Algemene informatie
Box 1: het belastbaar inkomen uit werk en woning
Box 2: het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
Box 3: de belastbare inkomsten uit eigen woning en sparen en beleggen
Week I | inleiding tot het belastingrecht
Hoorcollege 9 april 2025
Verschuldigde IB (art. 2.7) =
belastbaar inkomen (art. 2.3 sub a) X tarief (art. 2.10) – heffingskorting (art. 8.2)
Huiswerkopgaven
Opgave 1:
a. Instrumentele functie (gedrag beïnvloeden), budgettaire functie (geld ophalen)
(“Met een grondbelasting daarentegen kunnen gemeenten de investeringen die zij
doen om een stad aantrekkelijker te maken, terugverdienen.”).
b. Het profijtbeginsel -> gemeenten kunnen hun investeringen terugverdienen
(“omdat de waarde an grond voor het grootste deel wordt bepaald door factoren
waarop de eigenaren geen invloed hebben”). Het buitenkansbeginsel.
Opgave 2:
→ Subject A (wie): ondernemers
→ Object B (wat): (belastbaar) loon art. 9
→ Tarief C (hoeveel): 19%, 25,8%
1. B
2. D
3. C
4. C
5. A
6. B
7. C
8. D
9. B
10. B
Werkgroep aantekeningen
,Het draagkrachtbeginsel betekent dat de “sterkste schouders de zwaarste lasten dragen”
-> hoe meer je verdient, hoe meer belasting je betaalt.
Functies van belastingheffing:
1. Budgettaire functie (geld ophalen)
2. Herverdelende functie
3. Instrumentele functie (gedrag beïnvloeden)
De verdelingsbeginselen:
1. Draagkrachtbeginsel
2. Profijtbeginsel (je profiteert van een investering van de gemeente)
3. Buitenkansbeginsel (de investering leidt tot effecten die je niet beoogd had,
waardoor de grond nog meer waard wordt).
Essentialia belasting
1. Subject (wie) -> art. 1.1
2. Object (wat) -> art. 2.18
3. Tarief (hoeveel) -> art. 2.10
4. Heffingsmethode (hoe) -> art. 9.1
Heffingen
Verplichte betalingen aan
overheid op grond van algemene
regels
Belastingen
Heffing staat niet tegenover
individuele tegenprestatie
(algemene) belastingen Bestemmingsheffingen Retributie
Opbrengsten zijn vrij Opbrengsten zijn Heffing staat tegenover
besteedbaar geoormerkt voor individuele prestatie
Niet gebaseerd op specifieke overheidstaak Winstverbod
onderliggende kosten Vaak gebaseerd op
onderliggende kosten in
combinatie met
profijtbeginsel
Groepstegenprestatie
Gemiddelde belastingdruk = verschuldigde belasting/inkomen uit werk en woning X 100
Marginale belastingdruk = extra verschuldigde belasting/extra inkomen uit werk en
woning X 100
Week II | inkomen uit werk (box 1)
, Hoorcollege
Box 1 Box 2 Box 3
Inkomen uit werk en Inkomen uit aanmerkelijk Inkomen uit sparen en
woning belang beleggen
→ Tarief in art. 2.10 → Tarief in art. 2.12 → Tarief in art. 2.13
→ Jaarlijkse saldering
Drie actieve
inkomenscategorieën:
1. Belastbare winst uit
onderneming (art.
3.2 IB).
2. Het belastbare loon
(art. 3.80 IB).
3. Het belastbare
resultaat uit overige
werkzaamheden
(art. 3.90 IB).
Huiswerkopgaven
Openvraag
a. Ja want er wordt voldaan aan de algemene bronvereisten (resultaat overige
werkzaamheden) art. 3.90 IB.
b. Nee er is geen subjectieve voordeel verwachting
c. Nee, geen deelname aan het economische verkeer want het is familie
d. PGB-arrest -> er is hier wel sprake aan deelname aan het economische verkeer.
Ze beogen een voordeel (subjectief begrip). Ze kunnen ook voordeel verwachten
(objectief begrip). Dus er is sprake van een bron van inkomen hier.
Meerkeuzevragen
1. C -> er wordt voldaan aan alle bronvereiste, naar het is geen winst uit
onderneming en er is ook geen sprake van loon.
2. A -> ze neemt deel aan het economische verkeer, want het is geen verhuur aan
familie. Voordeel wordt beoogd, want ze krijgt er €25,000 voor terug. Er wordt ook
voordeel verwacht, want er is geen sprake van blijvend verlies. Subcategorie:
verhuur vermogensbestanddeel met aanvullende diensten
3. D -> er is sprake van deelname aan het economische verkeer. Voordeel wordt
hiermee niet beoogd door Julia, want er stond in eerste instantie niks tegenover
(ze doet het niet voor de vergoeding) + sprake van vriendendienst
(Vriendendienst-arrest).
4. C -> er is sprake van deelname aan het economische verkeer. Er wordt voordeel
beoogd en er wordt voordeel verwacht. Er is geen sprake van een onderneming. Er
is ook geen sprake van loon, want er is geen gezagsverhouding. Er is hier wel
sprake van een resultaat uit overige werkzaamheden en dan de categorie
vermogenswinst dankzij gunstige aankoopprijs.