5.2, Grote veranderingen in
Engeland
In Frankrijk liepen de edelen bepoederd rond met duren
kleding, ze woonden in grote paleizen of kastelen etc.
Maar in Engeland ging het anders. Ze banjerde gewoon door
de modder net zoals hun landgenoten, neem als voorbeeld
Jethro Tull (1674-1741) hij studeerde aan een universiteit in
Oxford. Hij maakte een rondreis door Europa. Hij maakte hier
kennis met allerlei andere, nieuwe ideeën.
In 1731 publiceerde hij een handboek over landbouw
Toen Jethro terugkwam in Engeland ging hij werken op het land
van zijn ouders, maar hij stoorde zich aan de verspilling bij het
zaaien. Als je zaad met de hand uitstrooit komt er veel op
verkeerde plekken terecht.
Daarom bedacht Jethro een zaaimachine.
1. De zaaimachine maakte in drie of meer parallelle rijen
gaatjes
2. De machine vulde de gaatjes
3. De machine maakte de gaatjes dicht
Met dezelfde hoeveelheid zaad werd de opbrengst wel acht
keer zo groot! Ook voor andere werkzaamheden werden nog
machines bedacht. Maar omdat deze machines zo duur waren,
leverde ze alleen voor grote akkers veel op.
Het probleem in Engeland was juist dat slechts een klein deel
van de landbouwgrond bestond uit akkerland. Dit waren de
open fields, elke boer bezat her enkele stroken grond die hij
voor zichzelf had.
Rond 1700 bestond de helft van de landbouwgrond uit
akkerland. Dit waren de common fields. Dit waren weilanden
Engeland
In Frankrijk liepen de edelen bepoederd rond met duren
kleding, ze woonden in grote paleizen of kastelen etc.
Maar in Engeland ging het anders. Ze banjerde gewoon door
de modder net zoals hun landgenoten, neem als voorbeeld
Jethro Tull (1674-1741) hij studeerde aan een universiteit in
Oxford. Hij maakte een rondreis door Europa. Hij maakte hier
kennis met allerlei andere, nieuwe ideeën.
In 1731 publiceerde hij een handboek over landbouw
Toen Jethro terugkwam in Engeland ging hij werken op het land
van zijn ouders, maar hij stoorde zich aan de verspilling bij het
zaaien. Als je zaad met de hand uitstrooit komt er veel op
verkeerde plekken terecht.
Daarom bedacht Jethro een zaaimachine.
1. De zaaimachine maakte in drie of meer parallelle rijen
gaatjes
2. De machine vulde de gaatjes
3. De machine maakte de gaatjes dicht
Met dezelfde hoeveelheid zaad werd de opbrengst wel acht
keer zo groot! Ook voor andere werkzaamheden werden nog
machines bedacht. Maar omdat deze machines zo duur waren,
leverde ze alleen voor grote akkers veel op.
Het probleem in Engeland was juist dat slechts een klein deel
van de landbouwgrond bestond uit akkerland. Dit waren de
open fields, elke boer bezat her enkele stroken grond die hij
voor zichzelf had.
Rond 1700 bestond de helft van de landbouwgrond uit
akkerland. Dit waren de common fields. Dit waren weilanden