Psychiatrie
Open boek tentamen: casus
Werkmodel
A. Psychisch functies
B. Classificatie
C. Behandeling/begeleiding
Suïcidaliteit = poging tot, gedachtes over
Positieve gezondheid
Positieve gezondheid = gaat vanuit dat
de mens ‘mens’ is. Dit geldt voor ons
allemaal, niet alleen cliënten. Er zijn 6
verschillende categorieën:
Lichamelijk
Mentaal
Zingeving (zin van het leven, een
baan/studie)
Kwaliteit van leven
Sociaal participeren
(vriendschappen onderhouden)
Dagelijks functioneren (opstaan,
tandenpoetsen)
Bio-psycho sociaal model
Vader met alcoholverslaving kan alle 3
zijn, op tentamen schrijf je alleen op wat je weet!
Bio – erfelijk
Psychologisch – doet wat met je
Sociaal – omgeving kan er last van hebben
Biologische factoren: aanleg, erfelijkheid, stress bij moeder tijdens zwangerschap,
slapeloosheid, voeding, drugs, medicatie (!!)
Psychologische factoren (eigenschappen): perfectionisme, onzekerheid, behoefte aan
bevestiging, piekeren, mentale klachten, ‘onderdrukken’ , ‘omgaan met..’, zelfzorg,
moedeloosheid, schuldgevoel
Sociale factoren: emotionele verwaarlozing, eenzaamheid, moeilijkheden op het werk,
woonplaats, aantal kinderen, moeilijke jeugd
Vader kon niet over gevoelens praten
Behandelingen:
Biologische factoren: medicatie, fysiotherapie, lichaamsgerichte therapie
Psychologische factoren: EMDR, cognitieve gedragstherapie
Sociale factoren: systeemtherapie, groepstherapie, psycho-educatie voor ouders
, Biologie/oorzaken
Medicatie (o.a. Serotonine) heeft invloed op de cliënt en behandeling
Genetische factoren:
Erfelijkheid
Genetische kwetsbaarheid
Neuroanatomie:
Centrale zenuwstelsel: sympathisch/parasympatisch en fight/flight/freeze
response
Neuro-chemie
Neurotransmitters: dopamine, serotonine, oxytocine, noradrenaline
Bijvoorbeeld invloed op de stemming en emotieregulatie
Noradrenaline en dopamine = ‘The feel good’ neurotransmitters voor energie en controle.
Dopamine = zorgt voor energie, zodra de dopamine stijgt kan er agressiviteit, risico psychose
ontstaan (over-alertheid). Een laag dopamine-niveau in de hersenen is verantwoordelijk
voor de symptomen van de ziekte van Parkinson
Serotonine = stemmingsregulator en voorstof van melatonine. Onbalans in serotonine is
verantwoordelijkheid voor een groot aantal klachten zoals depressies, eetstoornissen en
slaapproblemen (stemming en emotieregulatie)
GABA = rustgevende neurotransmitter. Een verlaagd niveau GABA wordt geassocieerd met
angst en epilepsie.
Adrenaline = stimulator. Helpt de reactie van het lichaam op stress
Endorfinen = geven een gevoel van euforie (extreem gevoel van vreugde)
Biologie/behandeling
Medicatie (psychofarmaca)
Antipsychotica
Anxiolitica
Lichttherapie
Voeding
Open boek tentamen: casus
Werkmodel
A. Psychisch functies
B. Classificatie
C. Behandeling/begeleiding
Suïcidaliteit = poging tot, gedachtes over
Positieve gezondheid
Positieve gezondheid = gaat vanuit dat
de mens ‘mens’ is. Dit geldt voor ons
allemaal, niet alleen cliënten. Er zijn 6
verschillende categorieën:
Lichamelijk
Mentaal
Zingeving (zin van het leven, een
baan/studie)
Kwaliteit van leven
Sociaal participeren
(vriendschappen onderhouden)
Dagelijks functioneren (opstaan,
tandenpoetsen)
Bio-psycho sociaal model
Vader met alcoholverslaving kan alle 3
zijn, op tentamen schrijf je alleen op wat je weet!
Bio – erfelijk
Psychologisch – doet wat met je
Sociaal – omgeving kan er last van hebben
Biologische factoren: aanleg, erfelijkheid, stress bij moeder tijdens zwangerschap,
slapeloosheid, voeding, drugs, medicatie (!!)
Psychologische factoren (eigenschappen): perfectionisme, onzekerheid, behoefte aan
bevestiging, piekeren, mentale klachten, ‘onderdrukken’ , ‘omgaan met..’, zelfzorg,
moedeloosheid, schuldgevoel
Sociale factoren: emotionele verwaarlozing, eenzaamheid, moeilijkheden op het werk,
woonplaats, aantal kinderen, moeilijke jeugd
Vader kon niet over gevoelens praten
Behandelingen:
Biologische factoren: medicatie, fysiotherapie, lichaamsgerichte therapie
Psychologische factoren: EMDR, cognitieve gedragstherapie
Sociale factoren: systeemtherapie, groepstherapie, psycho-educatie voor ouders
, Biologie/oorzaken
Medicatie (o.a. Serotonine) heeft invloed op de cliënt en behandeling
Genetische factoren:
Erfelijkheid
Genetische kwetsbaarheid
Neuroanatomie:
Centrale zenuwstelsel: sympathisch/parasympatisch en fight/flight/freeze
response
Neuro-chemie
Neurotransmitters: dopamine, serotonine, oxytocine, noradrenaline
Bijvoorbeeld invloed op de stemming en emotieregulatie
Noradrenaline en dopamine = ‘The feel good’ neurotransmitters voor energie en controle.
Dopamine = zorgt voor energie, zodra de dopamine stijgt kan er agressiviteit, risico psychose
ontstaan (over-alertheid). Een laag dopamine-niveau in de hersenen is verantwoordelijk
voor de symptomen van de ziekte van Parkinson
Serotonine = stemmingsregulator en voorstof van melatonine. Onbalans in serotonine is
verantwoordelijkheid voor een groot aantal klachten zoals depressies, eetstoornissen en
slaapproblemen (stemming en emotieregulatie)
GABA = rustgevende neurotransmitter. Een verlaagd niveau GABA wordt geassocieerd met
angst en epilepsie.
Adrenaline = stimulator. Helpt de reactie van het lichaam op stress
Endorfinen = geven een gevoel van euforie (extreem gevoel van vreugde)
Biologie/behandeling
Medicatie (psychofarmaca)
Antipsychotica
Anxiolitica
Lichttherapie
Voeding