Maatschappijkunde - Media - H1 t/m H3.
Communicatie = Bedoeld of onbedoeld een bepaalde boodschap aan iemand doorgeven.
Bij communicatie is er altijd een zender en een ontvanger. De informatie wordt verzonden via
een medium.
Medium = een middel om informatie te sturen
Gaat er iets mis in het communicatieproces, dan spreken we van communicatiestoornis.
Communicatievormen:
- Verbaal of non-verbaal
- Eenzijdig of tweezijdig
- Persoonlijk of massaal
Verbaal = Gesproken of geschreven
Non-verbaal = Gebaren, lichaamstaal, oogcontact, lichaamshouding etc.
Eenzijdig = Communicatie waarbij je niet kan reageren (1 zender)
Tweezijdig = Communicatie waarbij je kan reageren (zender en ontvanger)
Persoonlijk = Communicatie tussen een zender en een ontvanger(s) die elkaar kennen
Massacommunicatie = Communicatie waarbij grote groepen mensen min of meer op hetzelfde
moment een boodschap ontvangen
Massamedia = Media die zich met hun boodschap op grote groepen richt.
Als we spreken over ‘de media’, bedoelen we eigenlijk de massamedia.
Kenmerken massamedia:
- Openbaar, ingesteld en voor iedereen beschikbaar
- Gericht op groot, anoniem publiek
- Versturen van berichten gaat via een organisatie (Facebook, Instagram, tv)
- Indirecte communicatie (je kan niet reageren)
(Internet is een slecht voorbeeld, omdat je hier wel op kan reageren)
3 onderdelen van communicatie:
- Zender
- Medium
- Ontvanger
Informatiesamenleving: Je krijgt non-stop informatie via de digitale media.
Traditionele (massa)media: Kranten, boeken, radio, tv
Digitale (massa)media: online krant, spotify, Netflix enz. (media op het internet)
Communicatie = Bedoeld of onbedoeld een bepaalde boodschap aan iemand doorgeven.
Bij communicatie is er altijd een zender en een ontvanger. De informatie wordt verzonden via
een medium.
Medium = een middel om informatie te sturen
Gaat er iets mis in het communicatieproces, dan spreken we van communicatiestoornis.
Communicatievormen:
- Verbaal of non-verbaal
- Eenzijdig of tweezijdig
- Persoonlijk of massaal
Verbaal = Gesproken of geschreven
Non-verbaal = Gebaren, lichaamstaal, oogcontact, lichaamshouding etc.
Eenzijdig = Communicatie waarbij je niet kan reageren (1 zender)
Tweezijdig = Communicatie waarbij je kan reageren (zender en ontvanger)
Persoonlijk = Communicatie tussen een zender en een ontvanger(s) die elkaar kennen
Massacommunicatie = Communicatie waarbij grote groepen mensen min of meer op hetzelfde
moment een boodschap ontvangen
Massamedia = Media die zich met hun boodschap op grote groepen richt.
Als we spreken over ‘de media’, bedoelen we eigenlijk de massamedia.
Kenmerken massamedia:
- Openbaar, ingesteld en voor iedereen beschikbaar
- Gericht op groot, anoniem publiek
- Versturen van berichten gaat via een organisatie (Facebook, Instagram, tv)
- Indirecte communicatie (je kan niet reageren)
(Internet is een slecht voorbeeld, omdat je hier wel op kan reageren)
3 onderdelen van communicatie:
- Zender
- Medium
- Ontvanger
Informatiesamenleving: Je krijgt non-stop informatie via de digitale media.
Traditionele (massa)media: Kranten, boeken, radio, tv
Digitale (massa)media: online krant, spotify, Netflix enz. (media op het internet)