KLINISCHE GEZONDHEIDSPSYCHOLOGIE IN DE GENEESKUNDE
2024-2025
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 – Introductie………………………………………..................................................................................2
Hoorcollege 2 – Oncologie………………………………………..................................................................................11
Hoorcollege 3 – Diabetes mellitus………………………………………......................................................................22
Hoorcollege 4 – Pijn………………………………………............................................................................................34
Hoorcollege 5 – Verloskunde en Gynaecologie……………………………………………………………………………………….44
Hoorcollege 6 – Jong en ziek zijn………………………………………………………………………………….…………………………58
Hoorcollege 7 – Longziekten………………………………………..............................................................................66
Hoorcollege 8 – Gastro……………………………………….......................................................................................74
Hoorcollege 9 – Cardiologie………………………………………................................................................................85
Hoorcollege 10 – Vermoeidheid en slaap………………………………………...........................................................94
Hoorcollege 11 – Behandelmethoden………………………………………..............................................................103
Hoorcollege 12 – Multiple Sclerose en de ziekte van Parkinson……………………………………………………………111
Hoorcollege 13 – HIV en AIDS………………………………………..…………..............................................................124
,Klinische Gezondheidspsychologie in de Geneeskunde
Hoorcollege 1 – Introduc0e
Korte geschiedenis
De relaSe tussen geest en lichaam: Een korte geschiedenis
Prehistorie
• Geest en lichaam als verstrengeld beschouwd
• Ziekten zou ontstaan wanneer boze geesten het lichaam binnendringen
• De behandeling bestond daardoor voornamelijk uit pogingen om deze geesten uit te drijven
→ bijv. aderlaSngen (= exorcisme)
Oude Grieken
Humorale theorie van ziekte (Hippocrates): Ziekten ontstonden wanneer de vier humoren, of
circulerende vloeistoffen van het lichaam, uit balans waren
• Behandeling: herstel van het evenwicht tussen de humoren
• Vier humoren geassocieerd met persoonlijkheidstypes
o Bloed: Gepassioneerd temperament
o Zwarte gal: Droeaeid
o Gele gal: Boze instelling
o Flegma: Relaxte benadering van het leven
Middeleeuwen
• Ziekte beschouwd als een straf van God
• Behandeling: Het verdrijven van kwade krachten door het lichaam te martelen. Later werd het
vervangen door gebed en goed doen
Renaissance tot Heden
• Betere wetenschappelijke kennis en beoordeling
• De prakSjk is aaankelijk van laboratorium resultaten en gerapporteerde of waargenomen
lichamelijke factoren
• Diagnose en behandeling zijn gebaseerd op organische en cellulaire pathologie
→ Als resultaat hiervan ontstond het biomedisch model
Het biomedisch Model I
• Alle ziekten kunnen worden verklaard door te kijken wat er biologisch gezien in het lichaam
gebeurt: afwijkende somaSsche lichaamsprocessen, zoals biochemische onevenwichSgheden of
neurofysiologische afwijkingen
→ Door dit model konden er veel meer ziektes verklaard worden in de Sjd van de oude Grieken
• Gezondheid wordt gezien als biochemisch of fysiek van aard
• Psychologische en sociale processen zijn grotendeels irrelevant voor het ziekteproces
Het biomedisch Model II
Is ongeschikt om ziekte te begrijpen:
• Het vermindert ziekte tot processen op laag niveau
• Het erkent sociale en psychologische processen niet als krachSge invloeden - gaat uit van een
geest-lichaam dualisme
• Legt de nadruk op ziekte in plaats van op gedrag dat de gezondheid bevordert
• Kan niet ingaan op complexiteit waarmee beroepsbeoefenaars worden geconfronteerd
→ bijv. 6 mensen worden blootgesteld aan COVID-19 en slechts 3 krijgen het
2
,Bekeringshysterie
• Het biomedische standpunt begon te veranderen met de opkomst van de moderne psychologie
• Specifieke onbewuste conflicten veroorzaken lichamelijke storingen die verdrongen
psychologische conflicten symboliseren → als je mentale problemen hebt, kan dit invloed hebben
op het lichaam
• Bedacht door Sigmund Freud
• Deze benadering gaf aanleiding tot een nieuw onderzoeksveld: psychosoma?sche geneeskunde
PsychosomaSsche Geneeskunde
• Idee dat specifieke ziekten (bijv. zweren, astma, hoge bloeddruk) voortkomen uit interne
conflicten van mensen
• Dunbar (1943) en Alexander (1950) brachten persoonlijkheidspatronen in verband met specifieke
ziekten
o ‘Ulcer-prone personality’: iemand met een buitensporige behoehe aan aaankelijkheid
en liefde
o Deze mensen zouden eerder maagzweren ontwikkelen, omdat ze veel behoehe hebben
aan aandacht en als ze dit niet krijgen dan krijgen ze veel stress
o Hierdoor komt er te veel maagzuur in de maag, wat get slijmvlies van de maag aantast,
waardoor maagzweer kan ontstaan
o Conflict veroorzaakt angst die een fysiologische tol eist
→ KriSek: Innerlijk conflict of persoonlijkheidstype is niet voldoende om ziekte te veroorzaken
Biopsychosociaal Model (Engels, 1977)
In 1977 bedacht Engels het biopsychosociaal model. Gezondheid en ziekte zijn het gevolg van een
samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren. Om een diagnose te kunnen stellen moet
je naar alle drie de factoren kijken.
