Encyclopedie der Rechtswetenschap II.
Samenvatting/Essay uitwerkingen
Gool, J.H. van (Jari)
,Inhoudsopgave
Hoe ziet het tentamen er uit ........................................................................................... 2
Week 1 (De aard van het recht) ....................................................................................... 3
Fuller (The case of the speluncean exploreers)......................................................................3
Hart (postivisme en de scheiding tussen recht en moraal) .....................................................6
Week 2 (Het rechtsbegrip) .............................................................................................. 8
Hart (sovereing ans subject) .................................................................................................8
Week 3 (Rechtsvinding en Politiek) ............................................................................... 11
Paul scholten, (kenmerken van Recht) ................................................................................ 11
H.L.A Hart (Formalisme en regelscepticisme) ..................................................................... 12
Andrew Altman (rechtsrealisme, critical legal studies en dworkin) ....................................... 12
Week 4 (Liberalisme) ................................................................................................... 16
Martha Nussbaum (A plea for diffuclty) ............................................................................... 16
Charles Mills (The Racial Contract) ..................................................................................... 17
Week 5 (Recht en gemeenschap) .................................................................................. 19
Week 6 (Democratie en rechtstaat) ............................................................................... 22
Wouter Veraart (twee concepties van politieke partijen) ...................................................... 22
Wouter Veraart ( De rechtstaat in het antropoceen. Over de dubbele erfenis van Montesquieu)
......................................................................................................................................... 23
Johanthan Sumption (Human Rights and Wrong)................................................................. 24
Week 7 (Ethiek voor juristen) ........................................................................................ 25
Katharina Pistor (Het recht is de code van het kapitaal) ....................................................... 25
Iris van Domselaar (Een eerlijke deal? Over ethische minimalisme in de corporate advocatuur)
......................................................................................................................................... 26
Wouter Veraart (Ethische valkuilen voor bestuurders) ......................................................... 26
Korte samenvatting/voorbeelden ................................................................................. 29
Rechtspositivisme van Hart ............................................................................................ 29
Constructivisme van Dworkin ......................................................................................... 29
Constructivisme en politiek ............................................................................................ 30
OKIN: ............................................................................................................................. 30
NUSSBAUM:................................................................................................................... 31
Politiek liberalisme ......................................................................................................... 31
Communitarisme ........................................................................................................... 31
Sandels communitarisme ............................................................................................... 32
Een minimalistische conceptie van een pluriforme, democratische samenleving ............. 32
Meer omvattende conceptie van een pluriforme, democratische samenleving ................. 33
, Rechtsrealisme (Altman) ................................................................................................ 33
CLS................................................................................................................................ 34
Hoe ziet het tentamen er uit
Hoe ziet het tentamen er uit? Op het tentamen krijg je 4 essay vragen, je krijgt punten voor de
structuur, inhoud en voor het eigenoordeel/conclusie. * 1 punt voor creativiteit.
Structuur: korte inleiding + vraag, dan een middenstuk met inhoudelijke argumentatie, uitleggen
en het toepassen.
En je concludeert met je eigenoordeel Je zegt dus ik VIND dat, of mijn menig is dat.
(als je structuur aanhoudt heb ja al 2pt)
Gebruik desnoods kopjes, zoals eigenoordeel.
Inhoud:
Wat vragen ze naar bij een casus? Er wordt je gevraagd “leg de stromingen uit” (vaak 2 soms 3)
en pas ze toe. Leg eerst de stromingen uit en pas ze dan pas toe!
Eigenoordeel:
Je eindigt met je eigenoordeel.(eigenlijk een soort conclusie)
Je gebruikt termen zoals: Ik vind, mijn oordeel is. *dit is namelijk altijd een oordeel over de vraag die
je gesteld hebt!
Het laatse punt krijg je voor creativiteit *Bijvoorbeeld als je een stroming noemt die niet bij de vraag
hoort. (Zet dit in je eigen oordeel, mag ook bijvoorbeeld Machiavelli zijn).
Puntentelling: structuur 2/25, Inhoud 18/25, voor de conclusie/eigenoordeel krijg je 4 punten en
tot slot 1 punt voor creativiteit. Totaal dus 25 per vraag, 4 vragen is 100 punten.
Hieronder zijn de weken kort uiteengezet en wordt er met die
informatie vervolgens een Essay voorbeeld gemaakt aan de
hand van het schema hierboven
, Week 1 (De aard van het recht)
Literatuur:
Fuller (The case of the speluncean exploreers)
Hart (postivisme en de scheiding tussen recht en moraal)
Fuller (The case of the speluncean exploreers)
Korte samenvatting – The Case of the Speluncean Explorers (Lon L. Fuller, 1949):
Vijf grotverkenners raken opgesloten in een grot na een instorting. Zonder eten, en met de
redding nog ver weg, besluiten ze via loting één van hen te doden en op te eten om te overleven.
Na hun redding worden ze aangeklaagd voor moord.
De zaak komt voor het Hooggerechtshof van het fictieve land Newgarth. Vijf rechters geven elk
hun eigen juridische en morele interpretatie, waardoor het vonnis in balans blijft en de mannen
formeel ter dood worden veroordeeld – ondanks diepgaande meningsverschillen.
Kernpunten van de verschillende rechterlijke meningen:
Chief Justice Truepenny – Vindt de wet duidelijk: moord = doodstraf. Roept echter de
uitvoerende macht op tot gratie.
