Maandag 26 mei 2025
1
,WEEK I – Inleiding tot het Belastingrecht – 9 april 2025
Bij dit vak gaat het voornamelijk (vrijwel geheel) over de twee belangrijkste belastingen:
loon- en inkomensbelasting en omzetbelasting.
Belasting is elke heffing die de wetgever aanmerkt als belasting (volgens de juridische
definitie). De klassieke definitie volgens fiscale theorie is dat belastingen gedwongen
betalingen zijn anders dan bij wijze van straf, aan de overheid op grond van algemeen
geldende regels, waartegenover geen individuele tegenprestatie staat.
De crux is dat tegenover retributies een individuele tegenprestatie staat en tegenover
belastingen niet. Een retributie is bijvoorbeeld het aanvragen van een nieuw paspoort, het
2
, betalen voor zo’n nieuw paspoort is dus geen belasting want de heffing staat tegenover een
individuele tegenprestatie.
Het fiscaal legaliteitsbeginsel staat in art. 104 Gw: “Belastingen van het Rijk worden
geheven uit kracht van een wet. Andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld.”
“Uit kracht van een wet” betekent door middel van een wet in formele zin. De lat wordt
staatsrechtelijk zo hoog gelegd omdat belastingen een inbreuk op het eigendomsrecht
betreffen, vanwege de rechtszekerheid en vanwege de democratische legitimatie. Ook
betekent “uit kracht van een wet” dat aan de vier essentialia van een belasting is voldaan.
Het subject is van wie de belasting wordt geheven.
Het object is waarover de belasting wordt geheven.
Het tarief is hoeveel belasting je moet betalen.
De heffingsmethode is wie de belasting moet betalen.
Bij loonbelasting ben jij het subject maar de heffingsmethode gaat via de werkgever zodat jij
hem niet voelt.
Het subject is een natuurlijk persoon (art. 1.1 Wet IB 2001).
Het object is de grootheid waarover belasting wordt geheven. Bijvoorbeeld het object van de
inkomstenbelasting is belastbaar inkomen en van een lokale hondenbelasting is het object het
aantal honden. Het object heeft betrekking op één van de drie economische grondslagen van
de belastingmix: arbeid, kapitaal, of consumptie.
Nederlandse belastingmix
3