Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

collegeaantekeningen + samenvatting van het boek: inleiding in de filosofie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
35
Geüpload op
04-06-2025
Geschreven in
2024/2025

Deze samenvatting is een combinatie van de college aantekeningen en de samenvatting van het boek: what is this thing called knowledge? Ook zijn de gastcolleges en het responsiecollege erin meegenomen. Er is een paginanummering en de informatie is ingedeeld per college. Veel succes!!

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Inleiding in de filosofie


 HC1: pritchard: wat is knowledge? -> Thema kennis

Filosofen zijn heel precies. Ze willen dat redeneringen kloppen en zijn erg kritisch. Gericht
op duidelijkheid en kritisch nadenken. Zonder de filosofie hadden we geen wetenschap,
democratie en natuurkunde etc. Filosofie zet ons aan tot nadenken.

Filosofie
 Epistemologie = kennis filosofie
 Ethiek = wat is ethisch, moreel, goede en kwade daden
 Esthetica gaat over schoonheid
 Metafysica
Logica = kwaliteit argumentatie
Ethiek en logica is in het boek van Tannsjo en epistemologie is in het boek van pritchard.

i. Epistemologie
Epistemologie = de kennis leer. Het is het weten vs de meningen, gedachten en
overtuigingen. Wanneer is iets een mening en wanneer kunnen we het verbinden met
kennis. Het houdt zich bezig met: wat is kennis? Wat kan ik weten? Hoe wordt kennis
vergaard? Ook gaat het over rechtvaardiging, waarheid en waarneming.
Er zijn 2 voorwaarden voor kennis
1. De voorwaarde waarheid: je kan geen valse kennis kennen. Dus als je iets denkt te
weten dat later onjuist blijkt, betekent dit dat je het nooit echt wist.
2. De voorwaarde geloof: je kunt iets niet weten zonder erin te geloven.

ii. Soorten kennis (H1)
Procedurele kennis = het kunnen, weten hoe. De vaardigheid. Het kunnen fietsen maar
niet kunnen uitleggen. Dit is praktische kennis. Deze vorm komt ook voor bij minder
complexe wezens.
Propositionele kennis = de kennis, het weten dat, kennis over een bewering. De
beelden, gedachten, beweringen en vooronderstellingen van iemand. Je weet hoe een kat
voelt, je weet welke kleur de kat heeft, hoe de kat eruit ziet. Je kan dit uitleggen. Dit komt
alleen voor bij mensen.
Pritchard wil dat we kiezen tussen deze twee. In het boek gaat het over propositionele
kennis.

iii. Definitie van Kennis (H1)
Eerste criterium -> er is sprake van een gedachte, een belief.
Tweede criterium -> ik heb een gedachte & ik heb gelijk ( de gedachte moet waar zijn),
true belief. Vb -> ik denk dat het de krant is in de brievenbus is anders dan dat je zegt ik
weet dat het de krant is. je zegt ik denk dat het de krant is, want je weet het niet zeker en
je gaat kijken en het is niet de krant. Je kan niet meer zeggen ik weet dat het de krant is.
= ware overtuiging.
Derde criterum -> ik heb een gedachte & ik heb gelijk & ik heb er een reden voor (geen
gelukgelijk) -> justified true belief. Het is geen kennis als je gelijk hebt per toeval. =
gerechtvaardigde ware overtuiging.
Je moet onderscheid maken tot wanneer je iets denkt, of het een mening is of dat je het
weet.
Ondanks dat een ware overtuiging betekend dat iemand gelijk heeft, is dat nog niet
voldoende kennis. Iemand kan namelijk ook puur toevallig iets zeggen en dan gelijk
hebben. Dus kennis moet meer zijn dan alleen waarheid en geloof. Het moet gaan om een
soort succes dat aan de persoon kan worden toegeschreven en niet aan toeval of geluk.

Het probleem van criterium: er is problematiek rond het definiëren van kennis. Want om
te weten wat kennis is, moeten we eest weten wat de criteria voor kennis zijn. Maar om
die criteria te kennen, moeten we al voorbeelden van kennis kunnen herkennen. Hierdoor
is er vraag of we kennis überhaupt goed kunnen definiëren.


