Bij een stimulatie rat wordt een pin door het brein gezet, zodat het zenuwstelsel geen invloed
heeft op het hart.
Er zijn drie canules:
in een arterie
o De arterial blood pressure ABP en de heart rate HR worden hier gemeten
In linker ventrikel
o De left ventriculas pressure LVP en de heart contractile force HF worden hier
gemeten
In de vene
o De venous blood pressure VBP wordt hier gemeten
Er is ook een soort vierde canule (Drugs) waar de farmacon ingespoten wordt.
De uitslagen uit die canulen worden gegeven in een cardiogram
Om de bloeddruk te reguleren zijn er een paar knoppen waaraan gedraaid kunnen worden
- Als je het hart stimuleert via het sympathisch zenuwstelsel (adrenaline, Beta-1receptor)
dan gaat het hart sneller kloppen (heart rate)
- Als je het hart stimuleert via het parasympatische zenuwstelsel (acetylcholine)
dan gaat het hart langzamer kloppen (heart rate)
- Als je de bloedvaten stimuleert via het sympathisch zenuwstelsel
je kunt de vaten samentrekken met de alpha1receptor en relaxeren met de beta2receptor
Hart:
Beta-1 stimulatie: verhoging hartslag en contractie
Muscarinerge stimulatie: verlaging hartslag en contractie
Bloedvaten:
Alpha-1 stimulatie: contractie (verhoogt perifere weerstand; verhoging bloeddruk)
Beta-2 stimulatie: verwijding (dilatatie; verlaagt perifere weerstand; verlaging bloeddruk
, Het sympathische zenuwstelsel kan de hart en bloedvaten beïnvloeden via (nor)epinephrine (ook
wel adrenaline genoemd)
Norepinephrine en epinephrine lijken erg op elkaar
Ze zijn beiden hormonen/neurotransmitters.
Het verschil is dat norepinephrine alleen via de alfa receptoren werkt.
In het hart zitten de beta-1-receptoren (in de pacemaker knop) wat geactiveerd kan worden door
epinephrine/adrenaline.
Dit zorgt ervoor dat de contractie kracht en hartslag omhoog gaat.
De alfa receptor wordt geactiveerd door norepinephrine in de bloedvaten -> contractie
bloedvaten verhoogd -> de vaten worden dus kleiner -> hogere bloeddruk ontstaat -> meer
weerstand in het bloedvaten systeem.
De beta-2-receptor zorgt voor verwijding van de bloedvaten waardoor de bloeddruk omlaag
gehaald kan worden.
In grote bloedvaten heb je een onderdruk (diastolisch) waar de hart ontspant en bovendruk
(systolisch) waarbij de hart samenknijpt.
Gemiddelde bloeddruk dus van de onderdruk en bovendruk:
Pgemiddeld = Pdiastolisch + 1/3 *(Psystolisch - Pdiastolisch)
Dilatatie – Renine-Angiotensine-Aldosteron systeem
Als de bloeddruk erg laag wordt dan zijn er allemaal failsave mechanismen -> de renine-
angiotensine-alderosteron systeem (RAA)
Enzymen zorgen ervoor dat de bloeddruk gereguleerd wordt
Bij een verlagend bloeddruk:
Renine wordt vrijgelaten uit de nieren (renine release)
Angiotensinogeen wordt omgezet in angiotensin I.
angiotensin I bindt aan het ACE receptor die membraan gebonden is
ACE receptor zet de angiotensin I om in angiotensin II
angiotensin II die bindt op een receptor die meerdere processen in gang kan zetten:
heeft op het hart.
Er zijn drie canules:
in een arterie
o De arterial blood pressure ABP en de heart rate HR worden hier gemeten
In linker ventrikel
o De left ventriculas pressure LVP en de heart contractile force HF worden hier
gemeten
In de vene
o De venous blood pressure VBP wordt hier gemeten
Er is ook een soort vierde canule (Drugs) waar de farmacon ingespoten wordt.
De uitslagen uit die canulen worden gegeven in een cardiogram
Om de bloeddruk te reguleren zijn er een paar knoppen waaraan gedraaid kunnen worden
- Als je het hart stimuleert via het sympathisch zenuwstelsel (adrenaline, Beta-1receptor)
dan gaat het hart sneller kloppen (heart rate)
- Als je het hart stimuleert via het parasympatische zenuwstelsel (acetylcholine)
dan gaat het hart langzamer kloppen (heart rate)
- Als je de bloedvaten stimuleert via het sympathisch zenuwstelsel
je kunt de vaten samentrekken met de alpha1receptor en relaxeren met de beta2receptor
Hart:
Beta-1 stimulatie: verhoging hartslag en contractie
Muscarinerge stimulatie: verlaging hartslag en contractie
Bloedvaten:
Alpha-1 stimulatie: contractie (verhoogt perifere weerstand; verhoging bloeddruk)
Beta-2 stimulatie: verwijding (dilatatie; verlaagt perifere weerstand; verlaging bloeddruk
, Het sympathische zenuwstelsel kan de hart en bloedvaten beïnvloeden via (nor)epinephrine (ook
wel adrenaline genoemd)
Norepinephrine en epinephrine lijken erg op elkaar
Ze zijn beiden hormonen/neurotransmitters.
Het verschil is dat norepinephrine alleen via de alfa receptoren werkt.
In het hart zitten de beta-1-receptoren (in de pacemaker knop) wat geactiveerd kan worden door
epinephrine/adrenaline.
Dit zorgt ervoor dat de contractie kracht en hartslag omhoog gaat.
De alfa receptor wordt geactiveerd door norepinephrine in de bloedvaten -> contractie
bloedvaten verhoogd -> de vaten worden dus kleiner -> hogere bloeddruk ontstaat -> meer
weerstand in het bloedvaten systeem.
De beta-2-receptor zorgt voor verwijding van de bloedvaten waardoor de bloeddruk omlaag
gehaald kan worden.
In grote bloedvaten heb je een onderdruk (diastolisch) waar de hart ontspant en bovendruk
(systolisch) waarbij de hart samenknijpt.
Gemiddelde bloeddruk dus van de onderdruk en bovendruk:
Pgemiddeld = Pdiastolisch + 1/3 *(Psystolisch - Pdiastolisch)
Dilatatie – Renine-Angiotensine-Aldosteron systeem
Als de bloeddruk erg laag wordt dan zijn er allemaal failsave mechanismen -> de renine-
angiotensine-alderosteron systeem (RAA)
Enzymen zorgen ervoor dat de bloeddruk gereguleerd wordt
Bij een verlagend bloeddruk:
Renine wordt vrijgelaten uit de nieren (renine release)
Angiotensinogeen wordt omgezet in angiotensin I.
angiotensin I bindt aan het ACE receptor die membraan gebonden is
ACE receptor zet de angiotensin I om in angiotensin II
angiotensin II die bindt op een receptor die meerdere processen in gang kan zetten: