Module 1 communiquer de façon e2icace et courtoise
Comme convenu Zoals afgesproken
Convenir Afspreken/ overeenkomen
Débarrasser Aannemen/ ontdoen (van vb. een jas)
Je vous en prie Geen dank
Il n’y a pas de quoi Graag gedaan
AlsjeblieE
Ga uw gang
Une pièce d’idenIté Een idenIteitsbewijs
Procurer Verkrijgen/ verschaffen
Le mot m’échappe Het woord ontgaat me
Perdre le fil De draad kwijt zijn*
(Ex. J’ai perdu le fil de mes idées) (Vb. Ik ben even de draad kwijt)
Où en étais-je ? Waar was ik?
Deux billets Twee kaartjes
Au fait Trouwens (een onderwerp lanceren)
A propos
De tout façon/ de tout cas
En fait In feite
Les prévisions De voorspelling
Il fait mauvais Het weer is slecht
(Let op : il fait mal = het doet pijn)
Il fait bon Het weer is goed
Il fait beau Het weer is mooi
Il y a du verglas Er is ijs
Pleuvoir Regen
Il fait sombre Het is donker
Meilleur Best
Il y a du brouillard Er is mist/ het is misIg
Il y a des éclaircies Er zijn opklaringen
Il pleut Het regent
Des pluies Regenbuien
Il fait frisquet Het is fris
Pluvieux RegenachIg
Ensoleillé Zonnig
Du soleil
Il fait chaud Het is warm
Il fait doux Het is mild
Il fait froid Het is koud
Il fait clair à 6h du maIn Het is helder om 6 uur
Il y a du soleil Er is zon/ de zon schijnt
Retard (ex. mon train avait du retard) Vertraging ( vb. mijn trein had vertraging)
Changer Overstappen
Rater Missen (iets niet halen/ mislukken)
Manquer (iets of iemand missen)
La correspondance De verbinding/ aansluiIng
De communicaIe
De overeenkomst
1
,Beaucoup d’embouteillages Veel verkeersopstoppingen
Une peIte rue sans issue Een doodlopend straatje
Un parking souterrain Een ondergrondse parking
Tenir compte des travail Rekening houden met de verkeerswerken
Une déviaIon Een wegomleiding
Un iInéraire Een wegbeschrijving
Les heures de pointe De spitsuren
Entendu dire Horen zeggen/ vernomen hebben *
(Ex. J’ai entendu dire que qu’il pleut.) (Vb. Ik heb gehoord dat het regent)
Qu’en est-il de… Hoe zit het met
Je compte + verbe Ik ben van plan/ ik ben van zin om…
(Ex. Je compte parIr demain) (Vb. Ik ben van plan om morgen te vertrekken)
Quels sont vos projets Wat zijn jullie plannen
Il y a beaucoup de/ du monde Het is druk
C’est bondé
Il y a beaucoup de monde dans la bouIque Het is druk in de winkel
Nous sommes débordés We zijn overstelt/ overladen
Une semaine chargée Een drukke week
Permetrre Toestaan/ toelaten
(Ex. Vous permegez ?) (vb. Vind je het erg? / Mag ik?)
En effet Inderdaad
Il n’y a pas de mal Het is niet erg
Het kan geen kwaad
Comme convenu alors ? Zoals afgesproken dan?
Je vous en prie Geen dank
Il n’y a pas de quoi Graag gedaan
AlsjeblieE
Ga uw gang
S’ agendre Verwachten
(Ex. Je ne m’y agendais pas du tout) (Vb. Dat had ik helemaal niet verwacht)
Je n’en sors plus Ik geraak er niet meer (wijs) uit *
Il y a quelque chose qui cloche Er klopt iets niet *
Pareillement Insgelijks
A vos souhaits ! Gezondheid!
Souhaiter Wensen
Un bon rétablissement Een spoedig herstel
Sans (aucun) doute Mischien wel, wellicht, het kan zijn
Zonder (enige) twijfel
Ongetwijfeld
Au revoir, bonne journée ! Tot ziens en een fijne dag!
Pas de souci Geen probleem
Pas de soucis (Maak je) geen zorgen
Merci infiniment Heel erg bedankt
Un tout grand merci
Je vous remercie vivement (de…) Hartelijk dank (voor...)
Merci de tout cœur
Merci beaucoup
Merci de/pour + substanIf Bedankt voor + zelfstandig naamwoord
Merci de + verbe + werkwoord
Pardon Sorry
Désolé Neem mij niet kwalijk
Excuser Excuseer
2
, Je suis vraiment désolé Het spijt me echt/ zeer
Je regrege vraiment
Je suis navré
Je suis vraiment confus Ik ben echt in de war
Un désagrément Een ongemak, (ver)hindering, belet
Un empêchement
Excusez-moi de vous interrompre, Sorry dat ik stoor,
mais vous avez un appel urgent maar u hebt een dringend telefoontje.
Excusez-moi de vous avoir interrompu, Het spijt me dat ik u onderbrak,
mais il ne restait que deux minutes maar er waren nog maar twee minuten over...
Tant pis Laat maar
Tant mieux Zoveel te beter/ gelukkig maar
Un entreIen en face-à-face Een tweegesprek
Un entreIen d’embauche Een sollicitaIegesprek
Une interview de sélecIon
Une interview Een interview
Un poIn Een roddel
Un bouche à oreille Van mond tot mond berichten
Un exposé Een betoog/ presentaIe
Un discours Een redevoering (speech)
Un propos Een uitspraak
Une réunion Een vergadering
Une conversaIon Een gesprek
Une rumeur Een gerucht
Une calomnie Een laster/ kwaadsprekerij
Une proposiIon Een voorstel
Un brouhaha Een rumoer
Un conseil Een raad/ advies
Un avis Een mening
Un opinion
Un point de vu Een standpunt
Un posiIon
Face à face Oog in oog
(Ex. Face à la vérité) (Vb. Oog in oog met de waarheid)
De vive voix Mondeling/ persoonlijk
(Ex. Je préfère en parler de vive voix) (vb. Ik praat daar liever mondeling over)
Suite à / à la suite de Naar aanleiding van
Notre conversaIon téléphonique Ons telefoongesprek
En réponse à In antwoord op
Votre demande Uw verzoek
A la demande de Op verzoek van
A Itre d’informaIon Ter informaIe
Après consultaIon auprès de Na raadpleging met/bij
Avoir le plaisir de Met genoegen
(Ex. Nous avons le plaisir de vous inviter) (Vb. We hebben het genoegen om u uit te nodigen)
Avoir pris note de Kennis hebben genomen van
(Ex. Nous avons pris note de votre demande) (Vb. We hebben kennis genomen van uw verzoek)
Être à disposiIon Ter beschikking staan
(Ex. Nous restons à votre disposiIon pour..) (Vb. U kan steeds bij ons terecht voor/
wij blijven tot uwer beschikking)
Un renseignement Een inlichIng/ informaIe
Une explicaIon Een toelichIng/ uitleg
Renseignement complémentaire Aanvullende informaIe/ verdere toelichIng
InformaIon complémentaire
3