Onderwerp 1: zelfmanagement.
- Empowerment: Met je eigen kracht als uitgangspunt kun je meer regie nemen over je eigen
leven. Vaardigheden voor zelfmanagement ontdekken en verder ontwikkelen. Patiënt heeft
leidende rol.
o Doel: geloven in je eigen kracht
o Voorwaarde: patiëntgerichte benadering, autonomie, ask-tell-askprincipe
- Concordante: proces waarmee zorgverlener en patiënt overeenstemming bereiken over
gezondheidsgedrag
- Compliance: in welke mate patiënt eenzijdig door zorgverlener gegeven advies opvolgt
- Adherence: mate waarin gedrag van patiënt correspondeert met door zorgverlener gegeven
advies waarmee patiënt heeft ingestemd.
- Persistence: continuïteit van behandeling, volhouden.
- Health belief model: mate waarin patiënt medische voorschriften opvolgen hangt samen met
hun opvattingen omtrent ziekte en gezondheid en daarop gebaseerde verwachtingen.
o Patiënten volgen voorschriften vaker op wanneer:
Ze zich vatbaar achten voor de ziekte.
Ze geloven dat ziekte nadelige gevolgen zal hebben
Als ze nadelen van de behandeling acceptabel vinden
- Wilskracht: vermogen om je aandacht, emoties en verlangens te beheersen, maar ook het
vermogen om te doen wat je moet doen (ook als je daar geen zin in hebt)
- om te achterhalen of patiënten therapietrouw zijn is het belangrijk om vragen te formuleren
naar therapietrouw.
o Bijvoorbeeld: “veel mensen vinden het lastig om altijd medicijnen in te nemen, hoe
vaak neemt u uw medicijnen niet in?” In plaats van “neemt u uw medicijnen altijd
in?”
- Depressieve klachten verlagen kwaliteit van leven en hebben negatieve gevolgen voor
behandeling van diabetes.
o Dieetadviezen slechter opgevolgd, minder therapietrouw, minder beweging, glucose
minder adequaat monitoren.
- Psychosociale interventies voor DM
o Educatie en steun: informatie, training in verzorging, lotgenoten, familie
o Ontspanningsoefeningen
o Cognitieve therapie: niet constructieve gedachten vervangen door constructieve
gedachten
o Inzicht gevende therapie: inzicht verschaffen in oorsprong van gevoelens en
problemen
o Gezinstherapie: cognitief gedragsmatig, inzicht gevend. Interactie tussen
familieleden.
- Zelfmanagement tools DM:
o Diabetergestemd
o Diabetesforum
o Diabetes de baas
- Persoonlijkheidskenmerken zijn van invloed op reacties op stressvolle situaties en daardoor
op de mate waarin we stress ervaren.
- Moderatoren: factoren die kunnen voorkomen dat een stressor stress veroorzaakt.
o Beïnvloeden stressniveau dat we beleven, verlagen dit niveau.
- Type A gedragspatroon: wordt gekenmerkt door intense, agressieve, competitieve of
perfectionistische reacties op gebeurtenissen > sneller kans op hartkwalen.
o Minder vertrouwen, sneller boos en strijdlustiger. Vinden situaties vaak bedreigend >
moeilijker relaties te onderhouden > beschikbaarheid sociale steun neemt af.
, o Ook gedragingen die gezondheid bedreigen, roken, alcohol, overmatig eten
o Arousal neemt sneller toe, het niveau is hoger en duurt langer voordat het weer op
normaal niveau is nadat stressor is verdwenen.
o Hogere concentratie cytokinen, stressreactie wordt verlengd.
o Perfectionisme hangt samen met hooggestelde doelen en angst en depressie bij niet
bereiken van de doelen.
- Locus of control: plek waar individu belangrijkste invloed op gebeurtenissen in leven situeert
o Internaliseren: interne locus of control, de mens heeft veel invloed op de resultaten
van leven. Bijv hard studeren > goede cijfers.
o Externaliseren: externe locus of control, mens heeft weinig invloed op resultaten van
het leven. Bijv mate waarin ze geliefd zijn bij docent > goed/slecht cijfer.
o Van invloed op levensduur, interne locus of controle.
- Primaire controle: handelingen die externe gebeurtenissen sturen.
o In westerse culturen.
- Secundaire controle: beheersen van individuele reacties op externe gebeurtenissen.
o Oosterse culturen.
