3.1 De opbouw van de aarde
Seismologen kunnen door trillingen, die bij aardbeving dwars door de aarde gaan en
overal kunnen worden opgevangen en geregistreerd worden, bepalen hoe de aarde van
binnen is opgebouwd. (De info van duizenden aardbevingen worden geanalyseerd en
vergeleken)
- Endogene processen: worden veroorzaakt door krachten die van binnenuit op de
aardkorst inwerken (bv aardbevingen/vulkanisme, platentektoniek, subductie en
gebergtevorming)
- Exogene processen: worden veroorzaakt door krachten die van buitenaf (bv zon) op de
aarde inwerken (bv verwerving/sedimentatie/erosie) (endo en exo gebeuren wel
tegelijk)
Naar middelpunt aarde bijna 6400 km
- Aardkern: het binnenste deel van de aarde waar warmte ontstaat (grotendeels ijzer en
ook radioactieve elementen die warmte produceren, zoals uranium) (temp. bereikt 5000
C°) (binnenkern vast materiaal doordat druk 4 miljoen keer hoger is dan aardoppervlak)
(Door het gewicht van het gesteente erboven, is de druk in de kern heel hoog en
daardoor bestaat de kern uit vast materiaal)
- Aardmantel: het deel van de aarde waar de aardkorst op drijft (door hitte aardkern
verwarmd en wilt warmte kwijt dus materiaal aardmantel gaat bewegen, beweegt heel
traag; convectiestromen) (ondanks hoog temp niet gesmolten/vloeibaar maar vast,
behalve asthenosfeer)
- Aardkorst: het buitenste gedeelte van de aarde dat bestaat uit stukken oceaanbodem
en stukken continent (licht gesteente)
- Asthenosfeer: het gedeelte van de mangel dat gedeeltelijk vloeibaar is en waar de
lithosfeer overheen beweegt (op diepte tus.100/200 km) (hier ontst. convectiestromen)
- Lithosfeer: de aardkorst en bovenste deel van de aardmantel die samen als aardplaten
bewegen
- Convectiestroom: stroming van vloeibaar gesteente in de aardmagnetisme ontstaan
door afgifte van warmte vanuit de aardkern (zo transporteert de mantel de warmte uit de
kern naar het aardoppervlak) (De aardkern verwarmt het gesteente in de mantel. Het
gesteente in de mantel zet uit en wordt lichter. Daardoor gaat het gesteente opstijgen
2 soorten aardkorst:
• Graniet: stollingsgesteente dat ondergronds stolt (continentale korst) (soortelijke
gewicht 2700 kg/m3)
• Basalt: stollingsgesteente dat ontstaat bij vulkaanuitbarstingen en veel in oceanische
korst voorkomt (Oceanische korst) (hogere dichtheid en veel zwaarder) (soortelijke
gewicht 3000 kg/m3; hierdoor dus zakt ocea. korst dieper weg in aarde dan cont.)
De oceaanbodem/oceanische korst ligt gemiddeld 4 km lager dan de continentale korst
(dit wordt veroorzaakt door verschil samenstelling beide soorten korsten) Oceanische
korst: gem 8 km dikte & Continentale korst: 40 km dikte
- Diepzeetrog: de diepste plaatsen in de zeebodem die ontstaan waar oceanische korst
onder andere korst wordt geduwd
- Midoceanische rug: een wereldwijd aaneengesloten ‘onderwatergebergte’ op de
oceaanbodem ontstaan doordat oceanische korst uit elkaar drijft (75000 km lang en
oceaan is hier veel minder diep dan anders)
, 3.2 Platentektoniek
Aardkorst bestaat grote- en microplaten. Meeste aardplaten ocean. en cont. korst (bv
Euraziatische en Afrikaanse plaat)
3 soorten plaatbewegingen:
• Convergente plaatgrenzen: de plaatgrenzen waarbij aardplaten naar elkaar bewegen
Wanneer een stuk oceaanbodem botst op een stuk continent, duikt de zwaardere
oceaanbodem onder het continent de asthenosfeer in (Subductie: het wegduiken van
oceaanbodem in de aardmantel). Door deze subductie ontstaan diepzeetroggen. Bij 2
ocean. platen kan ook subductie plaatsvinden doordat 1 plaat zwaarder en dus ouder is.
• Divergente plaatgrenzen: de plaatgrenzen waarbij aardplaten uit elkaar bewegen
Er ontstaat een breuk/scheur in de aardkorst die meteen wordt opgevuld met lava. Door
stollen hiervan ontstaat nieuwe oceaanbodem, die langzaam aangroeit vanuit de
midoceanische rug (ook wel spreidingszone genoemd)
• Transforme plaatgrenzen: de plaatgrenzen waarbij aardplaten langs elkaar bewegen
Gaat dan om 2 platen die in tegengestelde richting bewegen of verschillende snelheden in
dezelfde richting hebben.
• Aangroei oceaanbodem rond midoceanische rug wordt gecompenseerd door
verdwijnen oceaanbodem door subductie. In tegenstelling tot continent: dat blijft
bestaan en aangroeien (door subductie: deel wegduikende basalt wordt samen met
water omgesmolten tot nieuw lichter gesteente dat opstijgt en aan cont. toegevoegd). Er
is hier ook bewijs voor: oudste stukken oceaanbodem ‘slechts’ 200 miljoen jaar oud (dus
alle oceaanbodem van voor die 200 miljoen is gerecycled), terwijl het oudste
continentale 4 miljard jaar oud is.
• Hoe ouder oceanische korst, hoe meer afgekoeld, hoe groter dichtheid, hoe zwaarder,
hoe meer sediment (grind, zand, klei en organische materiaal (zoals planktonreten)) op
de plaat ligt
- Platentektoniek: het bewegen van platen
3 oorzaken plaatbewegingen:
• conventiestromen: zorgen ervoor dat de ocean. lithosfeer zijdelings wordt verplaatst
• Ridge push: Een duwkracht vanuit de midoceanische rug die ontstaat als gevolg van
lava dat op deze plek uit de aarde vloeit. Zwaartekracht speelt belangrijke rol gezien het
feit dat ocean. plaat dichtbij de midoceanische rug hoger ligt dan verder weg van de rug/
vanuit de midoceanische rug duwt uittredend lava de oceanische platen uit elkaar
• Slab pull: een trekkracht in de subductiezone waar afgekoelde en zwaar geworden
oceanische korst de rest van de plaat achter zich aantrekt /de zware ocean. lithosfeer
zakt de asthenosfeer in en trekt de rest van de oceaanplaat mee
(Slab pull lijkt dominantere factor te zijn t.o.v ridge pull voor platentektoniek)
Aardplaten bewegen met een snelheid van 1 tot 20 centimeter per jaar, bewezen door
metingen van satellieten. Wetenschappers geloven dat dit ook vroeger zo was mbv:
- Actualiteitsprincipe: het idee dat natuurlijke processen zoals ze tegenwoordig verlopen
dat in het verleden op dezelfde wijze hebben gedaan
Hierdoor kunnen we reconstrueren waar platen lagen op verschillende tijdstippen, zoals:
- Supercontinent Pangea: het enorme continent dat ongeveer 200 miljoen jaar geleden
bestond uit alle huidige continenten samen (niet oercontinent!)
Volgens theorie verandert beweg.richt. van contin. platen om 250 mil jaar en bestaat er
een soort cyclus van naar elkaar en uit elkaar bewegende continenten (dus over 250 mil
jaar gaan continenten weer naar elkaar)