Justice Foster – Vindt dat het recht niet van toepassing was in de grot (“natuurtoestand”) en dat
het handelen van de mannen moreel en juridisch verdedigbaar was.
Justice Tatting – Worstelt met het conflict tussen wet en moraal en trekt zich terug uit de zaak.
Justice Keen – Pleit voor strikt legalisme: de taak van een rechter is het toepassen van de wet,
niet het interpreteren van morele overwegingen.
Justice Handy – Richt zich op ‘common sense’ en publieke opinie. Hij vindt dat de mannen niet
veroordeeld hadden moeten worden.
Doel van het stuk:
Fuller gebruikt deze fictieve zaak om verschillende rechtsfilosofische stromingen te illustreren,
zoals positivisme, natuurrecht, legalisme en het pragmatisme. Het stuk is beroemd vanwege zijn
verkenning van de verhouding tussen wet, moraal en de rol van de rechter.
(zie volgende pagina voor essay)
,Essay Bij The case of the Speluncean exploreers/ grot verkenners.
Voorbeeld vraag: Leg uit hoe het rechtspositivisme en het natuurrecht zich verhouden tot de
uitspraken van de rechters in The Case of the Speluncean Explorers. Pas beide stromingen toe
op deze zaak. Wat is jouw oordeel? (meestal is er een casus vooraf op het tentamen)
Inleiding: In de zaak van de grot verkenners draait het om vijf mannen die vast komen te zitten in
een grot, om te overleven doden ze 1 persoon en eten hem op. Na hun redding worden ze
aangeklaagd voor moord (de grot verkenners hadden lootjes getrokken, de persoon wiens idee
dit was trok zich vlak voor de trekking terug en is de gene is opgegeten door de andere).
Er worden in deze zaak meerdere dingen aangekaart over recht en moraal en er zijn rechters
toegewezen op deze zaken die er allemaal anders over denken.
Rechters: (DIT ZAL OP HET TENTAMEN ANDERS GAAN DAN VRAGEN ZE WAARSCHIJNLIJK OM 2
RECHTERS)
Truepenny, Volgt de wet, maar zoekt moreel evenwicht via een gratie verzoek. Formeel
positvisme met een moreel bewustzijn scheid dus recht en moraal, maar zoekt een brug.
Foster Wet is ondergeschikt aan morele doelstellingen, Natuurrecht denker recht is pas geldig
als het moreel te rechtvaardigen is.
Tatting Zoekt juridische consistentie, maar raakt verlamd door conflict tussen recht en moraal
(kiest dus niet). Analytisch, kiest consistentie maar kiest hierdoor dus eigenlijk niks en trekt zich
terug.
Keen ziet het niet moeilijk, de wet verbiedt dit. Wet is Bindend ongeacht moraal of gevolgen.
(extreem) Rechtspositivistisch (geïnsereerd door Austin en een strekte scheiding van recht en
moraal)
Handy De wet moet rechtvaardig voelen voor de samenleving, Pragmatisch en een tikkeltje
populistisch, neigt naar sociaal realisme maar met risico’s. Hij is een democraat die de wet als
instrument inzet!
Chief executief (president), deze kan een gratie verzoek geven, maar deze is zeer streng en zal
dit niet doen in deze zaak.
(conclusie was in de zaak 2 voor, 2 tegen en daardoor werd er veroordeeld tot de dood. Tatting
zijn onthouding maakt hem dus nog steeds onderdeel)
Uitleg rechtpostivisme en natuurrecht (want dit is de vraag.
, Toepassing
Rechtspotivisme is een stroming waarin het recht strikt wordt gezien als het geheel van
geldende rechtsregels los van morele overwegingen (moraal). Volgens deze stroming moeten
rechter alleen kijken naar de letterlijke wet (denk grammaticale interpretatie). Bekende
vertegenwoordiger is bijvoorbeeld Hart.
Rechtpostivisme is goed terug te zien bij Justice keen, hij stelt dat de wet wet is en moord
verbiedt. En legt daarvoor de doodstraf op. De taak van de rechter is niet kijken naar moraal of
publieke opnieuw maar recht te spreken volgens de wet
Natuurrecht, kan je terug zien bij Justice Foster, hij stelt dat de situatie van de grot zo
uitzonderlijk was dat het geschreven recht tijdelijk niet van toepassing was de mannen boven
zich in een natuurtoestand die verdedigbaar is, het recht moet in dienst zijn van de mens en niet
andersom.
Eigenoordeel: Ik ben van mening dat het Rechtspotivisme in dit geval te zwaar zou zijn geweest
aangezien deze grot verkenners al genoeg hebben moeten door staan. Ik zou het dan ook niet
eens zijn met Keen. Dit betekend niet dat ik de natuurrecht toestand van Foster aanhang, er
heeft wel een moord plaats gevonden. Ik zou ook pleiten voor een gratie verzoek net als
Truepenny, Zodat je nog steeds recht spreekt. Ik vindt dit ook geen Laffe keuzen, ergens voor
pleiten is anders dan het eisen of verschuiven. Een rechter hoort recht te spreken binnen de
grenzen van de wet, als er volgens geen gratie wordt verleent ligt dit meer op de conto van de
president aangezien die binnen zijn bevoegdheid wel de mogelijkheid kent. Ik zou dus graag
maar ruimten willen geven, maar die is er in hun rechtstelsel niet.