Medische kennis Geriatrie en oncologie
Les 1 lees ook hoofdstuk 3 en 4 samenvatting MK over de cel (heel belangijk)
Basis behoevten cel:
02, voedingstoffen (1: glucose, vetten, eiwitten (zoals albumine transport eiwit)),
communicatie door homonen, neurotransmitters, actiepotentiaal Natriumkaliumpomp.
Definitie geriatrische patiënt:
Iemand met een complex ziektebeeld, als gevolg van stoornissen op lichamelijk, geestelijk
en/of sociaal gebied waardoor zelfstandig functioneren en de kwaliteit van het leven
negatief beïnvloed wordt
Aantal kenmerken:
- Verwevenheid van medische-biologische, psychische en sociale factoren
- Multimorbiditeit (meerdere ziektebeelden 2 grote ziektebeelden)
- Polyfarmacie ( 5 medicaties tegelijk)
- Atypische presentatie
- Verminderde reservefunctie
- Interindividuele variatie
Afname reservecapaciteit
- Afname kwaliteit weefsels
- door verminderde functie van organen (lever, organen, decompositie cordis)
- Verminderde capaciteit om te compenseren
- Zeker bij of na ziekte is herstel moeilijker
Door te mobiliseren verbeterd de cel
Lichaam samenstelling bij ouderen:
- Maar 50% ui water waardoor je sneller uitgedroogd raakt. Het water gaat weg en er
komt meer vet bij.
- Kans op meer bijwerkingen medicatie
Vocht zit in de cel, buiten de cel, tussen de cel
Neonate 80% water, kind boven 5 65%,
Lichaamssamenstelling
- vetweefsel?
Meer
- spierweefsel?
Minder
- lichaamslengte?
Korter
Gevolg (o.a.):
- daling energiebehoefte en stofwisseling
- verandering verdelingspatroon medicijnen
Multimorbiditeit:
- De aanwezigheid van twee of meer chronische
aandoeningen waarbij de ene aandoening niet
, méér centraal staat
dan een andere.
- Boven de 75 heeft 60% 2 of meer aandoeningen
2 processen bij medicijn inname
- Farmacodynamiek: wat doet het medicijn in het lichaam: werkingsmechanisme en
bijwerking. Dis in de cel
- Farmacokinetiek wat doet het medicijn met je lichaam en van binnenkomst in het
lichaam tot uitscheiding.
Farmacodynamiek:
Doelwitten medicijn: via het bloed gaat het door je hele lichaam. Medicijn herkent de cel van
het celmembraan, herkent receptor en gaat die cellen helpen/beïnvloeden.
Farmacokinetiek:
- Absorptie→(verdeling) distributie → metabolisme (hoe wordt het
omgezet/uitgeschakeld)→uitscheiding (excretie). ADME
Farmacotherapie en veroudering
• Verandering farmacokinetiek
• Verandering farmacodynamiek
• Polyfarmacie!
• Als een patiënt gedurende langere tijd vijf
of meer verschillende
soorten geneesmiddelen tegelijk gebruikt,
heet dat polyfarmacie.
Farmacologische effecten veroudering
Effect op kinetiek:
,Voornaamste is daling van de metaboliseringssnelheid door de lever minder klaring door de
nier
Effect op dynamiek:
Omdat er minder aangrijpingspunten zijn (minder receptoren aanwezig) zijn ouderen
gevoeliger voor medicatie met name bij medicatie bij die zijn aangrijpingspunt heeft op het
centrale zenuwstelsel en het cardiovasculaire systeem
Fysiologische veranderingen en risico op bijwerkingen
- Zie brightspace word document
Algemeen Zintuigen:
- Temperatuur
- Pijn
- Aanraking
- Druk
- Trillingen
- Proprioceptie (lichaamshouding)
Speciale zintuigen, (beperkt tot het hoofd en gespecialiseerde organen zoals het oog):
- Olfactie (reuk)
- Gustatie (smaak)
- Gezichtsvermogen
- Evenwicht
- Gehoor
Sensorische receptoren
- Cellen die omstandigheden binnen en buiten het lichaam registreren.
- Dendrieten(uitlopers) hebben vrije zenuwuiteinde en die voelen alles aan, zijn gevoelig
voor meerdere stimuli. Andere soms maar voor 1
Het oog:
- Oogleden (palpebrea): voortzetting van de huid
- Traanpunt: klieren vormen korrelachtige afzetting → ontsteking is een zweertje of
strontje)
- Conjunctiva (slijmvlies dat het witte oppervlakte van het oog bedenkt)
- Cornea = hoornvlies
- Traanapperaat vorm tranen, verwijdert traanvocht en verdeelt het. De traanklier
(glandula lacrimalis) levert ingrediënten voor het traanvocht traanbuizen zorgen ervoor
dat het weer kan worden afgevoerd (traanzak).
Voorste oogholte: zit voor de les met vloestof, helpt vorm van het oog te stabiliseren.