- Aangeleerde hulpeloosheid: geleerd om negatieve gebeurtenissen toe te schrijven aan eigen
persoonlijke gebreken.
o Externe locus of controle
- Weerbaarheid: houding gebaseerd op weerstand tegen stress. Bestaat uit 3 factoren:
o Uitdaging; veranderingen zien als een uitdaging en mogelijkheid om te leren en
groeien.
o Betrokkenheid of toewijding: ze gaan ervoor. Zoeken naar manier om uitdaging het
hoofd te bieden.
o Controle: interne locus of controle, goed in oplossen van problemen. Geen
aangeleerde hulpeloosheid.
- Optimisme: positief, stressoren worden geïnterpreteerd als situationeel en tijdelijk.
o Positieve emoties stimuleren afweerstelsel. Stressvolle situaties hoofd bieden door
actieve coping.
o Kenmerkt zich door 3 aannames of attributies over negatieve gebeurtenissen:
Toeschrijven aan specifieke situaties. > slecht cijfer voor toets = niet slecht
op school.
Verklaringen zoeken in situationele factoren en niet in persoonlijke factoren.
> dag van tevoren les gemist ipv niet slim genoeg.
Situaties beschouwen als tijdelijk. > geen lessen meer missen dus volgende
toets beter ipv haal het lage cijfer nooit meer op.
o Positieve instelling aanleren door denken, zelfbeeld en gedrag op constructieve
manier aan te passen.
- Veerkracht: capaciteit om aan te passen en welzijn te bereiken.
- Er zijn 2 soorten gedrag voor stressmanagement;
o Afweer: reduceren van symptomen van stress of verminderen van bewustzijn van de
symptomen.
Nadeel: de stress komt onvermijdelijk terug.
o Coping: oorzaken van stress verminderen of wegnemen.
Probleemgericht: actie die wordt ondernomen om stressor te begrijpen en
oplossing te vinden voor probleem dat gerelateerd is aan stressor.
Emotiegericht: reguleren van emotionele reactie op stressor. Gevoelens
identificeren en concentreren om ze te verwerken.
Piekeren: blijven hangen in negatieve gedachten (in plaats van
emoties)
- Positieve coping strategieën
- Empowerment: Met je eigen kracht als uitgangspunt kun je meer regie nemen over je eigen
leven. Vaardigheden voor zelfmanagement ontdekken en verder ontwikkelen. Patiënt heeft
leidende rol.
o Doel: geloven in je eigen kracht
o Voorwaarde: patiëntgerichte benadering, autonomie, ask-tell-askprincipe
- Concordante: proces waarmee zorgverlener en patiënt overeenstemming bereiken over
gezondheidsgedrag
- Compliance: in welke mate patiënt eenzijdig door zorgverlener gegeven advies opvolgt
- Adherence: mate waarin gedrag van patiënt correspondeert met door zorgverlener gegeven
advies waarmee patiënt heeft ingestemd.
- Persistence: continuïteit van behandeling, volhouden.
- Health belief model: mate waarin patiënt medische voorschriften opvolgen hangt samen met
hun opvattingen omtrent ziekte en gezondheid en daarop gebaseerde verwachtingen.
o Patiënten volgen voorschriften vaker op wanneer:
Ze zich vatbaar achten voor de ziekte.
Ze geloven dat ziekte nadelige gevolgen zal hebben
Als ze nadelen van de behandeling acceptabel vinden
- Wilskracht: vermogen om je aandacht, emoties en verlangens te beheersen, maar ook het
vermogen om te doen wat je moet doen (ook als je daar geen zin in hebt)
- om te achterhalen of patiënten therapietrouw zijn is het belangrijk om vragen te formuleren
naar therapietrouw.
o Bijvoorbeeld: “veel mensen vinden het lastig om altijd medicijnen in te nemen, hoe
vaak neemt u uw medicijnen niet in?” In plaats van “neemt u uw medicijnen altijd
in?”
- Depressieve klachten verlagen kwaliteit van leven en hebben negatieve gevolgen voor
behandeling van diabetes.
o Dieetadviezen slechter opgevolgd, minder therapietrouw, minder beweging, glucose
minder adequaat monitoren.
