Thema 6 Cellulaire communicatie en signaaloverdracht
HC20 Inleiding communicatie en signaaloverdracht:
Extracellulair signaal moleculen -> in de cel reactie (intracellulair)
- Cellulair effect
Soorten signalen
- Chemische signalen (signaalmoleculen) -> dit thema
- Elektrische -> depolarisatie celmembranen
Chemische signalen
- Communicatie over lange of korte afstand
- Endocrien -> bloedbaan
- Paracrien (naburige cellen)
- Neuronaal -> axonen langere afstand
- Contact dependent -> contact tussen twee cellen
Cellulaire context -> bepaalt het effet van een
extracellulair singaalmolecuul
- Hangt af
receptor aan
signaaloppervlak
- Aan- of afwezigheid van de specifieke receptor voor
dat molecuul op of in een cel
- De aanwezige intracellulaire singaal en effector moleculen ook
Acetylcholine verschillende effecten op verschillende cellen
Spier -> cel samentrekken
Harstlag -> vertragen (parasympatisch)
Salivary gland -> secretie
Vaak als er helemaal geen signaal is gaat cel dood en in apoptose
Verschillende signalen bepalen lot cel
Effecten kunnen snel of langzaam zijn
- Veranderde eiwitfunctie vaak snel
Eiwit fosforylering
- Langzame signaal via transcriptie
Nieuw RNA gemaakt
Nieuwe eiwitten
Respons op stimulus aanpassen
- Vaak combinatie soms alleen snel of langzaam
Afhankelijk welk signaal binnenkomt
,Intracellulaire en celoppervlakken receptoren verschillende
receptoren
- Kleine hydrofobe moleculen makkelijk door membraan
diffunderen -> binden door intracellulaire binnen kern en
stimuleren vaak genexpressie
Voorbeelden singnaalmoleculen met intracellulaire
receptoren
Throxine zo groot transporteiwit nodig
Cortisol klein en hydrofoob kan spontaan cel
in diffunderen
- vorm receptoreiwit verandert door ligand
en daarmee functie
- hierdoor kern in
stikstofmonoxide (NO) gas heel makkelijk over membraan diffunderen
- over endotheel naar gladde spiercellen
- cyclisch GMP (cGMP)?
bloedvat verweiding
heel veel medicijnen op dit principe gebaseerd
microglycerine onder de tong tegen benauwde
bloevaten
bijvangst is roo gluaylyl fosfodiesterase ->> hydrolyseert cGMP
tot GMP
slidenafil (viagra) remt dit enzym
- Celloppervlakte receptoren -> vaak grote hydrofiele signaal moleculen hebben receptor nodig
om het singaal door te geven
- membraaneiwitten
Tranporters en kanalen
Transmembrane eiwitten met alfahelix door membraan heen steken
Restgroepen zijn hydrofoob
- Lipide dubbellaag met restgroepen hydrofoob
Anchors
Receptors
Enzymen
Andere vormen niet heel relevant van membraaneiwitten
Intracellulaire signalen routes zijn complex -> zie plaatje
Drie klassen van cel opperlakte receptoren
- Ion-kanaal gekoppelde recepotren
…
- Enzym gekoppelde receptoren
Insuline
Als deze bind thyrosinekinase
- G-proteine gekoppelde receptoren
Als ligand bindt G-eiwitten geactiveerd
, Twee belangrijke moleculaire schakel-mechanisme
- Fosforyleren en defosforyleren van eiwitten
Kinases
Mbv kinase fosfaatgroep
aangezet
Kan actief worden maar ook
juist inactief
Fosfatases
Doet omgekeerde stap van
kinase -> verwijderd
fosfaatgroep
- G-eiwitgekoppelde receptoren
GTP altijd actief
GDP altijd inactief
Fosforylatie van receptor tyrosine kinase -> de eerste stap in verdere singaal transductie
- …
- Autofosforylatie -> receptoren zichzelf fosforylering
- Zo receptor tyroisne kinase actief
Vorm een beetje veranderd door negatieve fosfaatgroep beinbloed omliggende
restgroepen
Hierdoor bindingsplaatsing veel andere eiwitten
Downstream actievatie andere intracellulaire processen
RAS eiwit -> eiwitten die heel vaak gemuteerd zijn bij kankers
- Blijft heel veel delen
Welke aminzuren kunnen gefosforyleerd worden
- Serine
- Threonine
- Thyrosine
Voorbeelden uit het glucogeen metabolisme
- Glycogeen sytnhase -> enzym bouwt glycogeen op anabool
Komt in twee vormen voor
A-vorm actief gedefosforyleerd
B-vorm inactief Gefosforyleerd
- Glucogeen fosforylase -> katabool enzym -> breekt
glycogeen af
Komt in twee vormen voor
A -vorm actief
- Gefosforyleerd
B-vorm inactief
- Gedefosforyleerd
Effect van insuline op glycogeen metabolisme
HC20 Inleiding communicatie en signaaloverdracht:
Extracellulair signaal moleculen -> in de cel reactie (intracellulair)
- Cellulair effect
Soorten signalen
- Chemische signalen (signaalmoleculen) -> dit thema
- Elektrische -> depolarisatie celmembranen
Chemische signalen
- Communicatie over lange of korte afstand
- Endocrien -> bloedbaan
- Paracrien (naburige cellen)
- Neuronaal -> axonen langere afstand
- Contact dependent -> contact tussen twee cellen
Cellulaire context -> bepaalt het effet van een
extracellulair singaalmolecuul
- Hangt af
receptor aan
signaaloppervlak
- Aan- of afwezigheid van de specifieke receptor voor
dat molecuul op of in een cel
- De aanwezige intracellulaire singaal en effector moleculen ook
Acetylcholine verschillende effecten op verschillende cellen
Spier -> cel samentrekken
Harstlag -> vertragen (parasympatisch)
Salivary gland -> secretie
Vaak als er helemaal geen signaal is gaat cel dood en in apoptose
Verschillende signalen bepalen lot cel
Effecten kunnen snel of langzaam zijn
- Veranderde eiwitfunctie vaak snel
Eiwit fosforylering
- Langzame signaal via transcriptie
Nieuw RNA gemaakt
Nieuwe eiwitten
Respons op stimulus aanpassen
- Vaak combinatie soms alleen snel of langzaam
Afhankelijk welk signaal binnenkomt
,Intracellulaire en celoppervlakken receptoren verschillende
receptoren
- Kleine hydrofobe moleculen makkelijk door membraan
diffunderen -> binden door intracellulaire binnen kern en
stimuleren vaak genexpressie
Voorbeelden singnaalmoleculen met intracellulaire
receptoren
Throxine zo groot transporteiwit nodig
Cortisol klein en hydrofoob kan spontaan cel
in diffunderen
- vorm receptoreiwit verandert door ligand
en daarmee functie
- hierdoor kern in
stikstofmonoxide (NO) gas heel makkelijk over membraan diffunderen
- over endotheel naar gladde spiercellen
- cyclisch GMP (cGMP)?
bloedvat verweiding
heel veel medicijnen op dit principe gebaseerd
microglycerine onder de tong tegen benauwde
bloevaten
bijvangst is roo gluaylyl fosfodiesterase ->> hydrolyseert cGMP
tot GMP
slidenafil (viagra) remt dit enzym
- Celloppervlakte receptoren -> vaak grote hydrofiele signaal moleculen hebben receptor nodig
om het singaal door te geven
- membraaneiwitten
Tranporters en kanalen
Transmembrane eiwitten met alfahelix door membraan heen steken
Restgroepen zijn hydrofoob
- Lipide dubbellaag met restgroepen hydrofoob
Anchors
Receptors
Enzymen
Andere vormen niet heel relevant van membraaneiwitten
Intracellulaire signalen routes zijn complex -> zie plaatje
Drie klassen van cel opperlakte receptoren
- Ion-kanaal gekoppelde recepotren
…
- Enzym gekoppelde receptoren
Insuline
Als deze bind thyrosinekinase
- G-proteine gekoppelde receptoren
Als ligand bindt G-eiwitten geactiveerd
, Twee belangrijke moleculaire schakel-mechanisme
- Fosforyleren en defosforyleren van eiwitten
Kinases
Mbv kinase fosfaatgroep
aangezet
Kan actief worden maar ook
juist inactief
Fosfatases
Doet omgekeerde stap van
kinase -> verwijderd
fosfaatgroep
- G-eiwitgekoppelde receptoren
GTP altijd actief
GDP altijd inactief
Fosforylatie van receptor tyrosine kinase -> de eerste stap in verdere singaal transductie
- …
- Autofosforylatie -> receptoren zichzelf fosforylering
- Zo receptor tyroisne kinase actief
Vorm een beetje veranderd door negatieve fosfaatgroep beinbloed omliggende
restgroepen
Hierdoor bindingsplaatsing veel andere eiwitten
Downstream actievatie andere intracellulaire processen
RAS eiwit -> eiwitten die heel vaak gemuteerd zijn bij kankers
- Blijft heel veel delen
Welke aminzuren kunnen gefosforyleerd worden
- Serine
- Threonine
- Thyrosine
Voorbeelden uit het glucogeen metabolisme
- Glycogeen sytnhase -> enzym bouwt glycogeen op anabool
Komt in twee vormen voor
A-vorm actief gedefosforyleerd
B-vorm inactief Gefosforyleerd
- Glucogeen fosforylase -> katabool enzym -> breekt
glycogeen af
Komt in twee vormen voor
A -vorm actief
- Gefosforyleerd
B-vorm inactief
- Gedefosforyleerd
Effect van insuline op glycogeen metabolisme