Aantekeningen hoorcollege kennislijn pedagogiek
College 1 periode 1:
Grieks: pais- kind
Agogein- pedagoog – leiden
Pedagogiek houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen en jeugdigen van 0 tot
18 jaar. Pedagogiek betekent kinderleiding. Pedagogiek is een
opvoedingswetenschap, opvoedingsleer of opvoedkunde.
Opvoedkunde: vaardigheden van de ouder
Opvoedingsleer: vergaren van kennis over opvoeden
Opvoedingswetenschap: het ontwikkelen van theorieën over en methoden met
betrekking tot opvoeden.
Vroeger een stuk minder diversiteit dan tegenwoordig in de pedagogiek
Belangrijke hervormers Erasmus en Kats.
Belangrijkste stromingen:
1600-1700 Empirisme (inductie) kennis komt voor uit ervaring, waarneming staat
centraal. Inductie is het leren door nieuwe ervaringen op te doen. Onderzoek van de
concrete werkelijkheid.
Rationalisme (deductie): kennis komt voort uit denken. Kennis is de meest
betrouwbare bron hierin. Vooral training en scholing werden gegeven in deze tijd.
Belangrijke vertegenwoordiger van het rationalisme is René Descartes.
1650- tot eind 19e Verlichting: (middenweg) theorie verklaren. Waarheid kan alleen
bewezen worden met behulp van theorie en het verstand. Rousseau gaat uit van het
goede in ieder mens. Hij vindt dat de opvoeder het kind niet moest opdringen, niet
bevelen en ook niet verbieden.
Pestalozzi is ervan overtuigd dat ieder mens, ongeacht afkomst, stand of beroep, tot
werkelijke humaniteit kan worden gevormd.
1800-1900 Romantiek: De kunst en het intellectuele leven werd toegevoegd. Door
middel van spookjes haalde ze een moraal eruit. Het gevoelsleven is in deze periode
ontstaan en staat hierin centraal. Het onbewuste is een ontdekking van de romantiek,
die de nadrukt legt op de oorsprong van verbeelding en fantasie.
Fröbel zegt dat vooral de opvoeding thuis hervormd moet worden. Hij heeft als doel
dat door middel van spel, speel en leermateriaal de ontwikkeling van het kind te
stimuleren om de schoolrijpheid te bevorderen.
,1900-2000 reformbeweging/pedagogiek: is ontstaan in Duitsland. Het kind staat
centraal en de leerstof minder. Het gaat om de natuurlijke ontwikkeling van kinderen
en daarop aansluiten. Aansluiten op de belevingswereld van het kind.
Bewegingsonderwijs en kunstzinnige vorming werd belangrijk en werd toegevoegd
aan het onderwijs. Samenwerken speelt een belangrijke rol, omdat ze van mening
zijn dat een mens niet voor zichzelf leert.
Opvoeden:
Empirisme: gedrag laten zien dat van je verwacht wordt door de autoriteit. Je deed
wat er van je gevraagd werd en als uitkomst werd dat in de toekomst meestal je
beroep.
Rationalisme: onderzoek door reflectie en doordenking.
Ratio argumenten in plaats van klakkeloze gehoorzaamheid aan kerk/bijbel en
ouders. Niet zomaar meer voor-na doen maar ook kijken hoe het verklaard kan
worden.
Verlichting: pedagogische componenten
Zonder theorie geen waarheid, zonder ervaring geen waarheid.
Door de omgeving waarin je opgroeit verschil je. Het is goed om breder te kijken,
zodat je kan kijken naar de persoonlijke ontwikkeling van het kind.
Opvoedbaarheid en maakbaarheid is voor individu en voor samenleving belangrijk.
Rousseau ging tegen de kerk in en machtshebbers. Hij ging ertegenin door aan te
geven dat er in ieder mens iets goed zit. Het kind leert door de eigen gevolgen van
het eigen gedrag. Pestalozzi ging hierop door maar richtte zich meer op de praktijk.