- Psychosociale interventies voor DM
o Educatie en steun: informatie, training in verzorging, lotgenoten, familie
o Ontspanningsoefeningen
o Cognitieve therapie: niet constructieve gedachten vervangen door constructieve
gedachten
o Inzicht gevende therapie: inzicht verschaffen in oorsprong van gevoelens en
problemen
o Gezinstherapie: cognitief gedragsmatig, inzicht gevend. Interactie tussen
familieleden.
- Zelfmanagement tools DM:
o Diabetergestemd
o Diabetesforum
o Diabetes de baas
- Persoonlijkheidskenmerken zijn van invloed op reacties op stressvolle situaties en daardoor
op de mate waarin we stress ervaren.
- Moderatoren: factoren die kunnen voorkomen dat een stressor stress veroorzaakt.
o Beïnvloeden stressniveau dat we beleven, verlagen dit niveau.
- Type A gedragspatroon: wordt gekenmerkt door intense, agressieve, competitieve of
perfectionistische reacties op gebeurtenissen > sneller kans op hartkwalen.
o Minder vertrouwen, sneller boos en strijdlustiger. Vinden situaties vaak bedreigend >
moeilijker relaties te onderhouden > beschikbaarheid sociale steun neemt af.
, o Ook gedragingen die gezondheid bedreigen, roken, alcohol, overmatig eten
o Arousal neemt sneller toe, het niveau is hoger en duurt langer voordat het weer op
normaal niveau is nadat stressor is verdwenen.
o Hogere concentratie cytokinen, stressreactie wordt verlengd.
o Perfectionisme hangt samen met hooggestelde doelen en angst en depressie bij niet
bereiken van de doelen.
- Locus of control: plek waar individu belangrijkste invloed op gebeurtenissen in leven situeert
o Internaliseren: interne locus of control, de mens heeft veel invloed op de resultaten
van leven. Bijv hard studeren > goede cijfers.
o Externaliseren: externe locus of control, mens heeft weinig invloed op resultaten van
het leven. Bijv mate waarin ze geliefd zijn bij docent > goed/slecht cijfer.
o Van invloed op levensduur, interne locus of controle.
- Primaire controle: handelingen die externe gebeurtenissen sturen.
o In westerse culturen.
- Secundaire controle: beheersen van individuele reacties op externe gebeurtenissen.
o Oosterse culturen.
- Aangeleerde hulpeloosheid: geleerd om negatieve gebeurtenissen toe te schrijven aan eigen
persoonlijke gebreken.
o Externe locus of controle
- Weerbaarheid: houding gebaseerd op weerstand tegen stress. Bestaat uit 3 factoren:
o Uitdaging; veranderingen zien als een uitdaging en mogelijkheid om te leren en
groeien.
o Betrokkenheid of toewijding: ze gaan ervoor. Zoeken naar manier om uitdaging het
hoofd te bieden.
o Controle: interne locus of controle, goed in oplossen van problemen. Geen
aangeleerde hulpeloosheid.
- Optimisme: positief, stressoren worden geïnterpreteerd als situationeel en tijdelijk.
o Positieve emoties stimuleren afweerstelsel. Stressvolle situaties hoofd bieden door
actieve coping.
o Kenmerkt zich door 3 aannames of attributies over negatieve gebeurtenissen:
Toeschrijven aan specifieke situaties. > slecht cijfer voor toets = niet slecht
op school.
Verklaringen zoeken in situationele factoren en niet in persoonlijke factoren.
> dag van tevoren les gemist ipv niet slim genoeg.
Situaties beschouwen als tijdelijk. > geen lessen meer missen dus volgende
toets beter ipv haal het lage cijfer nooit meer op.
o Positieve instelling aanleren door denken, zelfbeeld en gedrag op constructieve
manier aan te passen.
- Veerkracht: capaciteit om aan te passen en welzijn te bereiken.
- Er zijn 2 soorten gedrag voor stressmanagement;
o Afweer: reduceren van symptomen van stress of verminderen van bewustzijn van de
symptomen.
Nadeel: de stress komt onvermijdelijk terug.
o Coping: oorzaken van stress verminderen of wegnemen.
Probleemgericht: actie die wordt ondernomen om stressor te begrijpen en
oplossing te vinden voor probleem dat gerelateerd is aan stressor.
Emotiegericht: reguleren van emotionele reactie op stressor. Gevoelens
identificeren en concentreren om ze te verwerken.
Piekeren: blijven hangen in negatieve gedachten (in plaats van
emoties)
- Positieve coping strategieën