Samenvatting lectures en werkgroepen
Voorbereiding lecture 1
Telling: het absolute aantal van de populatie. Het absolute aantal van een bevolking of een
demografische gebeurtenis die zich in een bepaald gebied in een bepaalde periode.
Frequentie: De frequentie van demografische gebeurtenissen in een populatie gedurende een
bepaalde periode (gewoonlijk een jaar) gedeeld door de bevolking die het "risico" loopt dat de
gebeurtenis zich gedurende die periode voordoet. Tarieven geven aan hoe vaak een bepaalde
gebeurtenis voorkomt. Meeste frequenties worden per 1,000 binnen een populatie gegeven.
Ratio: De verhouding van een bevolkingssubgroep tot de totale bevolking of tot een andere
subgroep; dat wil zeggen een subgroep gedeeld door een andere.
Proportie: De verhouding van een bevolkingssubgroep tot de gehele bevolking; dat wil zeggen een
bevolkingssubgroep gedeeld door de gehele bevolking.
Constante: Een onveranderlijk, willekeurig getal (bijvoorbeeld 100 of 1.000 of 100.000) waarmee
percentages of verhoudingen kunnen worden vermenigvuldigd om deze maten op een meer
begrijpelijke manier uit te drukken.
Cohort meting: Een statistiek die gebeurtenissen meet die zich voordoen bij een cohort (een groep
mensen met een gemeenschappelijke demografische ervaring delen) die in de tijd worden
geobserveerd. De meest gebruikte cohort is de geboortecohort – mensen geboren in hetzelfde jaar
of dezelfde periode.
Periode meting: Een statistiek die gebeurtenissen meet die zich gedurende één periode voordoen bij
een gehele of gedeeltelijke populatie; deze meet in feite een "momentopname" van een populatie.
De mediane leeftijd is de leeftijd waarop precies de helft van de bevolking ouder en de helft jonger
is.
De geslachtsverhouding is de verhouding tussen mannen en vrouwen in een bepaalde populatie,
gewoonlijk uitgedrukt als het aantal mannen voor elke 100 vrouwen.
De leeftijdsafhankelijkheidsratio is de verhouding tussen het aantal mensen in de "afhankelijke"
leeftijd (jonger dan 15 jaar en 65 jaar en ouder) en het aantal mensen in de "economisch
productieve" leeftijd (15 tot 64 jaar) in een populatie.
Populatie piramiden: laat populaties gender en leeftijds compositie zien.
De bevolking van landen kan sterk verschillen als gevolg van vroegere en huidige patronen van
vruchtbaarheid, sterfte en migratie. Ze vallen echter allemaal uiteen in drie algemene profielen van
leeftijds- geslachtssamenstelling.
Snelle groei, wordt aangegeven door een piramide met een groot percentage mensen in de jongere
leeftijden.
Trage groei, komt tot uiting in een piramide met een kleiner aandeel van de bevolking in de jongere
leeftijden.
Nulgroei of -afname, blijkt uit afnemende aantallen in de jongere leeftijdsgroepen
1
,Populatieverandering
The balancing equation
Natuurlijke toename is het overschot (of tekort) aan geboorten ten opzichte van sterfgevallen in
een bevolking in een bepaalde periode.
De natuurlijke groei (the rate of natural increase) is het tempo waarin een bevolking in een bepaald
jaar toeneemt (of afneemt) ten gevolge van door een overschot (of tekort) aan geboorten ten
opzichte van sterfgevallen, uitgedrukt als percentage van de basisbevolking. Dit percentage omvat
niet de effecten van immigratie of emigratie.
Hoe het gebruik van het bevolkingsproces verbeterd kan worden (Gietel-Basten)
‘stochastische’ of waarschijnlijke vooruitberekeningen: Omdat bevolkingsvooruitberekeningen
statistische ‘producten’ zijn, kunnen we ook statistische schattingen produceren van de onzekerheid.
Die laten een betrouwbaarheidsmarge rond een vooruitberekening zien.
deterministische’ vooruitberekeningen of scenario’s : Een andere manier van vooruitberekenen is
het maken van verschillende scenario’s. Dit kan redelijk eenvoudig door bepaalde veronderstellingen
aan te passen, bijvoorbeeld het veronderstelde kindertal kan plus of min 0,5 nieuwgeborenen per
vrouw variëren, of de decennialange daling van de sterftecijfers komt in een bepaald jaar tot
stilstand.
