Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting + Aantekeningen; Grondslagen van de klinische psychologie ()

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
55
Geüpload op
21-05-2025
Geschreven in
2024/2025

Het document bevat zowel een samenvatting van alle verplichte literatuur als de aantekeningen van alle hoorcolleges voor het vak Grondslagen in de Klinische Psychologie. De samenvatting bestaat uit 55 bladzijden en dekt alle benodigde stof voor het tentamen.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

LITERATUUR




Diagnostische cyclus: een hypothesetoetsend model
dat is gebaseerd op de empirische cyclus (kennis
opdoen uit ervaring waarbij hypothese wordt opgesteld
en onderzocht). Het wordt toegepast op individuen en is
recidief (terugkerende pijlen).

—> empirische cyclus


Inductie: van speci ek (observatie) naar algemeen (hypothese)
Deductie: van algemeen (hypothese) naar speci ek (voorspellingen)

Voordelen diagnostische cyclus:
- Transparantie omdat hypotheses worden geformuleerd en gerapporteerd (controleerbaar/
volgbaar voor anderen).
- Biases verminderen (con rmatie-, availability- bias), door gestructureerd/stapsgewijs te werken
(verbetert validiteit/betrouwbaarheid).

Klachtanalyse: zo goed mogelijk klachten in kaart brengen in de intake/vragenlijst (wanneer
ontstaan, oorzaken etc) en hulpvraag ontdekken. Hieruit ontstaat verhelderende diagnose.

Probleemanalyse: wetenschappelijke kennis vanuit psycholoog wordt toegevoegd, waardoor de
klachten worden verdeeld onder probleemclusters (bv verminderde eetlust (klacht) kan
voorkomen bij stemmingsproblemen (cluster)). Vanuit deze probleemclusters kan worden gekeken
of er een DSM-diagnose bijpast (gezien in NL diagnoses noodzakelijk zijn voor vergoeding). Ernst
(mild, matig, ernstig) wordt beschreven.

^klacht is vanuit client, probleem wordt geformuleerd door psycholoog



fi fi fi

,Verklaringsanalyse: oorzakelijke/instandhoudende factoren worden onderzocht dmv hypothesen
zodra deze relevant zijn voor het advies (bv slecht presteren wegens laag IQ of door pesten).
Wederom wordt eigen wetenschappelijke kennis gebruikt om deze factoren te kunnen vinden.

Indicatieanalyse: behandeladvies/begeleidingsadviezen formuleren en deze hypothesen toetsen
die gebaseerd zijn op probleem- en verklaringsanalyse (bijv “Als cliënt CGT krijgt gericht op het
uitdagen van negatieve gedachten en stapsgewijze exposure, dan zullen de angstklachten binnen
8 weken afnemen). Wetenschappelijke kennis wordt gebruikt om te kijken welke behandeling
passen bij de problematiek (evidence-based).

Advies: behandeladvies/begeleidingsadviezen voorleggen aan client om zo op een passende
oplossing te komen

Artikel: Karl Poppers idee over wetenschappelijkheid
Karl Popper stelde zich een centrale vraag: Wat maakt een theorie wetenschappelijk?
Hij merkte op dat bepaalde theorieën — zoals die van Marx, Freud en Adler — alles leken te
kunnen verklaren. Elk menselijk gedrag kon in hun termen geïnterpreteerd worden. Wat door
aanhangers als kracht werd gezien, bleek in Poppers ogen juist een zwakte: ze waren
onweerlegbaar. En dat maakte ze niet-wetenschappelijk.
Popper maakt dus onderscheid tussen:
• Empirische methoden, die gebaseerd zijn op toetsbare observaties
• Pseudo-empirische methoden, die zich beroepen op observatie en experiment, maar
uiteindelijk niet falsi eerbaar zijn (astrologie).

Wat maakt een theorie wél wetenschappelijk?
Volgens Popper is een theorie wetenschappelijk als ze toetsbaar en weerlegbaar is. Dit noemt
hij het falsi catiecriterium.
"Het gaat er niet om hoeveel bevestiging een theorie krijgt, maar of ze überhaupt weerlegd kán
worden."
Belangrijkste principes van Popper:
1. Bevestiging is makkelijk te vinden als je ernaar zoekt.
2. Alleen bevestigingen van risicovolle voorspellingen tellen.
3. Een goede theorie verbiedt bepaalde dingen (speci ek): VB: “Planeten bewegen altijd in
ellipsvormige banen” verbiedt cirkelvormige banen. Als we dan een planeet vinden die een
cirkelbaan heeft, is de theorie meteen weerlegd. Maar een theorie die zegt: “Planeten kunnen
elke soort baan hebben” zegt eigenlijk niets.
4. Een theorie die niet falsi eerbaar is, is onwetenschappelijk.
5. Elke echte test is een poging om een theorie te weerleggen.
6. Bevestigend bewijs telt alleen als het een mislukte weerlegging is.
7. Theorieën die door kunstgrepen (aanpassingen aan theorie) tegen weerlegging worden
beschermd, verliezen hun wetenschappelijke status.