Romantiek: onbewuste speelt een rol, verbeelding en fantasie. Opvoedkundige
waarde van sprookjes was belangrijk. Zaten belangrijke levenslessen in die konden
worden meegenomen in de opvoeding.
Fröbel was een belangrijke pedagoog. Fröbel ging ervan uit dat het jonge kind
getraind moest worden om spelend bezig te zijn. Vormt basis voor toekomstige
opleidingen en toekomstig werk.
Reformpedagogiek:
Cruciaal is de ontwikkeling van het kind. Wat heeft het kind nodig in de opvoeding en
in het onderwijs.
Lichamelijke ontwikkeling en kunsten worden steeds belangrijker om het kind in het
totaal te zien. Kinderen zijn van nature actief. In deze periode zijn nieuwe onderwijs
stromingen ontstaan.
20e eeuw:
Zijn verschillende wetenschappen die de pedagogiek vormen.
Niet alleen de theorie, maar filosofie, psychologie en sociologie horen hierbij.
Langeveld zegt dat opvoeding tot 18 is en vanaf dan vorm je jezelf je hele leven.
Als opvoeder ben je een rolmodel. Dit doe je bewust als onbewust en hierdoor
beïnvloed je het kind. Langeveld verwijst na twee belangrijke kernmerken van
opvoeding, namelijk: gezag en verantwoordelijkheid. Hij vindt dat de opvoeder een
voorbeeldfunctie heeft te vervullen ten opzichte van het kind.
,Sinds de 20e eeuw is de pedagogiek een uitzonderlijke wetenschap die bijdraagt aan
de professionalisering van opvoeden.
Sociaal: verantwoordelijkheid
Individueel: geen enkel kind is hetzelfde
Moreel: van nature onderscheid kunnen maken van goed en kwaad
Personaliteit is het vermogen van een volwassene om verantwoordelijkheid op zich
te nemen en de bereidheid om ter verantwoording te worden geroepen.
Micha de Winter:
Iedereen in je omgeving speelt een rol in de opvoeding.
Bespreek negatief gedrag en leg uit waarom het negatief. Niet straffen, maar in laten
zien dat het niet goed is wat het kind doet. Belangrijk is dat het kind zichzelf blijft, in
zichzelf gelooft en zich ook kan aanpassen tijdens samenkomsten. Ouders dienen de
toekomstbelangen van het kind in de gaten te houden.
Opvoeden heeft zowel een individueel als maatschappelijk belang volgens Micha de
winter.
20e eeuw Stromingen:
1. Geesteswetenschappelijke stroming
- Het kind moet kunnen opgroeien ongeacht wat er speelt in de wereld
- Kind moet de ruimte kunnen krijgen om te kunnen ontwikkelen
- Je werkt als eerste aan de opbouw van relaties
- Pedagoog: belevingswereld en gevoelswereld leren kennen
- Ieder kind is uniek en eigen (er is er maar 1 van)
- Opvoedend handelen in de dagelijkse werkelijkheid is het uitgangspunt
van deze stroming.
- Kindwaardig opvoeden betekent dat er in het opvoedend handelen
rekening wordt gehouden met de ontwikkelingsfasen en taken van het
kind.
- Richt zich voornamelijk op het analyseren van gedrag.
2. Empirisch analytische pedagogiek
- Cyclus gebruiken
Observatie, hypothese, inductie, deductie, toetsing en evaluatie.
- Abstracte en speculatieve karakter van opvoedkundige verhandelingen.
Aan de hand van de cyclus toetsen of het echt zo is bij het kind.
- Socialisatie: proces waarbij iemand zich onbewust aanpast aan een
gemeenschap en opvoeding het planmatig inleiden in de cultuur inhoud.
3. Kritisch emancipatorische pedagogiek
- Leiden tot zelfstandigheid en vrijheid door het eigen handelen
- Kritisch bewustzijn (is het echt zowat er staat)
, College 2 periode 1:
Verzorgingsstaat:
- Na de tweede wereldoorlog ontstaan.
Participatiemaatschappij:
Iedereen gelijke kansen, zoveel mogelijk zelf doen en zo lang mogelijk de hulp uit
stellen.
Zelfredzaamheid, zelfvertrouwen en zelfstandigheid spelen een belangrijke rol in
deze maatschappij.
WMO:
WMO staat voor wet maatschappelijke ondersteuning
Uitgevoerd door de gemeente: beter te laten participeren in de maatschappij
Je kent de mensen beter en weet wat ze nodig hebben. Deelname van mensen met
een beperking of problemen aan het maatschappelijke verkeer.
Passende ondersteuning zodat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen.
Inclusie: iedereen gelijke kansen – er wordt rekening gehouden met je
Exclusie: tegenhouden van bepaalde groepen
Segregatie: bepaalde groep buitensluiten, los van de maatschappij – apart gehouden
Integratie: je mag meedoen, maar je moet meedoen met de maatschappij ondanks
dat je bijvoorbeeld een beperking hebt.
Jeugdwet:
Ontstaan in 2015 – van de overheid naar de gemeente.
Het is voor 0-18, met een uitloop t/m 23 jaar bij sommige instellingen is er geen
uitloop.
Het doel is dat alle jeugdigen gezond en veilig opgroeien en zich zo goed mogelijk
ontwikkelen.
Integraal behandelen, niet alleen naar het kind kijken maar ook naar alle betrokkenen
kijken en meenemen hierin.
Eigen kracht wordt hierbij ingezet – minder zorgafhankelijk worden.
Vanuit de WMO richten wij ons op:
- Preventieve ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien
en ouders met problemen met opvoeden.
Aan de hand van vijf functies:
1. Informatie en voorlichting
2. Signalering
3. Toe leiden naar zorg
4. Licht pedagogische hulp aan jeugdigen en ouders
5. Coördinatie van zorg
Opvoedingsondersteuning anno nu:
- Ze moeten meer zelf doen. Er is minder saamhorigheid.
- Er wordt verwacht dat ouders meer zelfredzaam zijn
- Ouderschap als een geheel: Hoe is het met de ouder?
- Versterken van de rol van vaders: meer focus op de vader leggen
College 1 periode 1:
Grieks: pais- kind
Agogein- pedagoog – leiden
Pedagogiek houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen en jeugdigen van 0 tot
18 jaar. Pedagogiek betekent kinderleiding. Pedagogiek is een
opvoedingswetenschap, opvoedingsleer of opvoedkunde.
Opvoedkunde: vaardigheden van de ouder
Opvoedingsleer: vergaren van kennis over opvoeden
Opvoedingswetenschap: het ontwikkelen van theorieën over en methoden met
betrekking tot opvoeden.
Vroeger een stuk minder diversiteit dan tegenwoordig in de pedagogiek
Belangrijke hervormers Erasmus en Kats.
Belangrijkste stromingen:
1600-1700 Empirisme (inductie) kennis komt voor uit ervaring, waarneming staat
centraal. Inductie is het leren door nieuwe ervaringen op te doen. Onderzoek van de
concrete werkelijkheid.
Rationalisme (deductie): kennis komt voort uit denken. Kennis is de meest
betrouwbare bron hierin. Vooral training en scholing werden gegeven in deze tijd.
Belangrijke vertegenwoordiger van het rationalisme is René Descartes.
1650- tot eind 19e Verlichting: (middenweg) theorie verklaren. Waarheid kan alleen
bewezen worden met behulp van theorie en het verstand. Rousseau gaat uit van het
goede in ieder mens. Hij vindt dat de opvoeder het kind niet moest opdringen, niet
bevelen en ook niet verbieden.
Pestalozzi is ervan overtuigd dat ieder mens, ongeacht afkomst, stand of beroep, tot
werkelijke humaniteit kan worden gevormd.
1800-1900 Romantiek: De kunst en het intellectuele leven werd toegevoegd. Door
middel van spookjes haalde ze een moraal eruit. Het gevoelsleven is in deze periode
ontstaan en staat hierin centraal. Het onbewuste is een ontdekking van de romantiek,
die de nadrukt legt op de oorsprong van verbeelding en fantasie.
