Kennislijn ondersteunende wetenschappen
College 1
Eerste 3 jaar van het kind zijn sensitief. Hebben veel invloed op het verder verloop
van het kind in de toekomst.
Vroeg signaleren betekent dat je vroeg erachter wilt komen of er wat is met het
kind, zodat je vroeg aan de slag kan met het kind en de ouders/opvoeders.
Gezonde hechting ligt in de basis van het kind om te kunnen groeien en te
ontwikkelen.
Neuropsychologie:
- Gaat over de ontwikkeling in de hersenen. Stressfactoren hebben invloed op
de ontwikkeling van het brein.
Ontwikkelingspsychologie:
- Bij de ontwikkelingspsychologie kijk je naar het gemiddelde van de leeftijd bij
het kind bij een bepaalde gebeurtenis. Op basis daarvan kijk je naar de
situatie.
- Wetenschappelijke studie naar patronen van groei, verandering en stabiliteit
vanaf de conceptie tot aan de ouderdom.
- Verklaren van het menselijk gedrag, terugkijken voorgeschiedenis. Alle
ontwikkelingen samen noemen ze het ontwikkelingsproces.
- Levenslooppsychologie gaat om gebeurtenissen die je meemaakt in je leven
en daarop je aanpast. Adaptie: aanpassen aan nieuwe situaties.
Ontwikkeling:
Ontwikkeling is het doorlopen van een reeks toestanden die onomkeerbare,
trapsgewijze of geleidelijk veranderingen tot gevolg hebben.
Continue veranderingen zijn bijvoorbeeld lichaamsveranderingen (kwantitatief)
Discontinu veranderingen zijn kwalitatieve ontwikkelingen; van kruipen naar lopen.
Deze veranderingen beïnvloeden de ontwikkeling naar een hoger niveau te brengen
tot je eindresultaat.
Progressie: je ontwikkeling complexer maken.
Rijping en leren: van klein naar groot en van eenvoudig naar complex.
Ontwikkeling van een kind:
Toestanden en fasen worden doorlopen
Baby, peuter, kleuter, schoolkind, adolescent, jongvolwassene, volwassene,
ouderen.
Mechanismen zorgen voor de overgang van de ene naar de andere toestand.
Leeftijd, vaardigheden, cultuur en tijd bepalen de overgang van fases.
,Ontwikkeling wordt onder andere bepaald door:
- Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die wij gezamenlijk meemaken.
- Niet-normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die wij niet gezamenlijk
meemaken, maar als persoon wat niet vaak wordt meegemaakt bij een
persoon.
- Normatieve invloeden: (conformiteit) gebeurtenissen waarbij een hele groep
die gebeurtenis ervaart, bijvoorbeeld corona.
Conformeren: geneigd zijn om mee te gaan met de groep en iets niet te doen
omdat de rest dat ook niet doet.
Ontwikkelingsgebieden:
Fysieke ontwikkeling – Lichaam, seksualiteit
Cognitieve ontwikkeling – Intellectueel vermogen, denken, oplossingen bedenken
Sociale-emotionele ontwikkeling – interacties en relaties met anderen
Persoonlijkheidsontwikkeling – duurzame eigenschappen (persoon uniek maakt) wat
onderscheid een persoon weer van een ander persoon
College 2
Stromingen:
- Het psychodynamische perspectief
Sigmund Freud: de ontwikkeling is afgerond als de adolescentie is afgerond.
Onbewuste processen zijn bepalend voor iemands persoonlijkheid en gedrag
Ervaringen uit de vroeger kinderjaren zijn bepalend voor het verdere leven.
Kwalitatieve ontwikkeling (fasen).
Ego: hoe we handelen, keuze die we maken.
It: driften, seksuele genot.
Superego: normen en waarden die je jezelf eigen hebt gemaakt.
Erik Erikson: (psychoanalyse)
Groei en veranderding treedt je hele leven door op.
Mensen ontwikkelen zich in de sociale interacties.
Acht stadia van de ontwikkeling. Acht stadiums doorlopen in je leven.
- Het behavioristisch perspectief
Pavlov, Skinner en Watson
Alleen waarneembaar gedrag is te onderzoeken.
Alle gedrag is aangeleerd en kan ook weer afgeleerd worden.
Leren door observeren en nadoen.
Ontwikkeling is kwantitatief en verloopt niet in fasen.
Klassieke conditionering Watson en pavlov: een koppeling maken tussen 2
dingen
Operante conditionering Skinner: straffen en belonen
Modelling: leren door te observeren
,- Het cognitief perspectief
Jean Piaget: waarneming is een wisselwerking tussen cognitieve schema’s
(hoe we naar de wereld kijken) en informatie uit de omgeving.
Cognitieve ontwikkeling verloopt in fasen.
Assimilatie: vaardigheid die je al bezit inzetten in een nieuwe situatie.