1

,De Amerikaanse filosoof Roderick Chisholm (1916-1999) gaf er opnieuw weer aandacht
aan en hij onderscheidde 2 benaderingen:
1. Methodisme = je begint met het vaststellen van criteria voor kennis en kijkt
daarna of we aan die criteria voldoen. ( filosoof met deze benadering is
Descartes).
 Voordeel: het houdt scepticisme (de zorg dat we misschien vrijwel niets
weten) open als een reële mogelijkheid.
 Nadeel: het is onduidelijk hoe je criteria kunt bepalen zonder concrete
voorbeelden van kennis.
2. Particularisme = begint met het aannemen dat we sommige voorbeelden van
kennis kunnen herkennen, en gebruiken die om de criteria voor kennis af te leiden.
(benadering van Chisholm). Sceptici veronderstelt met deze benadering dat we
kennis hebben, terwijl dat juist bewezen moet worden.

iv. Instrumentele en non-instrumentele waarde (H2)
Is het waardevoller om kennis te hebben of met geluk gelijk te hebben. Het is
waardevoller om kennis te hebben. Vb-> iemand gaat met de trein en gokt hoelaat die
gaat. Een ander kijkt in de app en ziet dat de trein een kwartier vertraging heeft. Allebei
halen ze de trein. Die keer erop haalt diegene de trein niet die gokt, omdat de trein deze
keer wel op tijd is.

Instrumentele waarde = Iets heeft waarde voor iets anders. Bijvoorbeeld geld. Je kan
hier iets andere mee krijgen. Ook kennis heeft een instrumentele waarde, want kennis is
alleen mogelijk als een overtuiging waar is en ware overtuigingen helpen ons ons doel te
bereiken.
Non-instrumenteel/ intrinsieke waarde = het is waardevol om zichzelf maar het heeft
geen ander doel. Bijvoorbeeld vriendschap. Dit hoort niet een ander doel te hebben dan
dat het fijn is. heeft kennis ook een intrinsieke waarde. Of wijsheid, deze is ook waardevol
op zichzelf.
Kritiek op het idee dat kennis een instrumentele waarde heeft: een valse overtuiging kan
beter zijn om je doel te bereiken (zoals jezelf te hoog inschatten), overtuigingen over
randzaken zijn nauwelijks waardevol omdat ze geen nut hebben (bijvoorbeeld hoeveel
steentjes in een vaas zitten)
Dus alleen sommige ware overtuigingen hebben instrumentele waarde, niet allemaal.

Een andere benadering op de waarde van kennis:
Kennis is over het algemeen waardevoller dan de ware overtuiging. Vooral omdat kennis
stabieler en betrouwbaarder is. Hoewel ware overtuigingen vaak nuttig zijn, kunnen ze op
basis van puur geluk zijn en snel veranderen zodra je twijfels krijgt. Bijvoorbeeld zodra je
weet dat je informatiebron onbetrouwbaar blijkt. Kennis is gebaseerd op betrouwbare
gronden en het helpt je daardoor beter om je doelen te bereiken. Daarom is kennis
meestal instrumenteel waardevoller dan alleen ware overtuiging: het vergroot de kans
dat je je doelen werkelijk behaalt

De Griekse filosoof Plato is de grondlegger van het idee dat kennis waardevol is. Hij
maakte een vergelijking met de realistische standbeelden van Daedalus. Mensen zeiden
hiervan dat als ze niet goed vaststonden ze weg konden lopen, omdat ze zo realistisch
zijn. Zijn vergelijking was: ware overtuiging is als een losstaand beeld van Daedalus dat
gemakkelijk wegloopt, kennis is als een vastgemaakt beeld dat stabiel blijft. Hiermee
bedoelde hij dat kennis stabieler en betrouwbaarder is dan ware overtuiging die
gemakkelijk ondermijnd kan worden door tegenstrijdige informatie.

