Neuromechanica hc 4
Quasistatische analyse
- Doen alsof de beweging in slow motion
wordt uitgevoerd (moment van Fz
verwaarlozen)
Extern vs intern moment
- Extern moment (met de klok mee)
Fz dreigt knie te strekken
Extern moment is extenderend
- Intern moment (tegen de klok in)
Om evenwicht te handhaven is tegengesteld intern moment vereist
Intern moment is flecterend
De knie flexoren zijn actief
Moment rond de knie?
- Tijdens lopen meten we een extenderend intern knie moment in begin van de zwaaifase
(quadriceps is actief. Hoe kun je dat verklaren?
- r x (mfoot · acom)
Extern vs intern moment
- Moment van inertiekrachten
- - r x (mfoot · acom)
Gekoppelde segmenten analyse
- Intersegmentale krachten (interaction torques)
- Wie buigt de knie tijdens de voetbal trap?
- En wie strekt hem weer?
- Netto gewrichtsreactiekracht (Fk) Heeft moment tov zwaartepuntonderbeen,
waardoor onderbeen met de klok mee roteert
- Fk= intersegmentale kracht (actie =-reactie)
- r x Fk =I· αseg_ob
- Je kunt ook tov draaipunt in de knie redeneren, Maar dan moet je, naast het
moment van de zwaartekracht, ook het moment van de traagheidskracht in
rekening brengen
- r x (monderbeen · acom_ob) + r x Fg = I· αseg_ob
, intersegmentale krachten
Impuls (linear momentum)
- Tweede wet van newton als er een kracht op een object wordt uitgeoefend dan
versnelt het object: oftewel het object verandert van snelheid ; het verandert van
momentum (impuls)
- Schatten van de kracht op de hand tijdens een volleybal smash
- Tweede wet van newton Als er een moment op een object wordt uitgeoefend dan ondergaat
het object een hoekversnelling oftewel het object verandert van hoeksnelheid ; het
verandert van impulsmomentum
- Soms moeten we die impulsmomenten beheersen en soms kunnen we ze gebruiken!
- Impuls: momentum: hoeveelheid beweging = m * v (integraal van kracht naar tijd en leidt tot
verandering in momentum)
Impulsmoment (angular momentum)
- Soms moeten we die impulsmomenten beheersen en soms kunnen we ze gebruiken!
- Moment heeft grootte en richting (M = r * F) (M = I*a)
- Moment zorgt voor een rotatoire versnelling (verandering van impuls moment)
- I = traagheidsmoment, mate waarin object zich verzet tegen rotatie
- 𝐼𝑚𝑝𝑢𝑙𝑠𝑚𝑜𝑚𝑒𝑛𝑡 𝐻 = ∆Iw
- Behoud van momentum als er geen externe momenten op een lichaam worden uitgeoefend
- Hoeveelheid impuls: Hg
- Verandering van impulsmoment zo veel mogelijk tegengaan -> tegengesteld aan benen
slingeren met armen tijdens lopen -> dan kost het geen energie om impulsmoment continu
tegen te gaan. Amplitude dat zorgt voor minste energieverbruik is een balans tussen beide
richtingen
Quasistatische analyse
- Doen alsof de beweging in slow motion
wordt uitgevoerd (moment van Fz
verwaarlozen)
Extern vs intern moment
- Extern moment (met de klok mee)
Fz dreigt knie te strekken
Extern moment is extenderend
- Intern moment (tegen de klok in)
Om evenwicht te handhaven is tegengesteld intern moment vereist
Intern moment is flecterend
De knie flexoren zijn actief
Moment rond de knie?
- Tijdens lopen meten we een extenderend intern knie moment in begin van de zwaaifase
(quadriceps is actief. Hoe kun je dat verklaren?
- r x (mfoot · acom)
Extern vs intern moment
- Moment van inertiekrachten
- - r x (mfoot · acom)
Gekoppelde segmenten analyse
- Intersegmentale krachten (interaction torques)
- Wie buigt de knie tijdens de voetbal trap?
- En wie strekt hem weer?
- Netto gewrichtsreactiekracht (Fk) Heeft moment tov zwaartepuntonderbeen,
waardoor onderbeen met de klok mee roteert
- Fk= intersegmentale kracht (actie =-reactie)
- r x Fk =I· αseg_ob
- Je kunt ook tov draaipunt in de knie redeneren, Maar dan moet je, naast het
moment van de zwaartekracht, ook het moment van de traagheidskracht in
rekening brengen
- r x (monderbeen · acom_ob) + r x Fg = I· αseg_ob
, intersegmentale krachten
Impuls (linear momentum)
- Tweede wet van newton als er een kracht op een object wordt uitgeoefend dan
versnelt het object: oftewel het object verandert van snelheid ; het verandert van
momentum (impuls)
- Schatten van de kracht op de hand tijdens een volleybal smash
- Tweede wet van newton Als er een moment op een object wordt uitgeoefend dan ondergaat
het object een hoekversnelling oftewel het object verandert van hoeksnelheid ; het
verandert van impulsmomentum
- Soms moeten we die impulsmomenten beheersen en soms kunnen we ze gebruiken!
- Impuls: momentum: hoeveelheid beweging = m * v (integraal van kracht naar tijd en leidt tot
verandering in momentum)
Impulsmoment (angular momentum)
- Soms moeten we die impulsmomenten beheersen en soms kunnen we ze gebruiken!
- Moment heeft grootte en richting (M = r * F) (M = I*a)
- Moment zorgt voor een rotatoire versnelling (verandering van impuls moment)
- I = traagheidsmoment, mate waarin object zich verzet tegen rotatie
- 𝐼𝑚𝑝𝑢𝑙𝑠𝑚𝑜𝑚𝑒𝑛𝑡 𝐻 = ∆Iw
- Behoud van momentum als er geen externe momenten op een lichaam worden uitgeoefend
- Hoeveelheid impuls: Hg
- Verandering van impulsmoment zo veel mogelijk tegengaan -> tegengesteld aan benen
slingeren met armen tijdens lopen -> dan kost het geen energie om impulsmoment continu
tegen te gaan. Amplitude dat zorgt voor minste energieverbruik is een balans tussen beide
richtingen