Effectiviteit van onderwijs
College 1 (16/4): Inleiding op schoole ectiviteit en opdracht
College 2 (23/4): E ectieve factoren (deel 1)
College 3 (7/5): E ectieve factoren (deel 2)
College 4 (14/5): Evidence-based interventies (o.a. Dietrichson, Slavin, Borman)
Gastcollege (21/5): Inspectie van het Onderwijs en kwaliteitsgebieden
College 5 (28/5): E ectiviteit op stelselniveau (bijv. PISA, beleid, contextfactoren)
ffff ff
, HOORCOLLEGE 1
Begrippen
Evaluatie = bepalen van de waarde
E ectiviteit = mate waarin met erin slaagt om bepaalde doelen te behalen
E ciëntie =mate waarin met erin slaagt om met zo weinig mogelijk middelen, bepaalde doelen de
behalen
Probleem bij input: niet bij elke school is de input hetzelfde, leerling populaties verschillen per
school bijvoorbeeld erg.
E ectiviteit in onderwijs
• Educational e ectiveness —> e ectiviteit van het onderwijssysteem als geheel. Bijvoorbeeld op
basis van internationaal vergelijkend onderwijs (PISA, ICCS)
• School e ectiveness —> e ectiviteit school als organisatie en onderwijssysteem, kenmerken
van Schoolbeleid en processen
• Intructuional e ectivness —> e ectiviteit op het niveau van de klas, bijvoorbeeld kenmerken van
leerkrachten en instructie
De nitie van schoole ectiviteit = The performance of the school can be expressed as the
output of the school, which in turn is measured in terms of the average achievement of the pupils
at
the end of a period of formal schooling (Scheerens, 2000, UNESCO)
- e ectiviteit moet blijken uit resultaten
- Cognitief en niet cognitief
- Vast te stellen na maatschappelijk en politiek debat bv. Leesvaardigheden dalen in het
onderwijs, dit is te zien in een PISA onderzoek, als Nederland willen we weten hoe die
resultaten meer e ectief worden op dit gebied. Dus het maatschappelijk debat gaat
momenteel over begrijpend lezen.
- Aan verandering onderhevig
Een voorbeeld van een output van drie scholen
ffffi
fffi ff ffff ff ff ff ffff
, Output van die scholen in gra ek:
- bovenste lijnen zijn de meest e ectieve scholen
- Helling is van belang, om te kijken naar de verschillen tussen scholen
-
Toegevoegde waarde als methode om schoole ectiviteit te bepalen
• “In welke mate verschillen scholen van elkaar inzake performantie wanneer ze min of meer
gelijk zijn in termen van de capaciteiten en sociaal-economische achtergrond van hun
leerlingen”(Scheerens, 2000).
• An e ective school is a school in which the students progress further than might be expected
from consideration of its intake” (Mortimore, 1993)
• Performantie = eindprestatie
• Het verschil in regressie lijnen met corrigeren voor achtergrond leerlingen
Verschillen in input tussen scholen;
• Aanvangsniveau
• Intelligentie
• Nederlandse taalbeheersing
• Gesproken thuistaal
• Opleidingsniveau van ouders
• Ondersteuning bij schoolwerk
• Beschikbare middelen thuis (boeken, laptop, etc.)
• Gebruik van schaduwonderwijs
Bruto en netto school e ecten
Bruto e ect: gemiddelde ongecorrigeerde (leer) prestatie / ook wel Gross school e ect: type )
school e ect genoemd.
Netto e ect: gemiddelde voor leerling kenmerken gecorrigeerde leerprestatie. Alternatieve
benamingen: toegevoegde waarde (value added) type A school e ect, type B school e ect.
ff ffff ff fi ff ff ff ff ff
, Modellen voor schoole ectiviteit
Overzicht:
Type 0; niet corrigeren
Type A: eerdere prestaties en leerling achtergond
Type AA: alleen leerling prestaties
Type B: eerdere prestaties, leerling actergrond, school compositie
Type x: onderveranderlijke schoolkenmerken , school- compositie, leerlingen achtergrond, eerdere
prestaties. BV. Regio (verschillen Limburg en zuid Holland)
• Welk model is voor onderwijstoezicht het meest bruikbaar en waarom?
Type B ; meest relevant hier voor
• Welk model is voor schoolkeuze het meest bruikbaar? En waarom?
Type AA: welke school presteert goed? > wil ik mijn kind hier na toe Sture
Even in 1 overzicht:
Type 0 – Niet corrigeren
• Alleen de ruwe eindprestaties worden bekeken (bijv. gemiddelde eindscores per school).
• Geen correctie voor achtergrond of beginsituatie van leerlingen.
• Probleem: zegt weinig over e ectiviteit van de school zelf, want een school met veel
sterke leerlingen zal er automatisch goed uitzien.
Type A – Eerdere prestaties + leerlingachtergrond
• Houdt rekening met:
◦ Eerder behaalde resultaten (zoals LVS-scores)
◦ Leerlingachtergrondkenmerken (bijv. SES, thuistaal, migratieachtergrond)
• Betere vergelijking van scholen op basis van wat zij daadwerkelijk bijdragen aan
leerontwikkeling
Type AA – Alleen leerlingprestaties
• Vergelijkt leerprestaties zonder eerdere gegevens of achtergrondinformatie.
• Meest geschikt voor ouderperspectief/schoolkeuze:
◦ "Welke school scoort goed?"
◦ Niet per se eerlijk of diepgaand, maar praktisch en overzichtelijk
• Geen correctie → dus gevoelig voor populatieverschillen
Type B – Type A + Schoolcompositie
• Neemt leerlingkenmerken + eerdere prestaties én de schoolpopulatie als geheel mee
(schoolcompositie)
◦ Bijv. gemiddeld SES op de school, aantal leerlingen met speci eke achtergrond,
etc.
• Meest geschikt voor onderwijstoezicht (Inspectie):
◦ Maakt onderscheid tussen:
▪ Hoe een school presteert
▪ En of die prestatie beter/slechter is dan je zou verwachten gezien de
omstandigheden
ff ff fi
College 1 (16/4): Inleiding op schoole ectiviteit en opdracht
College 2 (23/4): E ectieve factoren (deel 1)
College 3 (7/5): E ectieve factoren (deel 2)
College 4 (14/5): Evidence-based interventies (o.a. Dietrichson, Slavin, Borman)
Gastcollege (21/5): Inspectie van het Onderwijs en kwaliteitsgebieden
College 5 (28/5): E ectiviteit op stelselniveau (bijv. PISA, beleid, contextfactoren)
ffff ff
, HOORCOLLEGE 1
Begrippen
Evaluatie = bepalen van de waarde
E ectiviteit = mate waarin met erin slaagt om bepaalde doelen te behalen
E ciëntie =mate waarin met erin slaagt om met zo weinig mogelijk middelen, bepaalde doelen de
behalen
Probleem bij input: niet bij elke school is de input hetzelfde, leerling populaties verschillen per
school bijvoorbeeld erg.
E ectiviteit in onderwijs
• Educational e ectiveness —> e ectiviteit van het onderwijssysteem als geheel. Bijvoorbeeld op
basis van internationaal vergelijkend onderwijs (PISA, ICCS)
• School e ectiveness —> e ectiviteit school als organisatie en onderwijssysteem, kenmerken
van Schoolbeleid en processen
• Intructuional e ectivness —> e ectiviteit op het niveau van de klas, bijvoorbeeld kenmerken van
leerkrachten en instructie
De nitie van schoole ectiviteit = The performance of the school can be expressed as the
output of the school, which in turn is measured in terms of the average achievement of the pupils
at
the end of a period of formal schooling (Scheerens, 2000, UNESCO)
- e ectiviteit moet blijken uit resultaten
- Cognitief en niet cognitief
- Vast te stellen na maatschappelijk en politiek debat bv. Leesvaardigheden dalen in het
onderwijs, dit is te zien in een PISA onderzoek, als Nederland willen we weten hoe die
resultaten meer e ectief worden op dit gebied. Dus het maatschappelijk debat gaat
momenteel over begrijpend lezen.