Accommodatie: vaardigheid aanpassen in een nieuwe situatie
Adaptatie is een ander woord voor aanpassing.
De cognitieve psychologie gaan ervan uit dat we actief en creatief zijn.
Wat doen mensen om de wereld om hen heen te begrijpen.
Je bent druk bezig je een beeld te vormen van de werkelijkheid.
Interpretatie van een situatie zorgt ervoor dat we bepaald gedrag laten zien.
- Het contextuele/systemische perspectief
Het gaat niet om het individu maar om het geheel. Relatie tussen individuen
en hun fysieke, cognitieve, persoonlijke en sociale wereld.
Gedrag wordt bepaald door de situatie, de omgeving waarin mensen
verkeren/opgroeien, dit heet de systeemtheorie.
Bronfenbrenner: invloeden op micro, meso, exo en macrosysteem
Micro: gezin
Meso: gezin met school
Exo: instituut (kerk) invloed op de ontwikkeling
Macro: invloed die wetten of de kerk op je hebben.
Vygotsky: Cognitieve ontwikkeling is een resultaat van de sociale interactie
- Het evolutionair perspectief
Charles Darwin: gedrag is genetisch bepaald en is doorgegeven door onze
voorouders.
Survival of the fittest = natuurlijke selectie
- Humanistische psychologie
Rogers en Maslow (19e eeuw)
Mensen worden verantwoordelijk gehouden voor de keuzes en hun gedrag.
Mensen kunnen zelf keuzes maken en hebben een eigen wil. (Westerse
wereld).
Mensen zijn gericht op groei en ontwikkeling.
Behoeftepiramide van Maslow:
, Biologische psychologie:
Swaab en Scherder
Gedrag wordt bepaald door:
- Door hormoonhuishouding
- Door chemische hersenprocessen
- Door erfelijke aanleg
Wat is er in ons lichaam aanwezig en hoe bepaald dat ons gedrag? Het is in de basis
vooral een nature perspectief.
Nature:
Rousseau en Montessori
Kinderen vanuit de goedheid van de mens zelf geneigd zijn tot ontplooiing en
ontwikkeling te komen.
Nurture: Locke en Skinner
Tabula Rasa betekent als ongeschreven blad op de wereld komen.
Nurture kant gaat ervan uit dat alles te leren.
Je leert door waarnemingen, ervaringen, leerprocessen en training.
Epi genetica is het snijvlak tussen nature en nurture.
College 1
Eerste 3 jaar van het kind zijn sensitief. Hebben veel invloed op het verder verloop
van het kind in de toekomst.
Vroeg signaleren betekent dat je vroeg erachter wilt komen of er wat is met het
kind, zodat je vroeg aan de slag kan met het kind en de ouders/opvoeders.
Gezonde hechting ligt in de basis van het kind om te kunnen groeien en te
ontwikkelen.
Neuropsychologie:
- Gaat over de ontwikkeling in de hersenen. Stressfactoren hebben invloed op
de ontwikkeling van het brein.
Ontwikkelingspsychologie:
- Bij de ontwikkelingspsychologie kijk je naar het gemiddelde van de leeftijd bij
het kind bij een bepaalde gebeurtenis. Op basis daarvan kijk je naar de
situatie.
- Wetenschappelijke studie naar patronen van groei, verandering en stabiliteit
vanaf de conceptie tot aan de ouderdom.
- Verklaren van het menselijk gedrag, terugkijken voorgeschiedenis. Alle
ontwikkelingen samen noemen ze het ontwikkelingsproces.
- Levenslooppsychologie gaat om gebeurtenissen die je meemaakt in je leven
en daarop je aanpast. Adaptie: aanpassen aan nieuwe situaties.
Ontwikkeling:
Ontwikkeling is het doorlopen van een reeks toestanden die onomkeerbare,
trapsgewijze of geleidelijk veranderingen tot gevolg hebben.
Continue veranderingen zijn bijvoorbeeld lichaamsveranderingen (kwantitatief)
Discontinu veranderingen zijn kwalitatieve ontwikkelingen; van kruipen naar lopen.
Deze veranderingen beïnvloeden de ontwikkeling naar een hoger niveau te brengen
tot je eindresultaat.
Progressie: je ontwikkeling complexer maken.
Rijping en leren: van klein naar groot en van eenvoudig naar complex.
Ontwikkeling van een kind:
Toestanden en fasen worden doorlopen
Baby, peuter, kleuter, schoolkind, adolescent, jongvolwassene, volwassene,
ouderen.
Mechanismen zorgen voor de overgang van de ene naar de andere toestand.
Leeftijd, vaardigheden, cultuur en tijd bepalen de overgang van fases.
,Ontwikkeling wordt onder andere bepaald door:
- Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die wij gezamenlijk meemaken.
- Niet-normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die wij niet gezamenlijk
meemaken, maar als persoon wat niet vaak wordt meegemaakt bij een
persoon.
- Normatieve invloeden: (conformiteit) gebeurtenissen waarbij een hele groep
die gebeurtenis ervaart, bijvoorbeeld corona.
Conformeren: geneigd zijn om mee te gaan met de groep en iets niet te doen
omdat de rest dat ook niet doet.
Ontwikkelingsgebieden:
Fysieke ontwikkeling – Lichaam, seksualiteit
Cognitieve ontwikkeling – Intellectueel vermogen, denken, oplossingen bedenken
Sociale-emotionele ontwikkeling – interacties en relaties met anderen
Persoonlijkheidsontwikkeling – duurzame eigenschappen (persoon uniek maakt) wat
onderscheid een persoon weer van een ander persoon
College 2
Stromingen:
- Het psychodynamische perspectief
Sigmund Freud: de ontwikkeling is afgerond als de adolescentie is afgerond.
Onbewuste processen zijn bepalend voor iemands persoonlijkheid en gedrag
Ervaringen uit de vroeger kinderjaren zijn bepalend voor het verdere leven.
Kwalitatieve ontwikkeling (fasen).
Ego: hoe we handelen, keuze die we maken.
It: driften, seksuele genot.
Superego: normen en waarden die je jezelf eigen hebt gemaakt.
Erik Erikson: (psychoanalyse)
Groei en veranderding treedt je hele leven door op.
Mensen ontwikkelen zich in de sociale interacties.
Acht stadia van de ontwikkeling. Acht stadiums doorlopen in je leven.
- Het behavioristisch perspectief
Pavlov, Skinner en Watson
Alleen waarneembaar gedrag is te onderzoeken.
Alle gedrag is aangeleerd en kan ook weer afgeleerd worden.
Leren door observeren en nadoen.
Ontwikkeling is kwantitatief en verloopt niet in fasen.
Klassieke conditionering Watson en pavlov: een koppeling maken tussen 2
dingen
Operante conditionering Skinner: straffen en belonen
Modelling: leren door te observeren
,- Het cognitief perspectief
Jean Piaget: waarneming is een wisselwerking tussen cognitieve schema’s
(hoe we naar de wereld kijken) en informatie uit de omgeving.
Cognitieve ontwikkeling verloopt in fasen.
Assimilatie: vaardigheid die je al bezit inzetten in een nieuwe situatie.
Accommodatie: vaardigheid aanpassen in een nieuwe situatie
Adaptatie is een ander woord voor aanpassing.
De cognitieve psychologie gaan ervan uit dat we actief en creatief zijn.
Wat doen mensen om de wereld om hen heen te begrijpen.
Je bent druk bezig je een beeld te vormen van de werkelijkheid.
Interpretatie van een situatie zorgt ervoor dat we bepaald gedrag laten zien.
- Het contextuele/systemische perspectief
Het gaat niet om het individu maar om het geheel. Relatie tussen individuen
en hun fysieke, cognitieve, persoonlijke en sociale wereld.
Gedrag wordt bepaald door de situatie, de omgeving waarin mensen
verkeren/opgroeien, dit heet de systeemtheorie.
Bronfenbrenner: invloeden op micro, meso, exo en macrosysteem
Micro: gezin
Meso: gezin met school
Exo: instituut (kerk) invloed op de ontwikkeling
Macro: invloed die wetten of de kerk op je hebben.
Vygotsky: Cognitieve ontwikkeling is een resultaat van de sociale interactie
- Het evolutionair perspectief
Charles Darwin: gedrag is genetisch bepaald en is doorgegeven door onze
voorouders.
Survival of the fittest = natuurlijke selectie
- Humanistische psychologie
Rogers en Maslow (19e eeuw)
Mensen worden verantwoordelijk gehouden voor de keuzes en hun gedrag.
Mensen kunnen zelf keuzes maken en hebben een eigen wil. (Westerse
wereld).
Mensen zijn gericht op groei en ontwikkeling.
Behoeftepiramide van Maslow:
, Biologische psychologie:
Swaab en Scherder
Gedrag wordt bepaald door:
- Door hormoonhuishouding
- Door chemische hersenprocessen
- Door erfelijke aanleg
Wat is er in ons lichaam aanwezig en hoe bepaald dat ons gedrag? Het is in de basis
vooral een nature perspectief.
Nature:
Rousseau en Montessori
Kinderen vanuit de goedheid van de mens zelf geneigd zijn tot ontplooiing en
ontwikkeling te komen.
Nurture: Locke en Skinner
Tabula Rasa betekent als ongeschreven blad op de wereld komen.
Nurture kant gaat ervan uit dat alles te leren.
Je leert door waarnemingen, ervaringen, leerprocessen en training.
Epi genetica is het snijvlak tussen nature en nurture.