(SOW-MPSGP11)
Cursuscoördinator:
Docent:
dr. Annette Koens-Custers
dr. Ellen Driessen
Toetsing
Open vragen tentamen 8 vragen met deelvragen casusvragen
2
,Inhoudsopgave
College 1.1 Video’s Pagina 3
College 1.2 Inleiding: alles is een interventie Pagina 5
College 2 Ingrediënten van (on)succesvolle psychotherapie Pagina 12
College 3 Workshop 1: gedragstherapie – zelfcontrole procedures (ZCP) bij Pagina 16
ongewenste gewoonten
College 4 Herstel na hersenletsel en behandeling bij hersenaandoeningen Pagina 19
College 5 Workshop 2: neuropsychologische revalidatie Pagina 24
College 6 PTSS/systeemtherapie Pagina 28
College 7 Illustratie: CGT bij kind & jeugd Pagina 30
College 8 Illustratie/Workshop: Interventies bij ouderen volwassenen Pagina 40
College 9 Schematherapie Pagina 44
College 10 Mindfulness Pagina 49
College 11 Psychodynamische therapie Pagina
College 12 Workshop: Acceptance & Commitment Therapie (ACT) Pagina
2
,College 1.1 – Video’s
Oplossingsgerichte technieken
Wondervraag
De wondervraag is een innovatieve manier om therapeutische doelstellingen op te stellen en is hiermee
een kernonderdeel van oplossingsgerichte therapie. Bij de wondervraag laat je de cliënt zich inleven in
dat hun leven al dramatisch is verbeterd. Hierdoor zal de client zich focussen op de gewenste toekomst
in plaats van dat die vast blijft zitten in diens problemen. Hiermee
wordt de hoe het bereikt wordt, overgeslagen en ligt de focus op Als je leven magisch zou
hoe het leven eruit zal zien. Door dit te doen ontwijk je: veranderen terwijl je
slaapt en je wakker wordt
Rigide beperkingen zonder [het probleem].
Zwart-wit denken Hoe zou dat dan eruit
Geloof dat dingen niet kunnen veranderen zien?
De voorbeeld wondervraag rechts leidt tot waardevolle informatie
over: wat de cliënt meemaakt; wat de cliënt wilt veranderen; en
wat de gewenste uitkomst van de therapie is. Echter moet de
vraag in sommige situaties worden aangepast. Denk hierbij aan
situaties waarin mensen ongeneselijk ziek zijn. Een beter geformuleerde vraag voor hen zou zijn: “Wat
zou een signaal zijn dat jij je beter zal voelen in de komende dagen?”
Je wilt dat de cliënt diens antwoord voelt en niet slechts erover denkt. Dit helpt om de voorgestelde
toekomst meer reëel te maken. Geef de cliënt een moment om in henzelf te kijken en laat hen het zich
inbeelden in plaats van vertellen. Hiermee wordt het antwoord niet gerationaliseerd, maar ervaren. Het
onbewustzijn van de cliënt krijgt de kans om aan te geven wat er veranderd moet worden. Daarnaast
verlegt het diens visie van “dit is hoe mijn leven hoort te zijn” naar wat de cliënt nodig heeft en wil.
Door de wondervraag te gebruiken omzeil je de zorgen over hoe dingen kunnen veranderen en schakel
je naar motivationele focus op wat de cliënt veranderd wil hebben.
Schaalvragen
Om zwart-wit (absoluut) denken 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
tegen te gaan kan je vragen stellen
op een schaal. Als 10 de meest verschrikkelijke
pijn is en 1 de meest serene comfort
Hiermee wordt de klacht in cijfers uitgedrukt. Vanuit de
op welke cijfer zou jij dan zitten?
vraag die rechts gesteld wordt, kan je verder gaan met een
vraag over wanneer het een ander getal zou zijn hoe dat
zou voelen; en wanneer ze weten dat het cijfer is veranderd
oftewel wat zou het eerste signaal zijn dat het is gedaald/gestegen.
Uitzonderingen
Met behulp van uitzonderingsvragen kan je gebieden in iemands leven vinden waar geen problemen
zijn. Voor elk probleem is er een periode waarin dit niet aanwezig is, zo kan je denken aan de periode
voordat het probleem begon. 3 manieren om uitzonderingsvragen te stellen zijn:
1. Vraag naar keren wanneer het problematische patroon niet voorkwam.
2. Vraag naar wat er anders was in deze situatie t.o.v. andere situaties.
3. Gebruik vooronderstelling om vindingrijke uitzonderingen te lokaliseren.
2
, Cognitieve gedragstherapie
G-schema
Middels G-schema’s leert een persoon onderscheid te
maken tussen gebeurtenissen, gedachten, gevoelens, Gedachte
gedrag en gevolgen hiervan. De persoon leert daarbij
Gebeurtenis
Gevolgen
dat interpretaties van gebeurtenissen veel invloed
hebben op onze gevoelsmatige en gedragsmatige Gevoel
reacties en dat deze reacties problemen in stand kan
houden. Het G-schema speelt in alle fases van
behandeling een rol. Gedrag
Gedragsexperiment
In een gedragsexperiment wordt getoetst of een voorspelling uitkomt. In tegenstelling tot exposure
kunnen gedragsexperimenten ook toegepast worden bij voorspellingen waarbij angst geen rol speelt.
Het is een als-dan toets, bijvoorbeeld: “als ik in een groep iets zeg, zal iedereen mij uitlachen.” Bij
voorkeur worden gedragsexperimenten herhaaldelijk in verschillende contexten uitgevoerd.
Taartpunttechniek
De taartpunttechniek is toepasbaar wanneer een individu snel conclusies trekt en moeite heeft om uit
zichzelf alternatieve verklaringen te bedenken over de gebeurtenissen die hen opvallen. De persoon
blijft als het ware vasthouden aan een eenzijdige verklaringen over wat die meemaakt. Middels deze
techniek wordt de persoon gestimuleerd te bedenken welke mogelijke alternatieve verklaringen er zijn
voor een bepaalde gebeurtenis. Daarnaast wordt een inschatting van de waarschijnlijkheid dat deze
verklaringen van toepassing zijn.
15
Cognitie: “mensen in de winkel lachen me uit, omdat ik 30
werkloos ben.” (80% kans op waarheid) 5
Verklaringen Kans dat het waar is
Grapje 30% 25
Gebeurt wat verderop in de straat 25%
Lachen om een YT video 25% 25
Lachen vriendelijk 5%
Voorheen was er 80% kans dat de mensen hem uitlachte, omdat hij werkloos is. Echter met deze
alternatieve verklaringen bleef er 15% over voor deze cognitie die dus ook minder waarschijnlijk is
dan de initiële cognitie.
Neerwaartse pijltechniek
De neerwaartse pijltechniek is een interviewtechniek om Standaardvragen van de
onderliggen sequentiële of referentiële opvattingen neerwaartse pijltechniek:
rondom een probleem te identificeren. Bij deze techniek
wordt geprobeerd hot cognitions te identificeren. Dit zijn Stel je voor dat wat je denkt
opvattingen die emotionele en gedragsmatige schema’s inderdaad waar is. Wat gebeurt er
activeren. Hot cognitions zijn daardoor ook af te lezen aan dan of wat betekent dat dan voor
een emotionele reactie. jou?
Stel je voor dat het waar is. Wat
zegt dat dan over jou als persoon?
2