Bank en financiewezen = onderdeel van de leerlijn Management van
bedrijfsdomeinen
Hoorcolleges en werkcolleges/oefensessies op campus
• Hoorcolleges
– (T)EW: dinsdag 9-11u; donderdag 11-13u
Aula AP 00.15 (Max Weber)
• Werkcolleges volgens planning/groepsindeling terug te vinden op
Toledo
• BLOC-sessies (inschrijven via Toledo)
• Individuele afspraak (inschrijven via Toledo)
• Paastoets (vrijblijvend) tijdens paasvakantie
Evaluatie
Combinatie van afsluitend examen (90%) en groepswerk (10%)
• Schriftelijk, gesloten boek examen waarbij wordt geëvalueerd op
theorie en toepassingen
– 14 meerkeuzevragen (75%)
– 2 open vragen (25%)
Voorbeeldexamenvragen worden besproken tijdens hoorcolleges en
oefensessies
• Groepswerk: geïntegreerde reële gevalstudie rond Bank- en
Financiewezen, de Globale Economie en Basis Programmeren.
,LES1. Hoofdtaak van de bank is intermediatiefunctie: fondsen
aantrekken van spaarders en hiermee kredieten verlenen aan ontleners
en ook met buitenbalans activitieten
Deel I renterekenen en de rentedragende bankproducten
1. De bankbalans
2. Methoden van renteberekening en diverse fonanciele producten
3. annuiteiten (toelate om veel sneller renteberekning te doen)
4. algemene theroie van lening of krediet
5. kredieten aan marticulieren
6. kredieten aan ondernemingen
1. De bankbalans
Bankbalans opgeteld in België 1300 miljard en BBP maar 500 miljard
Actief zijde= kredieten grote post
Pasief zijde= deposito’s
Een bank haalt geld op bij spaarder dat zijn desposits en gebruiken deze om kredieten te
verlenen…
,Activa
MVA: bankkantoren
IVA: reputatie van bank en knowhow van personeel
FVA: deelname aan onderneming
(vertrouwen en reputatie is cruciaal anders falliet anders mensen geld
terug vragen maar ales zit in kredieten van min 25 jaar kunnen
depositos niet vergeoeden bank run!)
Overheidspapier: staatdsbon (om staatdsschuld te financieren)
Kredieten: bij onderneming of particulieren (hypothecaire middelen,
consumentenkredieten bv.auto)
Kasgeld: liquide middelen cash/efecten dat heel snel in cash kan
omgezet worden
Interbank-vorderingen: banken kunnen geld lenen aan andere
banken voor op kortte termijn voeldoende liquisde middelen te
hebben
à banken zijn dus verweven met elkaar, risico’s kunnen dus
doorggeven wordenn als een bank hun schuld aan een andere
bank niet kan voeldoen
Pasiva
Eigen vermogen: verliezen aan actief zijde op te vangen een bufer,
daarom is voeldoende grote bufer belangrijk
à Solvabilitietratio (grote van de buQer verhouding tussen eigen
vermogen en het belans totaal of vreemd vermorgen) = hoe groter
de bufer destemeer solvabel de onderneming is…
à Solvabilitiet banken is 6%, dit is erg laag, je moet
normaal +30%. Alle banken in andere landen hebben dit ook
dus geen goede maatstaf. Dit komt door eigenheid van
balans. Wel risico’s door laag eigenvermogen dus bij
verliezen zal eigen vermogen snel dalen. Overheid legt
daarom minimum kapitaal op
, Disposito’s: hoe banken zich financieren andere ondernemingen
doen dit door aandeelhouders (spaar/zicht rekeningen, wij zijn
schuldeisers) banken hebben dus interactie aan passiefzijde!
Schuldbewijs: efecten zoals obligaties zodat je zelf geld uitleent
aan een bank
à toen rente heel laag waren erg geen schuldbewijzen op de
markt dit was niet intressant voor klanten
Interbankschulden: schulden onderling tussen banken
Methode van rente berekeningen en diverse financiële producten
Inleiding Kapitaal, rente, rentevoet
Vb1.
Rentevergoeding die je ontvangt hangt af van grootte van uitegeleend
kapitaal, de rentevoet en de beleggingsduur. Consistentie tussen periode
rentevoet en duur van belegging: bv 240 maanden beleggen = rentevoet in
maanden
Intrestberekening op twee wijzen…
1. enkelvoudige intrestberekening: geen rente op rente
2. samengestelde intrestberekening: wel rente op rente dus
exponontiel
Waarde van geldsom hangt af van het tijdstip door inflatie dus wilt belegger vergoed
worden voor stijgende prijzen en reele intrest: belegger wilt vergoeding voor
uitgelestelde consumptie. Deze twee factoren zorgen ervoor dat nominale intrest
positief gaat zijn. Een rente kan negatief zijn door lage inflatie… (dus inflatie en reële
intrest)