- Aan verandering onderhevig
Een voorbeeld van een output van drie scholen
ffffi
fffi ff ffff ff ff ff ffff
, Output van die scholen in gra ek:
- bovenste lijnen zijn de meest e ectieve scholen
- Helling is van belang, om te kijken naar de verschillen tussen scholen
-
Toegevoegde waarde als methode om schoole ectiviteit te bepalen
• “In welke mate verschillen scholen van elkaar inzake performantie wanneer ze min of meer
gelijk zijn in termen van de capaciteiten en sociaal-economische achtergrond van hun
leerlingen”(Scheerens, 2000).
• An e ective school is a school in which the students progress further than might be expected
from consideration of its intake” (Mortimore, 1993)
• Performantie = eindprestatie
• Het verschil in regressie lijnen met corrigeren voor achtergrond leerlingen
Verschillen in input tussen scholen;
• Aanvangsniveau
• Intelligentie
• Nederlandse taalbeheersing
• Gesproken thuistaal
• Opleidingsniveau van ouders
• Ondersteuning bij schoolwerk
• Beschikbare middelen thuis (boeken, laptop, etc.)
• Gebruik van schaduwonderwijs
Bruto en netto school e ecten
Bruto e ect: gemiddelde ongecorrigeerde (leer) prestatie / ook wel Gross school e ect: type )
school e ect genoemd.
Netto e ect: gemiddelde voor leerling kenmerken gecorrigeerde leerprestatie. Alternatieve
benamingen: toegevoegde waarde (value added) type A school e ect, type B school e ect.
ff ffff ff fi ff ff ff ff ff
, Modellen voor schoole ectiviteit
Overzicht:
Type 0; niet corrigeren
Type A: eerdere prestaties en leerling achtergond
Type AA: alleen leerling prestaties
Type B: eerdere prestaties, leerling actergrond, school compositie
Type x: onderveranderlijke schoolkenmerken , school- compositie, leerlingen achtergrond, eerdere
prestaties. BV. Regio (verschillen Limburg en zuid Holland)
• Welk model is voor onderwijstoezicht het meest bruikbaar en waarom?
Type B ; meest relevant hier voor
• Welk model is voor schoolkeuze het meest bruikbaar? En waarom?
Type AA: welke school presteert goed? > wil ik mijn kind hier na toe Sture
Even in 1 overzicht:
Type 0 – Niet corrigeren
• Alleen de ruwe eindprestaties worden bekeken (bijv. gemiddelde eindscores per school).
• Geen correctie voor achtergrond of beginsituatie van leerlingen.
• Probleem: zegt weinig over e ectiviteit van de school zelf, want een school met veel
sterke leerlingen zal er automatisch goed uitzien.
Type A – Eerdere prestaties + leerlingachtergrond
• Houdt rekening met:
◦ Eerder behaalde resultaten (zoals LVS-scores)
◦ Leerlingachtergrondkenmerken (bijv. SES, thuistaal, migratieachtergrond)
• Betere vergelijking van scholen op basis van wat zij daadwerkelijk bijdragen aan
leerontwikkeling
Type AA – Alleen leerlingprestaties
• Vergelijkt leerprestaties zonder eerdere gegevens of achtergrondinformatie.
• Meest geschikt voor ouderperspectief/schoolkeuze:
◦ "Welke school scoort goed?"
◦ Niet per se eerlijk of diepgaand, maar praktisch en overzichtelijk
• Geen correctie → dus gevoelig voor populatieverschillen
Type B – Type A + Schoolcompositie
• Neemt leerlingkenmerken + eerdere prestaties én de schoolpopulatie als geheel mee
(schoolcompositie)
◦ Bijv. gemiddeld SES op de school, aantal leerlingen met speci eke achtergrond,
etc.
• Meest geschikt voor onderwijstoezicht (Inspectie):
◦ Maakt onderscheid tussen:
▪ Hoe een school presteert
▪ En of die prestatie beter/slechter is dan je zou verwachten gezien de
omstandigheden
ff ff fi