Samenvatting (2020)
Voorbereiding op de hogeschool taaltoets
Gemaakt door Siem te Hennepe
1
, 1. De kennisbasis Nederlandse taal
1.1 De opzet van de kennisbasis
De leerstof is verdeeld over 9 taaldomeinen:
1. Mondeling taalvaardigheid
2. Woordenschat
3. Beginnende geletterdheid
4. Voortgezet technisch lezen
5. Begrijpend lezen
6. Stellen
7. Jeugdliteratuur
8. Taalbeschouwing
9. Spelling
Belangrijkste kenniselementen aan de hand van 4 invalshoeken:
1. De leerinhoud. In de leerinhoud wat de basisschoolleerling moet weten en kunnen
in een bepaald domein. (Eind -en tussendoelen, denk aan TULE.SLO)
2. De domeindidactiek. De manier waarop je de leerinhoud van een bepaald domein
aan kinderen onderwijst. (Hoe toets je, hoe geef ik instructie, welke middelen heb ik
nodig tijdens deze les?)
3. Het fundament. Achtergrondkennis (Welke kennis heb ik nodig om de leerstof over
te brengen aan de kinderen?)
4. Taaldidactiek en taalbeleid. Verschillende manieren waarop de leerkracht
2
, taalonderwijs kan geven of hoe je beleid kunt ontwikkelen op het gebied van taal.
3
,2. Taalonderwijs en taal
2.1.1 Taalonderwijs
De belangrijkste argumenten om apart onderwijs te geven in taal zijn;
1. Schriftelijke taalvaardigheid leren kinderen niet uit zichzelf.
2. Niet alle kinderen kunnen zich zelfstandig een bepaald niveau taalvaardigheid eigen
maken. Sommigen hebben hier extra hulp bij nodig.
3. Op school leer je andere soorten taalgebruik (formeel & informeel).
4. Bepaalde taalvormen je alleen met behulp van taalonderwijs (denk aan spelling).
5. Niet alle kinderen lezen uit zichzelf, dus moet je daar apart aandacht aan besteden.
2.1.2 Taalonderwijs op de basisschool
Traditioneel onderwijs is lesgeven aan de hand van een methode.
Je kunt taalonderwijs onderverdelen in;
● Mondeling taalonderwijs
● Schriftelijk taalonderwijs
● Taalbeschouwing, waaronder strategieën
Verdeling in de Kennisbasis taalonderwijs;
● Mondeling taalvaardigheid. Spreken en luisteren en voeren van allerlei
mondelinge gespreksvormen. (Denk aan spreekbeurten, boekpresentatie, etc)
● Woordenschat. Aanleren van de betekenis van nieuwe woorden, uitdrukkingen,
zegswijzen en spreekwoorden. Ook willen we de kinderen strategieën aanleren om
achter de betekenis te komen van onbekende woorden. (Denk aan verder lezen,
teruglezen, kijken naar context)
●
4
, ● Beginnende geletterdheid
Geletterdheid is het vermogen om schriftelijke taal te begrijpen en te gebruiken.
Aanvankelijk lezen is het leren lezen in groep 3. Een belangrijke fase in de beginnende
geletterdheid.
In de geletterdheid worden 3 stadia onderscheiden;
- Ontluikende geletterdheid; voorschoolse periode (van 0 tot 4 jaar)
- Beginnende geletterdheid; ontwikkeling geletterdheid (groep 1 t/m 3)
- Gevorderde geletterdheid; geletterdheid na groep 3
● Voortgezet technisch lezen. Technisch lezen onderdeel voortgezet lezen. Kinderen
kunnen letters ontcijferen en hardop lezen van woorden. Doel: de vaardigheid van
het decoderen van teksten vergroten (vlot en nauwkeurig lezen, niet begrijpen).
● Begrijpend lezen. Begrijpen van de tekst, achterhalen van de bedoeling
● Stellen. Schrijven van teksten
● Jeugdliteratuur. Lezen van literaire teksten. Kinderen in aanraking brengen met
verschillende literaire genres. (Informatie, fictie, non-ficties, etc)
● Taalbeschouwing. Kinderen leren te reflecteren op de taalvorm, de manier waarop
iets verwoord is en het gebruik van taal. Een belangrijk onderdeel is zinsontleding.
5
, ● Spelling. Correct schrijven van woorden, hanteren van regels en interpunctie.
2.2.1 Functies van taal
Taal heeft verschillende functies voor mensen. Hieronder staan de belangrijkste functies.
De communicatieve of sociale taalfunctie. Communicatiemiddel. Spreker → hoorder.
Zelfhandhaving: jezelf beschermen en verdedigen
Zelfsturing: handelen ordenen met woorden en plannen aankondigen
Sturing van anderen: gedrag van andere beïnvloeden
Structurering van het gesprek: gebruik van taal om gespreksverloop te beïnvloeden
De conceptualiserende of cognitieve functie
Rapporteren: verslag doen van iets dat je hebt meegemaakt en hierover vertellen.
Redeneren: bewerken van de gebeurtenis door een extra denkstap in te bouwen.
Projecteren: chronologisch ordenenen van een gebeurtenis, relatie leggen tussen oorzaak
en gevolg, conclusies trekken.
De expressieve taalfunctie
Expressiemiddel. Gevoelens uiten, experimenteren met taal (dichten, comedy).
2.2.2 Functies van taal
Dit is een van de belangrijkere onderdelen. Dit moet je uit je hoofd kennen. Tip: gebruik WRTS
om deze begrippen te leren. Ik zal per begrip proberen een ezelsbruggetje te geven.
Fonologisch niveau Uitspraak (/fon/ klinkt als /phone/, dus uitspraak)
Morfologisch niveau Opbouw van woorden (/morf/ betekent opbouw)
Syntactisch niveau Volgorde van woorden (/syn/ Engels /sync/ volgorde)
Semantisch niveau Betekenis (semantiek is betekenisleer)
Pragmatisch niveau Gebruik (/pra/ van /praktisch/ dus makkelijk gebruik)
Orthografisch niveau Spelling (orthopedagoog helpt met spelling)
Recursief systeem: een element van de taal kan weer eenzelfde element van de taal
bevatten. (vb. Ik vermoed dat hij liegt kan je oneindig uitbreiden. Ik vermoed dat hij liegt tegen
mij, ik vermoed dat hij liegt tegen mij en de rest van het gezin, etc).
6