Voordelen
+ Handhaah dat processen op macroniveau en microniveau voortdurend op elkaar inwerken om
gezondheid en ziekte te beïnvloeden
+ Benadrukt zowel gezondheid als ziekte
→ Kreeg ook kriSek
• Sociaal aspect niet goed vastgelegd in onderzoek
• In de Sjd bestuderen, complexe interacSesystemen verkennen
Biomodeisch vs. Biopsychologisch
Biomodeisch vs. Biopsychologisch II
• Gaat vooral over ziek zijn • Drie factoren samen
• Ziekte staat centraal • Hele ervaring staat centraal 3
, Biomedisch model Biopsychosociaal model
Oorzaak Externe Biopsychosociale factoren
Rol van het gedrag Beperkt Groot
Behandeling Medische behandeling Patiënt en dokter
Rol van de arts, de patiënt, Arts Patiënten, systeem
het systeem
Rol van gedragsfactoren van Beperkt Groot: zelfbeheer is belangrijk
de behandeling
Gezondheid-ziekte Geen continuüm Continuüm
• Tegenwoordig wordt er vooral met het biopsychosociaal model gewerkt
• Hierin is de relaSe tussen de arts en paSënt een tweerichSngsverkeer, waardoor de paSënt veel
meer betrokken is bij het hele proces
• Hierdoor is er meer therapietrouw, zijn behandelingen effecSever en los je bepaalde
aandoeningen eerder op
Klinische implicaSes van het Biopsychosociale Model
• Het model geeh inzicht in de interacterende rol van biologische, psychologische en sociale
factoren draagt bij aan het stellen van de diagnose
• Nadruk op de relaSe tussen paSënt en behandelaar, die verbetert:
o Gebruik van (zorg)diensten door de paSënt
o Doeltreffendheid van de behandeling
o Snelheid waarmee ziekte wordt opgelost
Epidemiologie
Rankings over volksgezondheid I
Ordenen van algemene gezondheid kan aan de hand van verschillende vragen:
• Welke ziekten hebben de hoogste prevalenSe/incidenSe?
• Wat zijn de meest voorkomende doodsoorzaken?
• Welke ziekten veroorzaken het grootste verlies aan gezonde levensjaren?
• Welke ziekten veroorzaken de grootste ziektelast?
Epidemiologie in Nederland
• 10,3 miljoen mensen hebben één of meer chronische ziekten (59%)
→ Vrouwen (62%) > Mannen (56%)
• Ongeveer 32% van de bevolking heeh twee of meer ziekten
(mul?morbiditeit)
• Meer dan 95% van de personen ouder dan 75 heeh minstens één
chronische ziekte
• 87% van de personen ouder dan 75 heeh twee of meer chronische
ziekten
Het is vaak moeilijk te achterhalen waar klachten precies vandaan komen, omdat zoveel mensen
meerdere aandoeningen hebben. Bij behandeling moet er dan ook rekening gehouden worden met alle
aandoeningen die een paSënt heeh.
4