Ware overtuigingen zijn dus vaak instrumenteel waardevol, omdat ze helpen doelen te
bereiken, maar kennis is waardevoller omdat het stabieler is en minder snel fout is.
Daarom is kennis waardevoller dan de ware overtuiging.

v. Gettier Cases (H3)


2

,= het gaat over schijnbaarheid. Hij zegt dat de klassieke definitie van kennis niet klopt.
Hij zegt dat de justified true belief is toch niet voldoende. De getties- cases zijn
voorbeelden van situaties waarin je voldoet aan een gerechtvaardigde ware overtuiging,
zonder echte kennis
Vb -> iemand heeft een klok en ziet dat het 12 uur is. hij dacht dat het zo was en het was
zo. De klok was stil blijven staan precies op 12 uur. Het was dus echt 12 uur en toen hij op
de klok keek was hij precies op het goede moment stil blijven staan. Hij zegt dat we dan
niet spreken van kennis, want het was toeval.
Ik heb een reden om iets te denken, maar door pech klopt de reden niet, maar door geluk
en toeval klopt de reden wel.
Gevallen waarin sprake is van een JTB, maar er toch geen sprake is van kennis.
Toevoeging: 4e criterium -> een gedachte mag niet gebaseerd zijn op foute
vooronderstellingen. Want hoeveel klokken moeten we ophangen zodat we wel met
zekerheid kunnen zeggen hoelaat het is. Dus dan is de nieuwe definitie: gedachte
hebben, reden voor hebben, gelijk hebben en geen foute onderstellingen hebben.
Door gettier was alleen een reden hebben niet voldoende. Dus wanneer zijn redenen die
iemand geeft goed genoeg. Nadenken over de rechtvaardiging van kennis en
verschillende kennisbronnen.

vi. Justification of beliefs (H4)
Kennis aanspraken/ beweringen = gedachten die waar willen zijn -> die kennis willen zijn
en zich voordoen als kennis. We weten niet of het echt kennis is of dat het een mening is
of hoop van iemand. Om te beoordelen of het over kennis gaat moet je kijken wat de
reden is achter een kennis aanspraak. De reden die achter de kennis aanspraak zit kan
iets minder goed en iets meer goed zijn.
Rechtvaardiging is nodig voor kennis, hoewel het niet voldoende is. Om een overtuiging
rechtvaardig te laten zijn, is er solide ondersteuning of grondslagen voor nodig. Hierdoor
ontstaan er wel 2 problemen:
1. Eindeloze regressie: wanneer we proberen een overtuiging te rechtvaardigen door
andere overtuigingen aan te halen, ontstaat er een keten van rechtvaardigingen
die telkens nieuwe ondersteuning nodig heeft. Dit leidt tot een eindeloze
regressie, waarbij we nooit een definitieve basis voor onze overtuiging vinden.
Bijvoorbeeld wanneer het gebaseerd is op wetenschappelijke artikelen.
2. Cirkelredenering: als de rechtvaardiging van een overtuiging uiteindelijk
terugverwijst naar zichzelf, ontstaat een cirkelredenering. Dit biedt geen echte
rechtvaardiging, omdat de reden steeds weer hetzelfde blijft zonder externe
ondersteuning.

Agrippa’s trilemma = een probleem in de filosofie over het rechtvaardigen van
overtuigingen, waarbij er 3 onprettige opties zijn.
 Onze overtuigingen zijn onbewezen
 Onze overtuigingen worden ondersteund door een oneindige keten van
rechtvaardigingen
 Onze overtuigingen worden ondersteund door een cirkelredenering, waarbij een
ondersteunende grond meer dan eens voortkomt.


Oplossing van het trilemma:
 Infinitisme -> accepteert optie 2 van het trilemma: dat een oneindige keten van
rechtvaardigheid een overtuiging kan ondersteunen. Deze visie is minder
overtuigend omdat het idee van een oneindige keten moeilijk voorstelbaar is als
iets echt kan rechtvaardigen. Filosofen zeggen dat het vooral intuïtie is die dit idee
onlogisch maakt, want er is geen reden om aan te nemen dat een oneindige keten
zich niet zou kunnen rechtvaardigen.
 Coherentisme -> accepteert optie 3: een overtuiging kan gerechtvaardigd zijn via
een cirkel van onderlinge steunende overtuigingen, zolang die cirkel maar groot
genoeg is. kleine cirkels worden als onvoldoende beschouwd. Overtuigingen
worden gerechtvaardigd binnen een netwerk of een web van overtuigingen ipv
door 1 enkele fundamentele overtuiging. Onze overtuigingen weerspiegelen onze


