Hoorcollege 1
Elke ouder heeft de plicht om op te voeden. Veel ouders grijpen terug naar hun
ervaringen. Dat is vaak de basis van opvoeding. Ze kiezen ervoor om hetzelfde te
doen of het juist helemaal anders te doen.
Kousemaker:
- In de driehoek van Kousemaker wordt geschematiseerd voor welke
problemen het gezin welke ondersteuning nodig heeft.
Opvoedingsondersteuning valt onder de tweede categorie.
Opvoedspanning: interactie tussen kind en ouder loopt niet altijd vloeiend. Lichte
problemen in de opvoeding.
Opvoedingscrisis: luister het kind niet meer en raak je als ouder je gezag kwijt.
Opvoedingsnood: je weet als ouder niet meer hoe je met het gedrag van je kind om
moet gaan.
Als gezinsbegeleider richt jij je vooral op opvoedingsspanning.
Opvoeding:
- Opvoeden is een wederkerig proces van relaties en interacties tussen twee of
meer generaties die met elkaar samenleven. Ouders en kinderen zijn met
elkaar verbonden. Gaat niet alleen over de ouder en het kind, maar gaat ook
vaak over de generatie daarvoor (Opa en oma).
- Eerst zeven jaar voor een kind zijn heel belangrijk.
Opvoeding is een veelomvattende taak die plaatsvindt in ervaringen van
ouders en kinderen:
- In het samenleven
- In het verbinden
- In het communiceren.
Daar waar interactie is, is ook sprake van opvoeding. Dit kan dus ook buiten de
ouderlijke context (in de professionele context).
,Opvoeden, dat moet je leren:
- Liefde, structuur en grenzen geven, is de basis van opvoeding.
- Te leren via: familie, vrienden, boeken, social media
- Of via professionals: doel is dat ouders zich bewust worden van kennis,
vaardigheden en middelen die zij al bezittend en ze leren hoe ze dat bewust
kunnen benutten in het gezinsleven:
- Zorg dat er een vertrouwensband is, dat ze hulp durven accepteren
- Maak samen plannen die aansluiten bij wat iemand kan
- Zet het sociale netwerk in
- Positive parenting
Ouders van kinderen met ernstige opgroei- en opvoedproblemen hebben vaak de
behoefte om meer bekwaam te worden op het gebied van deze
opvoedingsvaardigheden. Als hulpverlener kun je aan deze behoefte voldoen.
Autoriteit: de intergenerationele spanning in de verbinding tussen ouders en
kinderen.
Nieuwe autoriteit: de aanwezigheid en nabijheid van opvoeders, met als effect:
- Overdracht van normen en waarden
- Successen en fouten zien en hiervan leren (hoe gaat een ander hiermee om).
Ouderschap:
Ouderschap: hoe je de verantwoordelijkheid als ouders gestalte geeft en welke
belangen je voor je kind hebt.
Goed genoeg ouderschap: ouderschap dat jeugdigen voldoende ondersteunt in hun
ontwikkeling.
Ouderschap is een complext aanpassingsproces:
- Goed ouderschap
- Goed genoeg ouderschap (in principe is de basis aanwezig, maar dat het
binnenkort kan veranderen door een probleem, Disfuusbeeld: basis is oké,
maar in andere vaardigheden kunnen een probleem zijn).
- Problematisch ouderschap (problemen in het gezag, maar geen sprake van
verwaarlozing).
- Tekortschietend ouderschap (wanneer ouders hun kind verwaarlozen,
mishandelen of onvoldoende ondersteunen).
Goed genoeg ouderschap:
De wet zegt dat elke burger gelijk is. Deze wet zegt ook dat ouders mogen doen wat
ze zelf willen. Dit mag zolang er:
- Geen tekenen zijn van kindermisbruik of verwaarlozing
- Geen interventie door de kinderbescherming heeft plaatsgevonden.
- Geen gerechtelijk bevel is voor het plaatsen van de kinderen in pleegzorg.
,BIC – Best interest of the child:
Fysiologische behoeften is het belangrijkste en is dus de basis.
BIC: instrument om te onderzoeken of ouders goed genoeg ouderschap laten zien.
14 elementen zijn afgeleid uit de piramide van Maslow. Kijken eerst naar het gezin,
maar ook naar de omgeving. Waar zit het gezin in.
Ouder en omgevingsfactoren kunnen veranderen, is een afweging die je dan moet
maken. Beeld dat je kunt vormen over de gegevens.
Analyse op goed genoeg ouderschap door dialoog met ouders:
Doel: ervoor zorgen dat de jeugdige zich kan ontwikkelen of voldoende veiligheid
geboden kan worden.
Elementen van ouderschap: (BIC)
- Affectief klimaat (liefde en aandacht)
- Leefomgeving (materiële en immateriële verzorging)
- Oog voor ontwikkeling en toekomstperspectief
- Ondersteunende flexibele opvoedingsstructuur (structuur en begrenzing)
Materiële en immateriële verzorging:
- Dagelijkse verzorging
- Veilig, fysiek leefklimaat
- Stabiliteit in de opvoedsituatie
- Veilige wijdere omgeving
- Respectvolle bejegening.
Liefde en aandacht:
Fundament voor veilige hechting:
- Affectief opvoedklimaat
- Wezenlijke belangstelling
- Continuïteit
, Structuur en begrenzing:
Veilige gehechtheid door:
- Regelmaat, regels en routines
- De wijze van reageren en anticiperen op kinderen (sensitief/responsief):
stimuleren, instrueren, maar ook begrenzen en consequent zijn.
- Hebben de ouders het gezag of gebruiken ze macht. Gezag is iets wat je als
ouder altijd moet hebben.
Gezag is hierin een vanzelfsprekendheid in een opvoedsituatie, niet opgelegd.
Oog voor ontwikkeling en toekomst:
- Overdracht van normen en waarden
- Bieden van kansen om te leren
- Aandacht voor persoonlijke wensen
Dit vereist voorbeeldgedrag van ouders en de leefomgeving van de jongeren.
Jongeren worden beïnvloed door voorbeeldgedrag.
Behoeften van jeugdigen:
Basisbehoeften:
- Lichamelijke verzorging
- Voeding en bescherming
Emotionele behoeften:
- Liefde, zorg en verbintenis
- Controle en het consistent stellen van grenzen
- Het stimuleren van de ontwikkeling
Vier functies van een gezin:
- Leren van emotionele veerkracht
- Bieden van basisbehoeften
- Aanleren van sociale relaties binnen en buiten het gezin
- Het leren zich aan te passen. (Als je het teveel doet dan kom je ook te weinig
tot zelfontwikkeling. Balans is hier van belang).
Factoren die van invloed zijn op opvoederschap:
- Balans draagkracht – draaglast
- Kindfactoren
- Ouderfactoren en problematiek (LVB, trauma, psychopathologie)
- Gezin functioneren
- Contextuele factoren (armoede en misbruik)
- Samenleving