Verschillende hersenfuncties
Cerebrale cortex
- Frontaalkwab:
Hogere functies als plannen, beslissingen maken en hoge
cognitieve functies (evaluatie van fysiologische reactie
veroorzaakt door hypothalamus).
Rationele rem op wel of niet uitvoeren van seksueel gedrag.
Laesie zorgt voor ontremming van seksueel gedrag (geen
controle) of verlies van libido.
Syndroom van Korsakov: hersencellen sterven af, ontremd
gedrag en geheugenverlies van nieuwe en oude herinneringen.
Rechts (kortetermijngeheugen): muziek-> tonen onderscheiden
of onthouden. Vergelijken van toonhoogtes.
Links, dorsaal, hoe, Gebied van Brocca: taalproductie. Geluid
identificeren/benoemen.
Afasie van Broca door laesie: niet-vloeiend onderbroken
spraak, maar wel intact taalbegrip.
Default mode network: expliciet geheugen opslaan,
semantisch (feitenkennis)
Prefrontale cortex: planning, specificeren van doelen en
beslissen om beweging uit te voeren. Rationeel denken. Maar ook
bezig met andere sensorische input (bewuste reactie op
etensgeur). Maakt inschatting of je wel of niet moet reageren.
Expliciet geheugen opslaan in kortetermijngeheugen.
Premotorische cortex: organisatie. Moet je aanleren.
Handelingen in de juiste volgorde zetten. Motor sequenties
specificeren. Op zichzelf staande korte bewegingen in een
volgorde zorgen voor grote beweging. Hoe meer motor
sequenties, hoe vloeiender de beweging. Grove bewegingen als
rennen of zitten.
(Primaire) motorische cortex (M1): uitvoering. Vertalen van
motor sequenties naar opdrachten die verschillende bewegingen
produceren. Doelgerichte vrijwillige bewegingen. Meest actief
tijdens de beweging.
- Pariëtaalkwab: sensorische informatie verwerken.
Primaire somatosensorische cortex (S1): verwerken van smaak.
Secundaire somatosensorische cortex (S2): mixen van smaak en
geur.
Dorsale stroom, waar (visueel): interacteren met objecten,
objectlocatie. Bezig met actie-> sturen van oogbewegingen en
visuele ondersteuning bij het grijpen van objecten en
reikbewegingen. Coördinatie, hoe snel/stevig je iets doet.
Optische ataxi bij leasie: stoornis in uitvoeren van taak. Kan
dingen niet goed vastgrijpen en stoot tegen dingen aan.
Motoriek,
Cerebrale cortex
- Frontaalkwab:
Hogere functies als plannen, beslissingen maken en hoge
cognitieve functies (evaluatie van fysiologische reactie
veroorzaakt door hypothalamus).
Rationele rem op wel of niet uitvoeren van seksueel gedrag.
Laesie zorgt voor ontremming van seksueel gedrag (geen
controle) of verlies van libido.
Syndroom van Korsakov: hersencellen sterven af, ontremd
gedrag en geheugenverlies van nieuwe en oude herinneringen.
Rechts (kortetermijngeheugen): muziek-> tonen onderscheiden
of onthouden. Vergelijken van toonhoogtes.
Links, dorsaal, hoe, Gebied van Brocca: taalproductie. Geluid
identificeren/benoemen.
Afasie van Broca door laesie: niet-vloeiend onderbroken
spraak, maar wel intact taalbegrip.
Default mode network: expliciet geheugen opslaan,
semantisch (feitenkennis)
Prefrontale cortex: planning, specificeren van doelen en
beslissen om beweging uit te voeren. Rationeel denken. Maar ook
bezig met andere sensorische input (bewuste reactie op
etensgeur). Maakt inschatting of je wel of niet moet reageren.
Expliciet geheugen opslaan in kortetermijngeheugen.
Premotorische cortex: organisatie. Moet je aanleren.
Handelingen in de juiste volgorde zetten. Motor sequenties
specificeren. Op zichzelf staande korte bewegingen in een
volgorde zorgen voor grote beweging. Hoe meer motor
sequenties, hoe vloeiender de beweging. Grove bewegingen als
rennen of zitten.
(Primaire) motorische cortex (M1): uitvoering. Vertalen van
motor sequenties naar opdrachten die verschillende bewegingen
produceren. Doelgerichte vrijwillige bewegingen. Meest actief
tijdens de beweging.
- Pariëtaalkwab: sensorische informatie verwerken.
Primaire somatosensorische cortex (S1): verwerken van smaak.
Secundaire somatosensorische cortex (S2): mixen van smaak en
geur.
Dorsale stroom, waar (visueel): interacteren met objecten,
objectlocatie. Bezig met actie-> sturen van oogbewegingen en
visuele ondersteuning bij het grijpen van objecten en
reikbewegingen. Coördinatie, hoe snel/stevig je iets doet.
Optische ataxi bij leasie: stoornis in uitvoeren van taak. Kan
dingen niet goed vastgrijpen en stoot tegen dingen aan.
Motoriek,