Fröbel zegt dat vooral de opvoeding thuis hervormd moet worden. Hij heeft als doel
dat door middel van spel, speel en leermateriaal de ontwikkeling van het kind te
stimuleren om de schoolrijpheid te bevorderen.
,1900-2000 reformbeweging/pedagogiek: is ontstaan in Duitsland. Het kind staat
centraal en de leerstof minder. Het gaat om de natuurlijke ontwikkeling van kinderen
en daarop aansluiten. Aansluiten op de belevingswereld van het kind.
Bewegingsonderwijs en kunstzinnige vorming werd belangrijk en werd toegevoegd
aan het onderwijs. Samenwerken speelt een belangrijke rol, omdat ze van mening
zijn dat een mens niet voor zichzelf leert.
Opvoeden:
Empirisme: gedrag laten zien dat van je verwacht wordt door de autoriteit. Je deed
wat er van je gevraagd werd en als uitkomst werd dat in de toekomst meestal je
beroep.
Rationalisme: onderzoek door reflectie en doordenking.
Ratio argumenten in plaats van klakkeloze gehoorzaamheid aan kerk/bijbel en
ouders. Niet zomaar meer voor-na doen maar ook kijken hoe het verklaard kan
worden.
Verlichting: pedagogische componenten
Zonder theorie geen waarheid, zonder ervaring geen waarheid.
Door de omgeving waarin je opgroeit verschil je. Het is goed om breder te kijken,
zodat je kan kijken naar de persoonlijke ontwikkeling van het kind.
Opvoedbaarheid en maakbaarheid is voor individu en voor samenleving belangrijk.
Rousseau ging tegen de kerk in en machtshebbers. Hij ging ertegenin door aan te
geven dat er in ieder mens iets goed zit. Het kind leert door de eigen gevolgen van
het eigen gedrag. Pestalozzi ging hierop door maar richtte zich meer op de praktijk.
Romantiek: onbewuste speelt een rol, verbeelding en fantasie. Opvoedkundige
waarde van sprookjes was belangrijk. Zaten belangrijke levenslessen in die konden
worden meegenomen in de opvoeding.
Fröbel was een belangrijke pedagoog. Fröbel ging ervan uit dat het jonge kind
getraind moest worden om spelend bezig te zijn. Vormt basis voor toekomstige
opleidingen en toekomstig werk.
Reformpedagogiek:
Cruciaal is de ontwikkeling van het kind. Wat heeft het kind nodig in de opvoeding en
in het onderwijs.
Lichamelijke ontwikkeling en kunsten worden steeds belangrijker om het kind in het
totaal te zien. Kinderen zijn van nature actief. In deze periode zijn nieuwe onderwijs
stromingen ontstaan.
20e eeuw:
Zijn verschillende wetenschappen die de pedagogiek vormen.
Niet alleen de theorie, maar filosofie, psychologie en sociologie horen hierbij.
Langeveld zegt dat opvoeding tot 18 is en vanaf dan vorm je jezelf je hele leven.
Als opvoeder ben je een rolmodel. Dit doe je bewust als onbewust en hierdoor
beïnvloed je het kind. Langeveld verwijst na twee belangrijke kernmerken van
opvoeding, namelijk: gezag en verantwoordelijkheid. Hij vindt dat de opvoeder een
voorbeeldfunctie heeft te vervullen ten opzichte van het kind.
,Sinds de 20e eeuw is de pedagogiek een uitzonderlijke wetenschap die bijdraagt aan
de professionalisering van opvoeden.
Sociaal: verantwoordelijkheid
Individueel: geen enkel kind is hetzelfde
Moreel: van nature onderscheid kunnen maken van goed en kwaad
Personaliteit is het vermogen van een volwassene om verantwoordelijkheid op zich
te nemen en de bereidheid om ter verantwoording te worden geroepen.
Micha de Winter:
Iedereen in je omgeving speelt een rol in de opvoeding.