3

, wereldvisie en die bepaald hoe we de wereld interpreteren en welke overtuigingen
we vormen.
 W.V.O. Quime: filosoof die dit verdedigde door te stellen dat geen enkele
bewering immuun is voor herziening.
 Kritiek: dat we overtuigingen vormen obv een samenhangend netwerk
betekend niet dat we ook moeten doen of dat de juiste manier is.
 Fundamentisme -> het vraagt zich af hoe overtuigingen gerechtvaardigd kunnen
worden. Sommige overtuigingen hebben geen verdere rechtvaardiging nodig. Ze
zijn zelf al rechtvaardig en vormen het fundament waarop andere overtuigingen
rusten.
 Klassiek foundationalisme -> stelt dat kennis een structuur heeft waarin de keten
van rechtvaardigheid eindigt bij bepaalde overtuigingen die zeker, onbetwijfelbaar
en vanzelfsprekend waar zijn.
 Rene descartes: hij gebruikte de twijfel methode -> alles betwijfelen totdat
je iets vind wat niet betwijfeld kan orden. Zo kwam hij tot de conclusie ‘’ik
denk, dus ik ben’’. Toch hebben zijn sceptische argumenten uiteindelijk
meer twijfel gezaaid dan zekerheid gebracht
 Kritiek: er zijn maar weinig overtuigingen die echt ontwijfelbaar zijn (1),
overtuigingen zoals 2+2=4 zijn misschien ontwijfelbaar, maar kunnen niet
de rest van onze dagelijkse overtuigingen ondersteunen(2),

Structuur van de rechtvaardiging.
 Netwerkstructuur -> rechtvaardiging van een kennis aanspraak (dus om te
bepalen is dit kennis of niet) kijken we naar de redenen die onderling
samenhangen en elkaar bevestigen. Deze redenen moet afzonderlijk zelf wel goed
zijn, maar de redenen hebben elkaar ook nodig. Dus de redenen zijn niet op
zichzelf staand, doorslaggevend.
 Ankerstructuur -> rechtvaardiging van kennis aanspraak zit in 1 reden dat de
kennis rechtvaardigt. Pritchard leg dat wat moeilijker uit:


Pritchard: Twee theorieën over wat een goede en voldoende rechtvaardiging is:
1. Coherentisme: netwerk toereikend. Rechtvaardiging is goed genoeg als deze een
netwerkstructuur is. Er is geen tegenaanspraak tussen de redenen. De reden zijn
samen zo goed dat je kan zeggen dat de kennis aanspraak goed genoeg is.
2. Fundamentisme: netwerk te onzeker, bewijs nodig, dat wil zeggen een
doorslaggevende zichzelf rechtvaardigende reden. Netwerk met die loshangende
redenen is onzeker. Je hebt een ankerpunt nodig, om te kunnen zeggen dat een
kennis aanspraak gerechtvaardigd is.
Pritchard wil dat we tussen deze 2 kiezen. Eigenlijk zijn er 3 maar de 3 e is praktisch niet
haalbaar.



vii. Rationaliteit (H5)
Alleen rationele overtuigingen komen in aanmerking tot kennis. Rationele overtuigingen
zijn meestal ook gerechtvaardigd. Irrationele overtuigingen zijn meestal niet rechtvaardig
Rationaliteit = Je handelt op basis van de rede. Je handelt niet op basis van zintuigen en
instinct. Hieronder valt:
 Functionele rationaliteit = gericht op doelmatigheid, werkzaamheid, efficiency.
Je wil het effeicient en doelmatig doen.
 Epistemische rationaliteit = gericht op kennis, waarheid, het bereiken van ware
overtuigingen. Dit is waar pritchard het over heeft. Je wil zoveel mogelijk ware
kennis bereiken, je zoekt naar de werkelijkheid.
 Deontische epistemische rationaliteit = op zoek naar kennis alleen binnen
denkkader. Kijken in de bijbel wat de bijbel zegt over homoseksualiteit. Je kijkt dan
binnen je eigen geloofsovertuiging. Een overtuiging is rationeel zolang de persoon
volgens haar eigen normen handelt en geen Epistemische regels overtreedt
waarvoor zij verantwoordelijk is. Dit is een zwakke opvatting.


4

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
4 juni 2025
Aantal pagina's
35
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€5,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
danienelaning

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
danienelaning Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen