Slachtoffers en daders moeten centraal
staan in het proces en samen zoeken naar een oplossing.
○ Schadevergoeding en herstel moeten de prioriteit zijn, liefst door de
daders zelf.
○ Als daders niet gevonden worden, moeten er voorzieningen zijn om
slachtoffers te helpen.
○ Daders moeten worden begeleid en getraind in sociaal acceptabel
gedrag in plaats van bestraft.
➔ Hulsman wees op een fundamenteel probleem: het label ‘misdaad’ zegt weinig
over wat er werkelijk is gebeurd in een conflict. Hierdoor kwam de focus te
liggen op de juridische relevante onderdelen. Het reële probleem – de ervaringen van zowel de dader als het
slachtoffer – werd vaak genegeerd of verminderd tot een juridische abstractie.
➔ Hulsman was een uitgesproken abolitionist, wat betekent dat hij het strafrecht wilde afschaffen.
➔ Hulsman was zich ervan bewust dat strafrecht niet zomaar afgeschaft zou worden. Sociale verandering vindt
plaats door lange transformaties, niet door plotselinge beslissingen. Net zoals slavernij en de Berlijnse Muur
verdwenen, zou ook strafrecht geleidelijk vervangen kunnen worden door effectievere methoden.
Nils Christie
➔ Christie ziet conflicten als sociaal kapitaal. Conflicten moeten
daarom eigendom blijven van de betrokkenen.
➔ Hij bekritiseert moderne samenlevingen, waar het strafrecht
conflicten van slachtoffers en daders ontneemt/steelt door ze over te
dragen aan juridische professionals, zoals advocaten en rechters. Dit
leidt tot een verlies van participatie voor de direct betrokkenen en
verandert interpersoonlijke problemen in technische juridische
kwesties. Christie vergelijkt dit met een vorm van professionele
monopolievorming.
➔ Conflicten bieden echter belangrijke kansen voor normclarificatie en
herstel, vooral wanneer slachtoffers en daders elkaar persoonlijk
kunnen ontmoeten. Christie wijst op voorbeelden, zoals een
rechtszaak in Tanzania, waar de betrokkenen meer aan het woord
kwamen dan in de Scandinavische rechtszaal, waar advocaten en
rechters de enige stemmen waren. Dit benadrukt de waarde van
persoonlijke deelname bij conflictoplossing.
3
, Restorative Justice Vrije Universiteit Amsterdam 2025
➔ Als oplossing stelt Christie voor dat conflicten weer in de handen van de betrokkenen komen, bijvoorbeeld via
buurtrechtbanken met lekenparticipatie. De vraag is hoe realistisch dit is?
➔ Er is sprake van structurele diefstal door veranderingen in sociale structuren:
○ Het is steeds moeilijker geworden om conflicten persoonlijk op te lossen, omdat de sociale structuren
ons vaak van anderen isoleren. In het verleden ontmoette je vrienden en bekenden dagelijks in
verschillende settings (school, buurt, sport), waardoor je een breed netwerk van relaties had.
Tegenwoordig is het leven meer gefragmenteerd: je sport op een andere locatie, studeert ergens
anders, en je hebt minder verbinding met mensen buiten je specifieke context. Dit is de
depersonalisering van het sociale leven.
○ In een samenleving waarin mensen steeds vaker gescheiden zijn op basis van rollen en plekken,
worden conflicten gemakkelijker vermijdbaar. Als je een conflict hebt met iemand, ken je de andere
partij vaak niet in meerdere dimensies. Dit maakt het moeilijker om tot een oplossing te komen, omdat
je geen diepgaand begrip hebt van de persoon met wie je in conflict bent.
○ Daarnaast zijn conflicten vaak onzichtbaar voor betrokkenen. Bijvoorbeeld, wanneer mensen ziek
worden door vervuild water, kunnen ze lange tijd niet weten dat de oorzaak van hun ziekte te maken
heeft met de acties van een ander. De oorzaak en het conflict blijven verborgen totdat het probleem
aan het licht komt, wat de oplossing bemoeilijkt.
4