Voorbeelden
Wetenschap: Einstein
• Einsteins relativiteitstheorie deed gedurfde voorspellingen. Als bepaalde e ecten die hij
beweerde niet werden waargenomen, dan zou de theorie weerlegd zijn. Dit maakte het
wetenschappelijk sterk.
Pseudowetenschap: astrologie, Freud, Adler, Marx
• Astrologie beriep zich op enorme hoeveelheden observaties (zoals horoscopen), maar
voorspellingen waren zó vaag dat ze niet weerlegbaar waren. Tegenstrijdig bewijs werd
genegeerd of wegverklaard.
• Freud en Adler konden elke gedraging achteraf verklaren, maar niets voorspellen dat fout
kon blijken.
• De marxistische geschiedtheorie werd gaandeweg zo aangepast dat ze op alles
toepasbaar bleef — ook op tegenstrijdig bewijs: een ‘conventionalistische draai’: truc
om een theorie te redden als die eigenlijk weerlegd is. Ipv toe te geven dat de theorie niet
klopt, bedenkt iemand een extra regel of uitzondering zodat de theorie toch blijft kloppen.




fi fi fi fi ff

, Bijv: “Alle zwanen zijn wit,” dan vindt iemand een zwarte zwaan. In plaats van de theorie
aan te passen, zegt iemand: “Die zwaan is niet écht een zwaan.

Kernpunt
• Een theorie is wetenschappelijk als, en alleen als, ze falsi eerbaar is.
• Er moeten denkbare waarnemingen zijn die de theorie kunnen weerleggen.
• Een theorie die zich aanpast aan elke mogelijke uitkomst verklaart uiteindelijk niets. Sterke
wetenschappelijke theorieën nemen risico — ze kunnen echt fout blijken, en dát maakt ze
waardevol.

Artikel: Analyse toont een oververtegenwoordiging van disfunctionele patronen van
angstconditionering bij patiënten met angststoornissen tov controlepersonen

Er wordt onderzocht hoe mensen met angststoornissen individueel verschillen in hun
leerprocessen rondom angst, en of deze verschillen iets kunnen voorspellen over hoe goed ze
reageren op behandeling. Individuen met afwijkende leerpatronen kunnen worden geïdenti ceerd
door trajectanalyses (tov groepsanalyses). Drie verschillende trajecten: trage extinctie, snelle
extinctie, en geen extinctie. Subjectieve angstratings, schokverwachtingsratings en
schrikreacties werden als uitkomstmaten gebruikt. Angst- en verwachtingsratings lieten
verschillende trajecten/patronen van angstconditionering zien (niet de schrikdata).
Het onderzoek bestond uit twee studies:

Studie 1 – Identi catie van angstleertrajecten (verschillende manieren waarop mensen angst
leren en ervaren door geconditioneerde stimuli)
Mbv Latent Class Growth Analysis (LCGA), een statistische methode die individuele
leerpatronen (ontwikkeling angst) analyseert, werden in een bestaande dataset van angstpatiënten
en gezonde personen verschillende leertrajecten geïdenti ceerd tijdens een klassieke
angstconditioneringstaak. Er werden afzonderlijke analyses gedaan voor CS+ en CS- en voor
elk van de drie maten: 1) subjectieve angst, 2) verwachtingsratings en 3) startle. Obv deze
analyses konden individuen worden geclassi ceerd in verschillende trajecten van angstleren.
Vervolgens werden groepen met elkaar vergeleken en werd het verband met behandeluitkomst
onderzocht. In de angstconditioneringstaak werd gekeken naar hoe mensen leerden om een
bepaalde stimulus (CS+) als bedreigend te zien (omdat die gevolgd werd door een onaangename
schok), en een andere stimulus (CS–) als veilig. Alle deelnemers voltooiden een di erentiële
angstconditioneringstaak bestaande uit vijf fasen:
I. Pre-acquisitie
Een voorbereidende fase waarin deelnemers vertrouwd raken met de stimuli, zonder dat er
sprake is van conditionering (er wordt nog geen verband gelegd tussen stimuli en uitkomsten).
II. Ongeïnstrueerde acquisitie
Deelnemers leren op een spontane manier (zonder uitleg) dat één stimulus (CS+) wordt
gevolgd door iets onaangenaams (bijvoorbeeld een schok), terwijl een andere stimulus (CS−)
dat niet wordt. Dit is klassieke conditionering.
III. Geïnstrueerde acquisitie
Deelnemers krijgen expliciete instructies over welke stimulus gevolgd zal worden door de
onaangename prikkel. Ze leren dus via informatie in plaats van ervaring.
IV. Ongeïnstrueerde extinctie
Zonder waarschuwing krijgen deelnemers de stimuli te zien, maar deze worden nu niet meer
gevolgd door de onaangename prikkel. Het eerder geleerde verband begint spontaan af te
nemen.
V. Geïnstrueerde extinctie
Deelnemers worden verteld dat de onaangename prikkel niet meer zal volgen op de stimulus.
Het a eren gebeurt nu bewust op basis van instructie.

