1. Intocht in Jeruzalem
• Inhoud: Jezus rijdt op een ezel Jeruzalem binnen, begroet door het volk.
• Personages:
o Jezus: Op een ezel, met zegenend gebaar.
o Volk: Legt mantels en palmtakken op de weg.
o Apostelen: Volgen Jezus.
• Kenmerken: Stadspoort, palmtakken, mensen in actie (mantels spreiden, juichen).
2. Laatste Avondmaal
• Inhoud: Jezus eet met zijn twaalf discipelen voor zijn dood; instelling van de eucharistie.
• Personages:
o Jezus: In het midden, wijzend op het brood of kelk.
o Judas: Vaak geïsoleerd, met geldbuidel of zich afwendend.
o Apostelen: In levendige discussie.
• Kenmerken: Lange tafel, binnenruimte, symbolische objecten (brood, wijn, vis).
3. Wassing van de voeten
• Inhoud: Jezus wast de voeten van zijn leerlingen als teken van nederigheid.
• Personages:
o Jezus: Gebukt, wast voeten.
o Petrus: Vaak verzet hij zich uit eerbied.
• Kenmerken: Kom met water, handdoek, vaak in dezelfde ruimte als het Avondmaal.
4. Gebed in de Hof van Olijven (Getsemane)
• Inhoud: Jezus bidt in angst voor zijn naderende lijden.
• Personages:
o Jezus: Knielend, met een engel die een kelk aanreikt (symbool van lijden).
o Apostelen: Slapen op de achtergrond.
• Kenmerken: Nachtelijke scène, olijfbomen, eenzaamheid, maanlicht.
5. Arrestatie van Jezus (Kus van Judas)
• Inhoud: Judas verraadt Jezus met een kus; soldaten nemen hem gevangen.
• Personages:
o Jezus: Rustig, in het midden.
o Judas: Geeft kus, soms met geldbuidel.
o Soldaten: Gewapend.
o Petrus: Snijdt oor af van Malchus.
• Kenmerken: Drukte, fakkels, geweld.
6. Jezus voor de Hogepriester (Kajafas)
• Inhoud: Jezus wordt berecht door de Joodse raad.
• Personages:
o Jezus: Vaak stilzwijgend of rustig.
o Kajafas: Beschuldigend, dramatisch gebaar.
o Oudsten en Schriftgeleerden.
• Kenmerken: Binnenruimte, gescheurde kleren (als teken van woede), schriftrollen.
7. Jezus voor Pilatus
• Inhoud: Jezus wordt aan Pilatus voorgeleid.
• Personages:
o Pilatus: Zittend op een rechterstoel, wast zijn handen.
, o Jezus: Soms in purperen mantel en met doornenkroon.
o Volksmenigte: Roept "Kruisig hem!".
• Kenmerken: Architecturale setting, schalen met water.
8. Geseling van Christus
• Inhoud: Jezus wordt gegeseld bij de zuil.
• Personages:
o Jezus: Geknield of vastgebonden aan een zuil.
o Beulen: Twee of meer mannen met gesels.
• Kenmerken: Zuil, bloedende rug, dramatische houdingen.
9. Doornenkroning
• Inhoud: Jezus wordt bespot en gekroond met doornen.
• Personages:
o Jezus: Zittend, met rietstok als spot-scepter.
o Soldaten: Bespotten, slaan of knielen spottend.
• Kenmerken: Doornenkroon, purperen mantel, spotgebaren.
10. Ecce Homo ("Zie de Mens")
• Inhoud: Jezus wordt getoond aan het volk, vernederd.
• Personages:
o Pilatus: Wijst op Jezus.
o Jezus: Doornenkroon, bebloed, handen gebonden.
o Menigte: Roept "Kruisig hem!".
• Kenmerken: Balkon of verhoog, expressieve reacties van het volk.
11. Kruisdraging
• Inhoud: Jezus draagt zijn kruis naar Golgotha.
