Casuïstiektoets/ Niveau bepaling blok A
(GOO-3.ORT.P1-23) & (GOO-3.ORT.P2-23)
, Groen = zelf bedachte
aanvullende vraag
Niveau bepaling blok B
Casus 1: Downsyndroom
Een meisje met downsyndroom van 4 jaar komt op je spreekuur (foto van meisje met ET OD). Haar ouders geven
aan dat ze denken dat ze minder goed kan zien.
Welke oogheelkundige aandoeningen kunnen de oorzaak zijn van het slechte zien op deze leeftijd
bij kinderen met Down en welke onderzoeken moet je doen om dit uit te sluiten?
Congenitaal cataract --> Brückner, skiascopie of spleetlamp
Myopie --> skiascopie in cyclo
Nystagmus --> motiliteit
Welke andere oogheelkundige aandoeningen kunnen bij Down voor komen los van de leeftijd?
(Met testen waarmee je het kan bevestigen)
· Scheelzien (Doormiddel van de CT en PCT)
· Amblyopie (Visus)
· Nystagmus
o Infantiel nystagmus-syndroom
o Manifest-latente nystagmus
· Nasolacrimale ductus obstructies (d.m.v. spleetlamp)
· Keratoconus (Cornea topograaf)
· Ooglidafwijkingen (Algemene indruk)
· Cataract (Bruckner/Spleetlamp)
· Oogzenuwafwijkingen (Fundus/OCT)
· Glaucoom (IOP d.m.v. noncontact/iCare)
· Netvliesloslatingen (Fundus)
· Moeite met contrast (Pelirobson)
Wanneer wil je een kind met Down op je spreekuur zien en hoe lang houd je ze onder controle?
Leeftijd Controle op de volgende Door:
aandachtspunten
0-2 maanden Cataract oogarts
12-14 maanden Oogbewegingen, strabismus, amblyopie, orthoptist
refractie, nystagmus
3 jaar Idem als bij 12-14 maanden en visus en orthoptist
accommodatie
4-4,5 jaar Idem als bij 3 jaar orthoptist
6 jaar Idem als bij 3 jaar orthoptist
>6 jaar: Refractie, cataract, visus en keratoconus orthoptist of AVG-arts
iedere 4 à 5 jaar
Huidige onderzoek:
D=V Kleine esotropie OD
Motiliteit: gb
Visus OD 0.3 lin = ang
Visus OS 0.4 lin = ang
Skiascopie in cyclo
S+4.00 = C -0.50