Twee neutrale gezichten met gekleurde achtergronden dienden als conditioneringsstimuli (CS+ en
CS-). Elektrische schokken werden toegediend aan het einde van CS+ tijdens de acquisitiefase
(gedeeltelijke bekrachtiging). Subjectieve angst en verwachting werden na iedere fase beoordeeld.
Startle-responsen (schrikreacties) werden opgewekt met harde geluiden en gemeten.

De onderzoekers vonden:



fl fi fi fifi ff fi

, • Een groep mensen met gebrekkige extinctie van angst voor de bedreigende stimulus
(CS+), zelfs nadat ze expliciet uitleg hadden gekregen over de werking van conditionering
(geïnstrueerde extinctie).
• Een andere groep met verstoord veiligheidleren voor de veilige stimulus (CS–):
verminderde veiligheidssignalering.
• Patiënten met angststoornissen waren oververtegenwoordigd in deze maladaptieve
leerpatronen.
• Toch vertoonden sommige angstpatiënten normale leertrajecten (≥50%), wat aangeeft dat
angststoornissen niet altijd gepaard gaan met afwijkend angstleren.

Studie 2 – Angstleertrajecten en behandeluitkomst
In een tweede, kleinere steekproef van patiënten werd onderzocht of deze leertrajecten
samenhangen met het succes van behandeling in de praktijk (voorspelling). Hieruit bleek:
• Patiënten die slechter veiligheid leerden (hoge verwachting van schokken bij de veilige
stimulus) hadden gemiddeld een slechtere behandeluitkomst.
• Er werd geen duidelijke relatie gevonden tussen angstreacties op de bedreigende stimulus
(CS+) en behandelingse ect.
• De steekproef was klein en de behandelingen waren niet gestandaardiseerd, dus de
resultaten zijn indicatief.
Belangrijke conclusies
• Angstleerprocessen verschillen sterk tussen individuen, ook binnen angststoornissen.
• Leerpatronen (als slecht veiligheidleren en gebrekkige uitdoving) kunnen mogelijk
voorspellen wie baat zal hebben bij behandeling.
• LCGA blijkt een nuttige methode om deze individuele verschillen in kaart te brengen.
• De studie benadrukt het belang van gepersonaliseerde diagnostiek en behandeling.

Hoofdstuk Nut van theorie

Theorieën zijn er om de wereld te verklaren en kunnen worden gebruikt om te voorspellen. Om
dat te bereiken doen we empirisch onderzoek waarvan we de resultaten tot theorieën proberen te
maken dmv inductie (optellen van waarnemingen). VB: 10 mensen met depressie hebben
serotonine tekort—> theorie: serotonine tekort speelt een rol bij depressie en voorspellen we obv
de theorie dat een persoon met serotonine tekort ook een depressie kan ontwikkelen. Het
waarheidsgehalte van een theorie moet zo hoog mogelijk zijn. Echter, door beperkingen van
onze vermogens om de wereld te kennen, is het onmogelijk om de juistheid van theorieën
de nitief vast te stellen. Wat wij waarnemen is dus niet de realiteit, maar een stukje ervan, dus zijn
onze theorieën geen weergave van de werkelijkheid, maar een weergave van onze vertekende
interpretatie van het voor ons waarneembare stukje van de realiteit. Vanwege die onzekerheid
hebben we theorieën echter wel nodig om ons te vertellen waar we naar moeten kijken en hoe we
dat moeten interpreteren. Zij begeleiden ons bij het doen van onderzoek, maar bewijzen dat zij
waar zijn, is principieel onmogelijk.

Inductieprobleem: hoeveel observaties die de theorie bevestigen zijn genoeg om te stellen dat
deze juist is? Om vast te stellen dat theorie juist is zouden we eigenlijk iedereen moeten
observeren over wie die theorie een uitspraak doet (ofwel alle mensen), want zolang we niet
iedereen gezien hebben weten we nooit zeker of er niet toch iemand is die een tegenstrijdige
observatie heeft (serotonine tekort maar geen depressie).

Pluriformiteit: grote verscheidenheid

Popper (kritische rationalist): al onze theorieën zijn niet meer dan onbewijsbare aannamen over
hoe de wereld in elkaar zit (waarheid zullen we nooit weten), het enige wat we kunnen doen is
mbv deductie (logische gevolgtrekking van speci eke hypothese uit algemene theorie)
voorspellingen maken uit de gemaakte theorieën. Zolang dit het geval is mogen we de theorie
accepteren als aannemelijk (niet als waar).
Alle waarnemingen zijn theoriegeladen: wat we waarnemen zal nooit helemaal objectief of
neutraal zijn. Onze verwachtingen, overtuigingen, voorkennis of theorieën beïnvloeden al vóór de
waarneming wat we denken te gaan zien – en dus ook wat we uiteindelijk daadwerkelijk
opmerken of interpreteren.



fi

ff fi

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
21 mei 2025
Aantal pagina's
55
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€6,79
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
rooskreemers

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
rooskreemers
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen