PC 1: Beschrijvende statistiek
We gaan JASP gebruiken om de dataset te analyseren met behulp van wat beschrijvende
statistieken. Ga naar Descriptives.
Selecteer de variabele en sleep deze variabele naar het vak Variables / klik op het
driehoekje dat naar rechts wijst / dubbel klik op de variabele. Aan de rechterkant zal er een
tabel met de beschrijvende statistieken verschijnen.
● Als je meerde variabele wilt selecteren kan je ctrl ingedrukt houden.
Onder de optie "Statistics" onderaan het menu kun je selecteren welke beschrijvende
statistieken je precies wilt hebben
(BV: mediaan, modus (mode), SD (Std. deviation), bereik (range).
,Frequentietabel
Wanneer de variabele die van belang is categorisch is, hebben beschrijvende statistieken
zoals het gemiddelde en de standaardafwijking niet veel zin. In dat geval hebben we een
frequentietabel nodig.
● Klik opnieuw op Descriptives om een nieuwe analyse te openen.
● Selecteer de variabele
● Selecteer de optie Frequency tables, die of direct onder de lijst met variabelen
staat, of te vinden is in het onderste menu dat "Tables" heet.
Jasp bestander verzenden
LET OP: Je kunt .jasp bestanden niet per e-mail verzenden! Als je een .jasp bestand met
iemand wilt delen, moet je het op een gedeelde locatie plaatsen zoals een Dropbox of
Surfdrive.
PC2: Grafieken & data bewerken
Grafieken
Als je een cirkel diagram wil maken in Jasp:
● Vraag de descriptives op van de variable
● Klik op het menu "Basic plots"
● Selecteer de optie ''Pie charts''
Als je wilt, kun je het kleurenschema van de grafiek wijzigen met de opties onder "Color
palette" (onder Customizable Plots).
Alles wat je hebt geleerd over het cirkeldiagram, geldt ook voor andere grafieken.
Voor categorische variabelen:
● Om een staafdiagram te maken, gebruik je de optie Distribution plots
● Om een cirkeldiagram te maken gebruik je de optie Pie charts
,Voor interval/ratio variabelen:
● Om een histogram te maken, gebruik je de optie Distribution plots
● Om een boxplot te maken, gebruik je de optie Boxplots onder het menu
"Customizable plots"
● Om een spreidingsdiagram te maken, selecteer je twee variabelen en gebruik je de
optie Scatter plots onder het menu "Customizable plots"
Al deze grafieken kunnen worden gesplitst (Split) op basis van een categorische variabele,
(zoals group of nationality.)
Labels
Om labels toe te voegen aan de categorieën van een categorische (nominale) variabele,
kun je op de naam van de variabele klikken. Bovenaan wordt een klein menu geopend
waarin je de juiste labels kunt typen.
● Klik op de verticale balk zodat de data in beeld verschijnen
● Klik op de variabelenaam.
Bovenaan het scherm zal er een klein menu verschijnen:
We kunnen dit menu voor verschillende dingen gebruiken:
1. Bekijken welke waarden een categorische variabele aanneemt (kolom: Value).
2. De waarden van categorische variabele labels aflezen, zoals man/vrouw of
controlegroep/experimentele groep (kolom: Label).
3. Een subset van de dataset selecteren op basis van de categorische variabele
(misschien wil je alleen naar de experimentele groep kijken) (kolom: Filter).
Als je de data heb aangepast druk je op enter na elk label
Gegevens wijzigen:
Nieuwste versies van JASP:
Links bovenaan staat een icoontje dat "Edit Data" heet:
, Wanneer je daarop klikt, kun je de gegevens in het databestand aanpassen. Wanneer je
daarmee klaar bent, klik je op het icoontje "Analyses". Zo kom je weer terug in het reguliere
menu.
PC3: Variabelen aanmaken
Variabelen berekenen
Er zijn twee manieren om variabelen te berekenen in JASP:
1. Gebruikmaken van de "drag and drop" interface van JASP.
2. Gebruikmaken van R code.
Drag and drop
Om een nieuwe variabele te maken in JASP moet je op het plusje rechts van de
kolomnamen klikken.
● Typ een passende naam voor de nieuwe variabele
● Selecteer de drag and drop interface
● Selecteer het juiste datatype (vaak is dit Scale)