Thema 1 – Wat is normaal?
Mensbeeld
Een mensbeeld is het geheel aan opvattingen over wat het betekent om
mens te zijn. Het zegt iets over hoe je naar mensen kijkt: als zelfstandig of
afhankelijk, goed of slecht, rationeel of emotioneel.
Voorbeeld: In de opvoeding: zie je kinderen als leergierig en zelfsturend
(positief mensbeeld) of als stuurloos en corrigeerbaar (negatief
mensbeeld)?
Dominant mensbeeld
Het mensbeeld dat op een bepaald moment het meest invloedrijk is in de
samenleving. Dit stuurt beleid, opvoeding en onderwijs.
Voorbeeld: In onze samenleving overheerst vaak het idee van de
autonome, zelfredzame burger (liberaal mensbeeld).
Nachtwakerstaat
Een staat die zich zo min mogelijk bemoeit met het leven van burgers en
alleen zorgt voor veiligheid en orde.
Voorbeeld: De overheid beschermt grenzen en handhaaft wetten, maar
laat onderwijs en zorg over aan de markt.
Verzorgingsstaat
Een staat die actief zorgt voor het welzijn van burgers via sociale
voorzieningen, onderwijs en gezondheidszorg.
Voorbeeld: Bij ziekte krijg je een uitkering, bij werkloosheid begeleiding
naar werk.
Neoliberalisme
Een stroming waarin de markt centraal staat. Burgers worden gezien als
zelfstandige ondernemers van hun eigen leven.
Voorbeeld: Van burgers wordt verwacht dat ze zelf hun zorg regelen (bv.
via PGB).
Burgerschap
De manier waarop mensen deelnemen aan de samenleving, inclusief
rechten en plichten.
Voorbeeld: Stemmen, vrijwilligerswerk doen, of zorgen voor je buurt.
Defectparadigma
De kijk op mensen met een beperking als 'afwijkend' of 'gebrekkig'. Focus
ligt op wat er mis is.
Voorbeeld: Een kind met ADHD als probleemkind zien dat behandeld moet
worden.
Ontwikkelingsparadigma
De overtuiging dat ieder mens zich kan ontwikkelen, ook als er
beperkingen zijn.
Voorbeeld: Het aanbieden van passend onderwijs aan kinderen met een
beperking.
Mensbeeld
Een mensbeeld is het geheel aan opvattingen over wat het betekent om
mens te zijn. Het zegt iets over hoe je naar mensen kijkt: als zelfstandig of
afhankelijk, goed of slecht, rationeel of emotioneel.
Voorbeeld: In de opvoeding: zie je kinderen als leergierig en zelfsturend
(positief mensbeeld) of als stuurloos en corrigeerbaar (negatief
mensbeeld)?
Dominant mensbeeld
Het mensbeeld dat op een bepaald moment het meest invloedrijk is in de
samenleving. Dit stuurt beleid, opvoeding en onderwijs.
Voorbeeld: In onze samenleving overheerst vaak het idee van de
autonome, zelfredzame burger (liberaal mensbeeld).
Nachtwakerstaat
Een staat die zich zo min mogelijk bemoeit met het leven van burgers en
alleen zorgt voor veiligheid en orde.
Voorbeeld: De overheid beschermt grenzen en handhaaft wetten, maar
laat onderwijs en zorg over aan de markt.
Verzorgingsstaat
Een staat die actief zorgt voor het welzijn van burgers via sociale
voorzieningen, onderwijs en gezondheidszorg.
Voorbeeld: Bij ziekte krijg je een uitkering, bij werkloosheid begeleiding
naar werk.
Neoliberalisme
Een stroming waarin de markt centraal staat. Burgers worden gezien als
zelfstandige ondernemers van hun eigen leven.
Voorbeeld: Van burgers wordt verwacht dat ze zelf hun zorg regelen (bv.
via PGB).
Burgerschap
De manier waarop mensen deelnemen aan de samenleving, inclusief
rechten en plichten.
Voorbeeld: Stemmen, vrijwilligerswerk doen, of zorgen voor je buurt.
Defectparadigma
De kijk op mensen met een beperking als 'afwijkend' of 'gebrekkig'. Focus
ligt op wat er mis is.
Voorbeeld: Een kind met ADHD als probleemkind zien dat behandeld moet
worden.
Ontwikkelingsparadigma
De overtuiging dat ieder mens zich kan ontwikkelen, ook als er
beperkingen zijn.
Voorbeeld: Het aanbieden van passend onderwijs aan kinderen met een
beperking.