Britse Rijk per eeuw/tijdvak:
1500 – e eeuw / tijdvak 5:
Brits-Amerika (leidende vraag 1):
Eind 16e eeuw verkenden de Engelsen Noord-Amerika als mogelijke uitvalsbasis
in de strijd met het katholieke Spanje en als eventuele kolonie
KA 18: ‘het begin van Europese overzeese expansie’
1600 – e eeuw / tijdvak 6:
Brits-Amerika (leidende vraag 1):
In 1620 stichtten de protestantse Pilgrim Fathers er een Engelse nederzetting,
met als doel er een geheel nieuwe samenleving te beginnen.
KA 21: ‘De protestantse reformatie...’
In de 17e eeuw groeiden de groepen kolonisten in Amerika gestaag. Aanvankelijk
bestonden er handelscontacten met de inheemse bevolking. Bloedige oorlogen
en geïmporteerde ziekten zorgden er daarna snel voor dat die inheemse
bevolking werd gedecimeerd.
KA 25: ‘wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van
een wereldeconomie’
De noordelijke koloniën aan de oostkust waren vestigingskoloniën, gericht op
landbouw, handel en nijverheid. De koloniën in het zuiden ontwikkelden zich
steeds meer tot plantage-economieën, waar producten als tabak en katoen voor
de export werden verbouwd.
De dertien koloniën aan de oostkust van Noord-Amerika vormden slechts een
deel van het Britse rijk in Amerika. Andere Engelse plantagekoloniën in het
Caribische gebied, zoals Barbados en Jamaica, waren winstgevender. Alle Engelse
koloniën maakten gebruik van de arbeid van slaafgemaakten, maar in de
zuidelijke plantagekoloniën vormden zij een groter deel van de bevolking. De
driehoekshandel, waarvoor de Engelsen de Royal African Company (1660)
oprichtten, was lucratief.
KA 29: ‘Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van
plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel...’
(hoogtepunt van dit ka zit in tijdvak 7 maar kan ook tijdvak 6)
Brits-Indië (leidende vraag 2):
Sinds het begin van de 17e eeuw had de East India Company (1600) hier
factorijen van waaruit zij handel dreef met de Mogol-vorsten.
KA 25: ‘wereldwijde handelscontacten...’
1700 – e eeuw / tijdvak 7:
Groot-Brittannië (leidende vraag 3):
Het bezit van koloniën vergrootte de economische voorsprong die Groot-
Brittannië in de 18e en 19e eeuw nam op andere landen.
In de tweede helft van de 18e eeuw ontstond in Groot-Brittannië de industriële
revolutie. Deze werd mogelijk door uitvindingen zoals de Spinning Jenny en de
stoommachine. Door verbeteringen in de landbouw en door ziektebestrijding
groeide de bevolking en nam de vraag naar goederen en het aanbod van
goedkope arbeid toe.
, KA 31: ‘De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor
een industriële samenleving’
Brits-Amerika (leidende vraag 1):
Europese kolonisten kwamen in aanraking met Verlichte ideeën zoals de trias
politica, het idee van volkssoevereiniteit en van natuurlijke rechten.
KA 27: ‘Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle
terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale
verhoudingen’
De kolonisten hadden geen politieke vertegenwoordiging in het parlement in
Groot-Brittannië maar betaalden wel belastingen aan dat land. Dat frustreerde de
kolonisten. Zij kwamen in 1776 in opstand en vormden een onafhankelijke
federale staat, de Verenigde Staten van Amerika.
KA 30: ‘De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg
discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap’
Vanaf het einde van de 18e eeuw kwam in verlichte en in religieuze kringen het
abolitionisme op.
KA 29: ‘... de opkomst van het abolitionisme’
KA 27: ‘Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle
terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale
verhoudingen’
Een verbod op de slavenhandel in het Britse Rijk in 1807 betekende de
economische neergang van Barbados en Jamaica. In 1833 verbood Groot-
Brittannië slavernij daarna in grote delen van het rijk.
KA 29: ‘... de opkomst van het abolitionisme’
Brits-Indië (leidende vraag 2):
Toen de positie van deze vorsten verzwakte, breidde de East India Company haar
macht over India uit. Het verdrag van Allahabad in 1765 betekende het begin van
het Britse rijk in India. Al snel heerste de East India Company over een groot deel
van het Indiase subcontinent en was het innen van belasting een belangrijke
inkomstenbron.
KA 25: ‘wereldwijde handelscontacten...’
Bij de controle over het Britse rijk en voor het afdwingen en beschermen van de
handel speelden de Royal Navy en het Brits-Indische leger een grote rol. Dat
leger bestond uit Indiase soldaten onder leiding van Britse officieren. Migratie
vanuit Groot-Brittannië was er nauwelijks. Een kleine groep Britten voerde het
bestuur over miljoenen Indiërs. Zij maakten hierbij gebruik van het bestaande
inheemse bestuur.
KA 25: ‘wereldwijde handelscontacten...’
1800 – e eeuw / tijdvak 8:
Groot-Brittannië (leidende vraag 3):
Ondernemers investeerden winsten uit de koloniën in industrie en transport in
Groot-Brittannië, waar eerst vaarwegen en daarna spoorwegen werden
aangelegd.
