Basisstof 1 Chemie in cellen BINAS 67L & 69C
⁃ Stofwisseling (metabolisme): geheel van chemische omzettingsprocessen in
een organisme
Organische stof:
- C-O-H
- Grote en complexe stof
- bv C6H12O6, eiwitten, vetten
- Chemische energie: energie die is opgeslagen in de atoombindingen van
energierijke stoffen (bij org. dus)
- koolwaterstofbinding is energierijk
Anorganische stof:
- combinatie van 2 of 1 (niet 3)
- kleine eenvoudige moleculen
- bv CO2, O2, CH4
- weinig energie
⁃ Assimilatie: opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen (energie
voor nodig) (energie wordt vastgelegd in chemische bindingen van grotere
moleculen)
⁃ Dissimilatie: afbraak van grote organische moleculen tot kleinere moleculen
(chemische energie komt vrij uit stoffen beschikbaar voor processen in cel) (van
organische tot anorganische, bv H2O) (autotrofe en heterotrofe organisme)
Aerobe dissimilatie: C6H12O6 + 6O2 -> 6H2O + 6CO2+ energie (ATP)
Anaerobe dissimilatie: C6H12O6 -> melkzuur (org. stof) + weinig ATP
functie assimilatie: de vorming van de organische stoffen waaruit een organisme
bestaat. dissimilatie: het beschikbaar maken van energie voor processen in een cel
⁃ Koolstofassimilatie: vorming van glucose uit koolstofdioxide en water door
autotrofe organismen (fotosynthese) (alleen autotrofe organismen)
Bij de koolstofassimilatie wordt stralingsenergie van de zon omgezet in chemische
energie van glucose. Dat gebeurt in chloroplasten. In de mitochondriën wordt
glucose omgezet in ATP. De ribosomen gebruiken de energie uit ATP voor de
voortgezette assimilatie (vorming van eiwitten)
⁃ Voorgezette assimilatie: vorming van andere koolhydraten, vetten, eiwitten en
DNA uit glucose (van organische stof naar andere organische stoffen) (autotrofe
en heterotrofe organisme)
⁃ ATP (adenosinetrifosfaat): energiedragermolecuul dat bestaat uit adenosine
en drie fosfaatgroepen (bindingen tussen fosfaatgroepen is veel chem. energie
vastgelegd) (wordt gevormd bij fotosynthese in chloroplasten en bij verbranding
in mitochondriën (fosforylering))
Opbouw ATP: ADP + Pi + energie -> energie
Afbraak ATP: ATP -> ADP + Pi + energie
⁃ ADP (adenosinedifosfaat): energiedragermolecuul dat bestaat uit adenosine
en twee fosfaatgroepen
⁃ NAD+: energiedragermolecuul, nicotinamide-adenine-dinucleotide
, ⁃ NADP+: energiedragermolecuul, nicotinamide-adenine-dinucleotidefosfaat
⁃ Fosforylering: binding van een fosfaatgroep (bijvoorbeeld aan ADP waardoor
energierijk ATP ontstaat)