Bespreek negatief gedrag en leg uit waarom het negatief. Niet straffen, maar in laten
zien dat het niet goed is wat het kind doet. Belangrijk is dat het kind zichzelf blijft, in
zichzelf gelooft en zich ook kan aanpassen tijdens samenkomsten. Ouders dienen de
toekomstbelangen van het kind in de gaten te houden.
Opvoeden heeft zowel een individueel als maatschappelijk belang volgens Micha de
winter.
20e eeuw Stromingen:
1. Geesteswetenschappelijke stroming
- Het kind moet kunnen opgroeien ongeacht wat er speelt in de wereld
- Kind moet de ruimte kunnen krijgen om te kunnen ontwikkelen
- Je werkt als eerste aan de opbouw van relaties
- Pedagoog: belevingswereld en gevoelswereld leren kennen
- Ieder kind is uniek en eigen (er is er maar 1 van)
- Opvoedend handelen in de dagelijkse werkelijkheid is het uitgangspunt
van deze stroming.
- Kindwaardig opvoeden betekent dat er in het opvoedend handelen
rekening wordt gehouden met de ontwikkelingsfasen en taken van het
kind.
- Richt zich voornamelijk op het analyseren van gedrag.
2. Empirisch analytische pedagogiek
- Cyclus gebruiken
Observatie, hypothese, inductie, deductie, toetsing en evaluatie.
- Abstracte en speculatieve karakter van opvoedkundige verhandelingen.
Aan de hand van de cyclus toetsen of het echt zo is bij het kind.
- Socialisatie: proces waarbij iemand zich onbewust aanpast aan een
gemeenschap en opvoeding het planmatig inleiden in de cultuur inhoud.
3. Kritisch emancipatorische pedagogiek
- Leiden tot zelfstandigheid en vrijheid door het eigen handelen
- Kritisch bewustzijn (is het echt zowat er staat)
, College 2 periode 1:
Verzorgingsstaat:
- Na de tweede wereldoorlog ontstaan.
Participatiemaatschappij:
Iedereen gelijke kansen, zoveel mogelijk zelf doen en zo lang mogelijk de hulp uit
stellen.
Zelfredzaamheid, zelfvertrouwen en zelfstandigheid spelen een belangrijke rol in
deze maatschappij.
WMO:
WMO staat voor wet maatschappelijke ondersteuning
Uitgevoerd door de gemeente: beter te laten participeren in de maatschappij
Je kent de mensen beter en weet wat ze nodig hebben. Deelname van mensen met
een beperking of problemen aan het maatschappelijke verkeer.
Passende ondersteuning zodat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen.
Inclusie: iedereen gelijke kansen – er wordt rekening gehouden met je
Exclusie: tegenhouden van bepaalde groepen
Segregatie: bepaalde groep buitensluiten, los van de maatschappij – apart gehouden
Integratie: je mag meedoen, maar je moet meedoen met de maatschappij ondanks
dat je bijvoorbeeld een beperking hebt.
Jeugdwet:
Ontstaan in 2015 – van de overheid naar de gemeente.
Het is voor 0-18, met een uitloop t/m 23 jaar bij sommige instellingen is er geen
uitloop.
Het doel is dat alle jeugdigen gezond en veilig opgroeien en zich zo goed mogelijk
ontwikkelen.
Integraal behandelen, niet alleen naar het kind kijken maar ook naar alle betrokkenen
kijken en meenemen hierin.
Eigen kracht wordt hierbij ingezet – minder zorgafhankelijk worden.
Vanuit de WMO richten wij ons op:
- Preventieve ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien
en ouders met problemen met opvoeden.
Aan de hand van vijf functies:
1. Informatie en voorlichting
2. Signalering
3. Toe leiden naar zorg
4. Licht pedagogische hulp aan jeugdigen en ouders
5. Coördinatie van zorg
Opvoedingsondersteuning anno nu:
- Ze moeten meer zelf doen. Er is minder saamhorigheid.
- Er wordt verwacht dat ouders meer zelfredzaam zijn
- Ouderschap als een geheel: Hoe is het met de ouder?
- Versterken van de rol van vaders: meer focus op de vader leggen