§1.1 Grootheden en eenheden:
Kwalitatieve waarneming: Snelle schatting op basis van wat je ziet, zonder te meten.
Kwantitatieve waarneming: Dan meet je iets ➝ Bijvoorbeeld; iemand opmeten met een
meetlint.
Grootheid: Eigenschap die je kunt meten. ➝ Bijvoorbeeld; lengte, massa, tijd,
stroomsterkte, temperatuur, lichtsterkte & hoeveelheid stof.
Eenheid: De maat waarmee je de te meten grootheid vergelijkt. ➝ Bijvoorbeeld; meter,
kilogram, seconde, ampère, kelvin, candela & mol.
Grootheden die geen basisgrootheden zijn noem je afgeleide grootheden de bijbehorende
eenheid heet een afgeleide eenheid. ➝ Bijvoorbeeld;
Afgeleide Symbool Afgeleide eenheid Symbool
grootheid
Oppervlakte A vierkante meter m²
Dichtheid ρ kilogram per kg/m³
kubieke meter
Snelheid v meter per seconde m/s
“Zie ook tabel BINAS tabel 3A.”
§1.2 Werken met machten van 10:
Exponent: Bij het getal 10³ noem je het getal 3 het exponent.
Wetenschappelijke notatie: Bijvoorbeeld; 1000 ➝ 1,0 * 10³.
Orde van grootte: Afronden in een macht van 10. ➝ Bijvoorbeeld; 1,496*10¹¹m is afgerond
1*10¹¹m de orde van grootte is 10¹¹m.
Voorvoegsels of vermenigvuldigingsfactoren: Kun je gebruiken i.p.v. machten van 10.
“Zie ook tabel BINAS tabel 2.”
©Paul Huijben 2020 1