Tunica fibrosa: bestaat uit slera (harde oogvlies) en cornea
- Geeft ondersteuning, fysieke bescherming, aanhechtingplaats voor extrensieke
oogspieren, helpt bij scherpstellen.
- Sclera: het witte in je oog (door collageen vezels samen met bloedvaten)
- Cornea: kan ligt doorheen kan niet volledig herstellen als het stuk gaat.
, Oor: uitwendig oor, midden oor en binnen oor
Uitwendig oor:
- Vlezig en kraakbenig oorschelp
- Beschermt en maakt oor gevoelig voor richting van geluid (geluiden achter het hoofd
worden geblokkeerd`)
- Gehoorgag bevat glandulae ceruminosae, klieren die een wasachtige stof uitscheiden ter
bescherming
Middenoor/trommelholte
- Verbinding met de keelholte
- Dit nog verder lezen plus het evenwicht
Verandering zintuigen:
- Middelbare leeftijd verandering → achteruitgang zintuigen→achteruitgang
informatievoorzieningen
- Afnamen receptor smaakpapillen en verlies van cel vernieuwing(verandering reuk en
smaak)
- Verminderde speekselproductie door celdegeneratie
- Chronische verstopte neus doordat kraakbeen ouder wordt, steunkracht verliest en de
doorgang kleiner wordt. Ook wodt het slijmvlies droger door vermindering
bloedtoevoer→ harde kosten→ nog kleinere doorgang. Bij mannen erger door stug
neushaar.
- Vetafzetting in de cornea wand, stugge en minder heldere lens, slappere spieren in het
oog, oogkamer kleiner→hoge oogdruk→ nachtblindheid.
- Orgen krijgen verlies van haarcellen wat zorgt voor duizeligheid en presbyacusis
(slechthoren) hoge tonen gaan vooral achteruit
- Presbyopie: ooglens minder elastisch minder bo; waardoor er niet zo goed van dichtbioj
scherp kan worden gesteld
Veranderingen hart:
- Sclerose van endocard, fibrose van het hart (hartgeluiden), vermindering spiervezels
neemt de kracht mycard af.
- Hart moet harder pompen en slijt dus ook sneller→ slagvolume kleiner, conditie slechter,
wanden zijn gewoon stugger kan nadelen hebben op prikkelgeleiding wat
atriumfubrilleren veroorzaakt → verhoogd risico op trombus.
- Verminderde zuurstof voor het lichaam.
Vaten:
- Door verminderpompkracht kunnen er complicatie optreden in andere organen zoals de
nieren
- Bloeddruk: …….
Les 1 lees ook hoofdstuk 3 en 4 samenvatting MK over de cel (heel belangijk)
Basis behoevten cel:
02, voedingstoffen (1: glucose, vetten, eiwitten (zoals albumine transport eiwit)),
communicatie door homonen, neurotransmitters, actiepotentiaal Natriumkaliumpomp.
Definitie geriatrische patiënt:
Iemand met een complex ziektebeeld, als gevolg van stoornissen op lichamelijk, geestelijk
en/of sociaal gebied waardoor zelfstandig functioneren en de kwaliteit van het leven
negatief beïnvloed wordt
Aantal kenmerken:
- Verwevenheid van medische-biologische, psychische en sociale factoren
- Multimorbiditeit (meerdere ziektebeelden 2 grote ziektebeelden)
- Polyfarmacie ( 5 medicaties tegelijk)
- Atypische presentatie
- Verminderde reservefunctie
- Interindividuele variatie
Afname reservecapaciteit
- Afname kwaliteit weefsels
- door verminderde functie van organen (lever, organen, decompositie cordis)
- Verminderde capaciteit om te compenseren
- Zeker bij of na ziekte is herstel moeilijker
Door te mobiliseren verbeterd de cel
Lichaam samenstelling bij ouderen:
- Maar 50% ui water waardoor je sneller uitgedroogd raakt. Het water gaat weg en er
komt meer vet bij.
- Kans op meer bijwerkingen medicatie
Vocht zit in de cel, buiten de cel, tussen de cel
Neonate 80% water, kind boven 5 65%,
Lichaamssamenstelling
- vetweefsel?
Meer
- spierweefsel?
Minder
- lichaamslengte?
Korter
Gevolg (o.a.):
- daling energiebehoefte en stofwisseling
- verandering verdelingspatroon medicijnen
Multimorbiditeit:
- De aanwezigheid van twee of meer chronische
aandoeningen waarbij de ene aandoening niet
, méér centraal staat
dan een andere.
- Boven de 75 heeft 60% 2 of meer aandoeningen
2 processen bij medicijn inname
- Farmacodynamiek: wat doet het medicijn in het lichaam: werkingsmechanisme en
bijwerking. Dis in de cel
- Farmacokinetiek wat doet het medicijn met je lichaam en van binnenkomst in het
lichaam tot uitscheiding.
Farmacodynamiek:
Doelwitten medicijn: via het bloed gaat het door je hele lichaam. Medicijn herkent de cel van
het celmembraan, herkent receptor en gaat die cellen helpen/beïnvloeden.