Hoorcollege 1: introductie
Demografie: de wetenschappelijke studie van menselijke populaties, voornamelijk met betrekking
tot hun grootte, hun structuur en hun ontwikkeling. (Etienne van de Walle)
De wereldbevolking
De wereldbevolking is de afgelopen jaren sterk gegroeid (exponentieel) door:
- Modernisering economie
- Industriële revolutie
- Ontwikkeling medicijnen
- Groei voedselverzorging
- Kwaliteit van het leven beterde
Wereldbevolking en geografische spreiding
Bevokingsgroei in azie en oceanie is erg sterk gegroeid
Gaat ook voortzetten de komende jaren
2
,‘balancing formule’
Populatie1jan2025 = Populatie1jan2024 + Geboortes2024 – Sterfgevallen2024
Of in het algemeen
Populatiet+1 = Populatiet + Geboortest – Sterfgevallent
(NB: geen migratie omdat we praten over de mondiale bevolking)
Bij meten van bevolking van een land moeten we immigratie en emigratie meerekenen
Populatiet+1 = Populatiet + Geboortest – Sterfgevallent + Immigratiet – Emigratiet
Effect van migratie op bevolkingsgroei van een land is overigens klein; geboorte en sterfte hebben
verreweg de grootste invloed
‘Rate” = een hoeveelheid gemeten ten opzichte van een andere hoeveelheid (bv. Minimum)
Absolute en relatieve aantallen
Rates zijn handig om te bepalen hoeveel veel of weinig is in verhouding met bijv schaalgrootte
Geboortecijfer = geboortes per 1000 personen per jaar
Sterftecijfer = stergevallen per 1000 personen per jaar
Bevolking bevolkingsgroei
Sterfes mid-jaar
Geboortes 2002 2022 2022 Geboortecijfer Sterftecijfer
Bolivia 268.400 122.000 12.200.000 22 10 1.2
Canada 388.000 310.400 38.800.000 10 8 0.2
Nederland 177.000 159.300 17.700.000 10 9 0.1
Natuurlijke bevolkingsgroei berekenen:
Hoe snel de wereld (of een land) groeit of krimpt (zonder migratie)
Percentage (per 100)
= Populatiet+1 / Populatiet * 100
= (Geboortecijfer – Sterftecijfer) / 10 -> Gedeeld door 10 omdat GC en SC “per 1000” zijn en een
percentage “per 100” is
De (Eerste) Demografische Transitie
De theorie van de demografische transitie probeert algemene regels te specificeren over hoe
menselijke populaties tijdens modernisering in grootte en structuur veranderen.
De (Eerste) Demografische transitie
3
, Fases van de demografische transitie:
Heel langzame groei (1)
Vroeg in de ontwikkeling van een samenleving, technologie niet goed ontwikkeld
Heel hoge en stabiele geboortecijfers: heel hoge en variabele sterftecijfers
Stabiele populatie of hele langzame groei
Het grootste deel van de menselijke geschiedenis speelde zich in deze fase
Er is tegenwoordig geen fase 1-land
Fase 1 Epidemiologische context: Het tijdperk van pest en hongersnood
• Ondervoeding
• Infectieziekten
• Ongelukken, geweld, oorlogen, pandemieën
• Hoge kindersterfte (bijna de helft van de kinderen stierf <6 jaar)
• Lage levensverwachting: ~30 jaar
• Gemiddeld aantal kinderen per vrouw: 5-6
Snelle groei (2)
Ontwikkelende technologie (medische, hygiëne, voedselproductie)
Sterftecijfers gaan hard omlaag, geboortecijfers blijven hoog
Hoge natuurlijke bevolkingsgroei
Europa: eind 18e, 19e eeuw
Weinig landen zitten nog in deze fase
Fase 2: Epidemiologische context Het tijdperk van terugtrekkende pandemieën
• Verbeteringen van voeding, hygiëne, volksgezondheid
• Daling van sterfgevallen, met name snelle daling van kindersterfte
• Stijgende levensverwachting: 30 50 jaar
Langzamere groei (3)
Ontwikkelde technologie
Geboortecijfer begint sterk te dalen, sterftecijfer blijft dalen maar langzamer
Bescheiden natuurlijke bevolkingsgroei
De meeste landen in Europa eerste helft van de 20e eeuw
Sommige landen in Afrika, Azië en Latijns Amerika in de laatste jaren
Fase 3: Epidemiologische context Tijdperk van door de mens veroorzaakte ziektes
• Verhoogde calorie-inname, afname van fysieke activiteit
• Gebruik van tabak
• Chronische, niet-overdraagbare ziekten
• Levensverwachting: 50 60 jaar
Heel langzame groei (4)
Geboortecijfers neemt af tot het bijna gelijk is aan het sterftecijfer
Stabiele populatie, of hele langzame groei
Veel ontwikkelende landen zitten in fase-4 (bijv. Denemarken, Duitsland, Nederland en Zweden),
maar ook sommige nieuwe ontwikkelde landen (bijv. Singapore)
Fase 4: Epidemiologische context Het tijdperk van vertraagde degeneratieve ziekten
• Belangrijkste doodsoorzaken cardiovasculair, kanker
4