Grondstoffen, met name katoen, kwamen uit de koloniën in het Caribische
gebied, uit de Verenigde Staten en uit India. Daarnaast werd vooral India in de
1500 – e eeuw / tijdvak 5:
Brits-Amerika (leidende vraag 1):
Eind 16e eeuw verkenden de Engelsen Noord-Amerika als mogelijke uitvalsbasis
in de strijd met het katholieke Spanje en als eventuele kolonie
KA 18: ‘het begin van Europese overzeese expansie’
1600 – e eeuw / tijdvak 6:
Brits-Amerika (leidende vraag 1):
In 1620 stichtten de protestantse Pilgrim Fathers er een Engelse nederzetting,
met als doel er een geheel nieuwe samenleving te beginnen.
KA 21: ‘De protestantse reformatie...’
In de 17e eeuw groeiden de groepen kolonisten in Amerika gestaag. Aanvankelijk
bestonden er handelscontacten met de inheemse bevolking. Bloedige oorlogen
en geïmporteerde ziekten zorgden er daarna snel voor dat die inheemse
bevolking werd gedecimeerd.
KA 25: ‘wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van
een wereldeconomie’
De noordelijke koloniën aan de oostkust waren vestigingskoloniën, gericht op
landbouw, handel en nijverheid. De koloniën in het zuiden ontwikkelden zich
steeds meer tot plantage-economieën, waar producten als tabak en katoen voor
de export werden verbouwd.
De dertien koloniën aan de oostkust van Noord-Amerika vormden slechts een
deel van het Britse rijk in Amerika. Andere Engelse plantagekoloniën in het
Caribische gebied, zoals Barbados en Jamaica, waren winstgevender. Alle Engelse
koloniën maakten gebruik van de arbeid van slaafgemaakten, maar in de
zuidelijke plantagekoloniën vormden zij een groter deel van de bevolking. De
driehoekshandel, waarvoor de Engelsen de Royal African Company (1660)
oprichtten, was lucratief.
KA 29: ‘Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van
plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel...’
(hoogtepunt van dit ka zit in tijdvak 7 maar kan ook tijdvak 6)
Brits-Indië (leidende vraag 2):
Sinds het begin van de 17e eeuw had de East India Company (1600) hier
factorijen van waaruit zij handel dreef met de Mogol-vorsten.
KA 25: ‘wereldwijde handelscontacten...’
1700 – e eeuw / tijdvak 7:
Groot-Brittannië (leidende vraag 3):
Het bezit van koloniën vergrootte de economische voorsprong die Groot-
Brittannië in de 18e en 19e eeuw nam op andere landen.
In de tweede helft van de 18e eeuw ontstond in Groot-Brittannië de industriële
revolutie. Deze werd mogelijk door uitvindingen zoals de Spinning Jenny en de
stoommachine. Door verbeteringen in de landbouw en door ziektebestrijding
groeide de bevolking en nam de vraag naar goederen en het aanbod van
goedkope arbeid toe.
, KA 31: ‘De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor
een industriële samenleving’
Brits-Amerika (leidende vraag 1):
Europese kolonisten kwamen in aanraking met Verlichte ideeën zoals de trias
politica, het idee van volkssoevereiniteit en van natuurlijke rechten.
KA 27: ‘Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle
terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale
verhoudingen’
De kolonisten hadden geen politieke vertegenwoordiging in het parlement in
Groot-Brittannië maar betaalden wel belastingen aan dat land. Dat frustreerde de
kolonisten. Zij kwamen in 1776 in opstand en vormden een onafhankelijke
federale staat, de Verenigde Staten van Amerika.
KA 30: ‘De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg
discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap’
Vanaf het einde van de 18e eeuw kwam in verlichte en in religieuze kringen het
abolitionisme op.
KA 29: ‘... de opkomst van het abolitionisme’
KA 27: ‘Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle
terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale
verhoudingen’
Een verbod op de slavenhandel in het Britse Rijk in 1807 betekende de
economische neergang van Barbados en Jamaica. In 1833 verbood Groot-
Brittannië slavernij daarna in grote delen van het rijk.
KA 29: ‘... de opkomst van het abolitionisme’
Brits-Indië (leidende vraag 2):
Toen de positie van deze vorsten verzwakte, breidde de East India Company haar
macht over India uit. Het verdrag van Allahabad in 1765 betekende het begin van
het Britse rijk in India. Al snel heerste de East India Company over een groot deel
van het Indiase subcontinent en was het innen van belasting een belangrijke
inkomstenbron.
KA 25: ‘wereldwijde handelscontacten...’
Bij de controle over het Britse rijk en voor het afdwingen en beschermen van de
handel speelden de Royal Navy en het Brits-Indische leger een grote rol. Dat
leger bestond uit Indiase soldaten onder leiding van Britse officieren. Migratie
vanuit Groot-Brittannië was er nauwelijks. Een kleine groep Britten voerde het
bestuur over miljoenen Indiërs. Zij maakten hierbij gebruik van het bestaande
inheemse bestuur.
KA 25: ‘wereldwijde handelscontacten...’
1800 – e eeuw / tijdvak 8:
Groot-Brittannië (leidende vraag 3):
Ondernemers investeerden winsten uit de koloniën in industrie en transport in
Groot-Brittannië, waar eerst vaarwegen en daarna spoorwegen werden
aangelegd.
Grondstoffen, met name katoen, kwamen uit de koloniën in het Caribische
gebied, uit de Verenigde Staten en uit India. Daarnaast werd vooral India in de