Aantekeningen ondersteunende wetenschappen semester 2
College 2 periode 3:
Wat is sociale psychologie?
Psychologie: de mens als individu. Geïnteresseerd in de beweegreden, waarom
doen mensen zoals ze doen.
Sociale psychologie: de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale omgeving.
Sociologie: het menselijk gedrag binnen gemeenschappen of
samenlevingsverbanden. Groepen mensen die bij elkaar horen.
Groepsdruk:
Groepsdruk: de door een persoon ervaren druk om zich aan te passen.
Conformeren aan: (aanpassen aan)
Groepsdoel: is een gezamenlijk doel waar iedereen in de groep van op de hoogte is
en dat de groepsleden met elkaar willen bereiken.
Kan groepsdruk ervaren als je het niet eens bent met het doel wat is opgesteld, maar
je toch aanpast aan de groep.
Groepsnormen: impliciete of expliciete regels die groepen opstellen om het gedrag
van alle groepsleden te reguleren.
Groepswaarden: dat wat de groep belangrijk vindt. Je vindt het waardevol als groep.
Waarom conformeren?
- Erbij willen horen
- Eigen onzekerheid
- Angst voor afkeuring
- Angst voor buitensluiten
Model van gepland gedrag:
,Balanstheorie van Heider:
Als de triade in balans is, is alles plus en dus positief.
Als de triade niet in balans is, is er een min factor aanwezig en is er een disbalans.
Populariteit:
Als iemand populair is, hebben mensen de neiging het gedrag over te nemen.
Gedragsrepertoire: een moment om een vaardigheid in te zetten en wat te vragen.
Bij pubers hebben jongeren een angst voor een populaire puber. Pestgedrag kan
hieruit voortkomen.
Ervaren groepsdruk kan zowel positieve als negatieve gevolgen hebben en kan
bewust en onbewust worden ingezet.
, College 3 periode 3:
Macht:
Macht is het vermogen om de resultaten voor onszelf, voor anderen en de omgeving
te beïnvloeden.
Machtsgebruik:
- Direct: het uitoefenen van macht in interacties met anderen.
- Indirect: het uitoefenen van macht via groepsnormen en -waarden.
Constructief machtsgebruik: (positief)
- Effectiviteit van de groep vergroten
- Gericht op het belang van anderen
- Met instemming van de andere groepsleden
Destructief machtsgebruik: (machtsmisbruik)
- Effectiviteit van de groep verkleinen
- Een autoritair iemand die de leiding hierdoor neemt
- Met name gericht op het eigen belang
- Zonder instemming van de andere groepsleden
Hoe oefen je macht uit?
- Gezag (legitiem)
- Dwang (jij gaat doen, wat ik van je verwacht)
- Manipulatie (onzichtbaar)
Machtsbronnen als groepsbegeleider en als groepslid:
- Belonen
- Straffen
- Geliefdheid, populariteit
- Deskundigheid
- Legitimiteit
Sociale categorisatie:
Doordat er zoveel prikkels zijn in je omgeving ga je dingen categoriseren.
Als je heel veel mensen ziet, kijk je naar wat ze gemeenschappelijk hebben en kijk je
op die moment naar die groep. Het allemaal in een hokje stoppen en het voor jezelf
simpeler maken.
Wij versus zij:
Effect:
- Overwaardering van eigen groep
- Eigen resultaten en activiteiten worden aantrekkelijker geworden
- Eigen groep is heterogeen, andere groep is homogeen
(outgrouphomogeniteitsbias – allemaal hetzelfde)
- Ingroupfavoritisme (bevoorrechten de mensen in je eigen groep)
College 2 periode 3:
Wat is sociale psychologie?
Psychologie: de mens als individu. Geïnteresseerd in de beweegreden, waarom
doen mensen zoals ze doen.
Sociale psychologie: de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale omgeving.
Sociologie: het menselijk gedrag binnen gemeenschappen of
samenlevingsverbanden. Groepen mensen die bij elkaar horen.
Groepsdruk:
Groepsdruk: de door een persoon ervaren druk om zich aan te passen.
Conformeren aan: (aanpassen aan)
Groepsdoel: is een gezamenlijk doel waar iedereen in de groep van op de hoogte is
en dat de groepsleden met elkaar willen bereiken.
Kan groepsdruk ervaren als je het niet eens bent met het doel wat is opgesteld, maar
je toch aanpast aan de groep.
Groepsnormen: impliciete of expliciete regels die groepen opstellen om het gedrag
van alle groepsleden te reguleren.
Groepswaarden: dat wat de groep belangrijk vindt. Je vindt het waardevol als groep.
Waarom conformeren?
- Erbij willen horen
- Eigen onzekerheid
- Angst voor afkeuring
- Angst voor buitensluiten
Model van gepland gedrag:
,Balanstheorie van Heider:
Als de triade in balans is, is alles plus en dus positief.
Als de triade niet in balans is, is er een min factor aanwezig en is er een disbalans.
Populariteit:
Als iemand populair is, hebben mensen de neiging het gedrag over te nemen.
Gedragsrepertoire: een moment om een vaardigheid in te zetten en wat te vragen.
Bij pubers hebben jongeren een angst voor een populaire puber. Pestgedrag kan
hieruit voortkomen.
Ervaren groepsdruk kan zowel positieve als negatieve gevolgen hebben en kan
bewust en onbewust worden ingezet.
, College 3 periode 3:
Macht:
Macht is het vermogen om de resultaten voor onszelf, voor anderen en de omgeving
te beïnvloeden.
Machtsgebruik:
- Direct: het uitoefenen van macht in interacties met anderen.
- Indirect: het uitoefenen van macht via groepsnormen en -waarden.
Constructief machtsgebruik: (positief)
- Effectiviteit van de groep vergroten
- Gericht op het belang van anderen
- Met instemming van de andere groepsleden
Destructief machtsgebruik: (machtsmisbruik)
- Effectiviteit van de groep verkleinen
- Een autoritair iemand die de leiding hierdoor neemt
- Met name gericht op het eigen belang
- Zonder instemming van de andere groepsleden
Hoe oefen je macht uit?
- Gezag (legitiem)
- Dwang (jij gaat doen, wat ik van je verwacht)
- Manipulatie (onzichtbaar)
Machtsbronnen als groepsbegeleider en als groepslid:
- Belonen
- Straffen
- Geliefdheid, populariteit
- Deskundigheid
- Legitimiteit
Sociale categorisatie:
Doordat er zoveel prikkels zijn in je omgeving ga je dingen categoriseren.
Als je heel veel mensen ziet, kijk je naar wat ze gemeenschappelijk hebben en kijk je
op die moment naar die groep. Het allemaal in een hokje stoppen en het voor jezelf
simpeler maken.
Wij versus zij:
Effect:
- Overwaardering van eigen groep
- Eigen resultaten en activiteiten worden aantrekkelijker geworden
- Eigen groep is heterogeen, andere groep is homogeen
(outgrouphomogeniteitsbias – allemaal hetzelfde)
- Ingroupfavoritisme (bevoorrechten de mensen in je eigen groep)