• Personages:
o Jezus: Gebogen onder het kruis.
o Simon van Cyrene: Helpt soms dragen.
o Maria, Johannes, vrouwen van Jeruzalem: In tranen.
• Kenmerken: Straat of heuvelpad, valpartijen, dramatisch proces.
12. Kruisiging
• Inhoud: Jezus wordt gekruisigd tussen twee misdadigers.
• Personages:
o Jezus: Aan het kruis, met inscriptie "INRI".
o Goede en slechte moordenaar: Aan weerszijden.
o Maria, Johannes, Maria Magdalena: Aan de voet van het kruis.
o Romeinse soldaten: Soms dobbelend om Jezus’ kleed.
• Kenmerken: Golgotha, drie kruisen, dramatische hemel.
13. Afneming van het Kruis
• Inhoud: Jezus wordt van het kruis genomen.
• Personages:
o Nicodemus en Jozef van Arimathea: Verwijderen het lichaam.
o Maria: Houdt Jezus vast of is flauwgevallen.
o Maria Magdalena: Aan de voeten van Jezus.
• Kenmerken: Ladder, doek, samengebalde groep rond het lichaam.
14. Graflegging
• Inhoud: Jezus’ lichaam wordt in het graf gelegd.
• Personages:
o Jezus: Ontzield lichaam, gewikkeld in linnen.
, o Maria, Johannes, Nicodemus, Jozef van Arimathea.
• Kenmerken: Rotsgraf, plechtige sfeer, linnen doeken.
15. Verrijzenis (Pasen)
• Inhoud: Jezus staat op uit het graf.
• Personages:
o Jezus: Stralend, met overwinningsvlag of kruisbanier.
o Soldaten: Slapen of vluchten in verwarring.
• Kenmerken: Open graf, licht, dramatische tegenstelling tussen goddelijke opstanding en
menselijke verbijstering.
16. Noli me tangere
• Inhoud: Maria Magdalena herkent de verrezen Jezus, maar mag hem niet aanraken.
• Personages:
o Jezus: In tuinierkledij (hoed, schop).
o Maria Magdalena: Knielend, reikt naar hem.
• Kenmerken: Tuinscène, ontmoeting vol verwondering.
17. De Emmaüsgangers
• Beschrijving: Twee leerlingen lopen bedroefd van Jeruzalem naar Emmaüs. Jezus voegt zich
bij hen, maar zij herkennen hem pas bij het breken van het brood.
• Personages:
o Jezus: Aanvankelijk incognito, later herkend.
o Kleopas en een andere leerling: In gesprek met Jezus; verbaasd bij de herkenning.
• Kenmerken:
o Weg of landschap met drie figuren lopend.
o Binnenruimte met tafel en brood (herkenningsmoment).
o Vaak dramatische expressie van verrassing bij de leerlingen.
18. Het Ongeloof van Thomas
• Beschrijving: De apostel Thomas gelooft pas dat Jezus is verrezen wanneer hij de wonden
mag aanraken.
• Personages:
o Jezus: Toont zijn zijwonde en littekens.
o Thomas: Raakt of wijst naar de wonde; soms op de knieën.
o Andere apostelen: Getuigen de scène, met bewondering of eerbied.
• Kenmerken:
o Binnenruimte, meestal in een bovenzaal.
o Jezus met ontbloot bovenlichaam.
o Emotie: van twijfel naar geloof (“Mijn Heer en mijn God!”).
19. Hemelvaart
• Beschrijving: Jezus stijgt op ten hemel 40 dagen na zijn opstanding.
• Personages:
o Jezus: In de lucht of staand op een bergtop, vaak gezegend met hand omhoog.
o Apostelen: Kijken omhoog, verbaasd of biddend.
o Maria: Centraal geplaatst, vaak met vredige uitdrukking.
o Twee engelen: Verklaren Jezus’ hemelvaart.
• Kenmerken:
o Berglandschap of Olijfberg.
o Wolk die Jezus opneemt.
o Soms: alleen voeten zichtbaar die verdwijnen in een wolk (“voethemelvaart”).