Farmacokinetiek:
- Absorptie→(verdeling) distributie → metabolisme (hoe wordt het
omgezet/uitgeschakeld)→uitscheiding (excretie). ADME
Farmacotherapie en veroudering
• Verandering farmacokinetiek
• Verandering farmacodynamiek
• Polyfarmacie!
• Als een patiënt gedurende langere tijd vijf
of meer verschillende
soorten geneesmiddelen tegelijk gebruikt,
heet dat polyfarmacie.
Farmacologische effecten veroudering
Effect op kinetiek:
,Voornaamste is daling van de metaboliseringssnelheid door de lever minder klaring door de
nier
Effect op dynamiek:
Omdat er minder aangrijpingspunten zijn (minder receptoren aanwezig) zijn ouderen
gevoeliger voor medicatie met name bij medicatie bij die zijn aangrijpingspunt heeft op het
centrale zenuwstelsel en het cardiovasculaire systeem
Fysiologische veranderingen en risico op bijwerkingen
- Zie brightspace word document
Algemeen Zintuigen:
- Temperatuur
- Pijn
- Aanraking
- Druk
- Trillingen
- Proprioceptie (lichaamshouding)
Speciale zintuigen, (beperkt tot het hoofd en gespecialiseerde organen zoals het oog):
- Olfactie (reuk)
- Gustatie (smaak)
- Gezichtsvermogen
- Evenwicht
- Gehoor
Sensorische receptoren
- Cellen die omstandigheden binnen en buiten het lichaam registreren.
- Dendrieten(uitlopers) hebben vrije zenuwuiteinde en die voelen alles aan, zijn gevoelig
voor meerdere stimuli. Andere soms maar voor 1
Het oog:
- Oogleden (palpebrea): voortzetting van de huid
- Traanpunt: klieren vormen korrelachtige afzetting → ontsteking is een zweertje of
strontje)
- Conjunctiva (slijmvlies dat het witte oppervlakte van het oog bedenkt)
- Cornea = hoornvlies
- Traanapperaat vorm tranen, verwijdert traanvocht en verdeelt het. De traanklier
(glandula lacrimalis) levert ingrediënten voor het traanvocht traanbuizen zorgen ervoor
dat het weer kan worden afgevoerd (traanzak).
Voorste oogholte: zit voor de les met vloestof, helpt vorm van het oog te stabiliseren.
Tunica fibrosa: bestaat uit slera (harde oogvlies) en cornea
- Geeft ondersteuning, fysieke bescherming, aanhechtingplaats voor extrensieke
oogspieren, helpt bij scherpstellen.
- Sclera: het witte in je oog (door collageen vezels samen met bloedvaten)
- Cornea: kan ligt doorheen kan niet volledig herstellen als het stuk gaat.
, Oor: uitwendig oor, midden oor en binnen oor
Uitwendig oor:
- Vlezig en kraakbenig oorschelp
- Beschermt en maakt oor gevoelig voor richting van geluid (geluiden achter het hoofd
worden geblokkeerd`)
- Gehoorgag bevat glandulae ceruminosae, klieren die een wasachtige stof uitscheiden ter
bescherming
Middenoor/trommelholte
- Verbinding met de keelholte
- Dit nog verder lezen plus het evenwicht
Verandering zintuigen:
- Middelbare leeftijd verandering → achteruitgang zintuigen→achteruitgang
informatievoorzieningen
- Afnamen receptor smaakpapillen en verlies van cel vernieuwing(verandering reuk en
smaak)
- Verminderde speekselproductie door celdegeneratie
- Chronische verstopte neus doordat kraakbeen ouder wordt, steunkracht verliest en de
doorgang kleiner wordt. Ook wodt het slijmvlies droger door vermindering
bloedtoevoer→ harde kosten→ nog kleinere doorgang. Bij mannen erger door stug
neushaar.
- Vetafzetting in de cornea wand, stugge en minder heldere lens, slappere spieren in het
oog, oogkamer kleiner→hoge oogdruk→ nachtblindheid.
- Orgen krijgen verlies van haarcellen wat zorgt voor duizeligheid en presbyacusis
(slechthoren) hoge tonen gaan vooral achteruit
- Presbyopie: ooglens minder elastisch minder bo; waardoor er niet zo goed van dichtbioj
scherp kan worden gesteld
Veranderingen hart:
- Sclerose van endocard, fibrose van het hart (hartgeluiden), vermindering spiervezels
neemt de kracht mycard af.
- Hart moet harder pompen en slijt dus ook sneller→ slagvolume kleiner, conditie slechter,
wanden zijn gewoon stugger kan nadelen hebben op prikkelgeleiding wat
atriumfubrilleren veroorzaakt → verhoogd risico op trombus.
- Verminderde zuurstof voor het lichaam.
Vaten:
- Door verminderpompkracht kunnen er complicatie optreden in andere organen zoals de
nieren
- Bloeddruk: …….