Bijzondere overeenkomsten – Kleine samenvatting
DEEL 1.KWALIFICATIE VAN OVEREENKOMSTEN: benoemde, onbenoemde en gemengde
contracten
Hoofdstuk 1. Kwalificatie van overeenkomsten
= Partijen kunnen vrij overeenkomen
à Rechter?à werkelijke bedoeling van de partijenà Herkwalificeren ≠ ConversieàArt. 5.68 BW
Hoofdstuk 2. Onderscheid tussen benoemde en onbenoemde overeenkomsten
Afdeling 1. Benoemde overeenkomsten
§1 Begrip benoemde overeenkomst
= Wettelijke set van regels à algemeen verbintenissenrecht en contractenrecht
is ondergeschikt van toepassing
§2 Regime van benoemde overeenkomsten
Afdeling 2. Onbenoemde overeenkomst
§1 Begrip onbenoemde overeenkomst
= Contract zelf à Gemene verbintenissenrecht en contractenrecht
§2 Regime van onbenoemde overeenkomsten
Hoofdstuk 3. Gemengde overeenkomsten
Afdeling 1. Begripsomschrijving
Afdeling 2. Drie theorieën
1. Je kan niet meer zien wat het ene en het andere is à = onbenoemd contract
2. Cumulatietheorie: Op ene regime passen we ene toe, op andere het andere
3. Absorptieleer: ene is dominant en zal de gehele kwalificatie bepalen.
à Hierdoor sommige dingen niet geregeld à Oplossing: ondergeschikt toch
cumulatietheorie toepassen.
Hoofdstuk 4. Bescherming zwakke contractspartij (consumentenbescherming)
à Uitgangspunt in privaatrecht= wilsautonomie en contractsvrijheid = Art. 5.3 en 5.4 BW
à Idee dat elke persoon juridisch & feitelijk gelijk is ging niet op à socialisering van privaatrecht
Afdeling 1. Consumentenrecht sensu lato à Bescherming gebeurt op twee manieren:
1. Dwingende bepalingen: handelshuur, woninghuur, wet breyne,…
2. Gemene recht: goede trouw, contractuele en precontractuele informatieplicht,
gekwalificeerde benadeling, misbruik van omstandigheden,…
Afdeling 2. Consumentenrecht sensu stricto
• WER, Consumentenkoop,..
• Afdwingbaarheidsparadox = van dwingend recht
1
, § Als je een nietige bepaling opneemt en die wordt nietig verklaard,
dan ben je al je onderliggende rechten kwijt. à vaak dode letter.
§ Bijv. Je koopt een trui en staat een gat in. Verkoper wilt niks doen.
Ga je dan naar de rechter? Kost meer geld dan nieuwe trui.
§ Pas e_iciënt als het voldoende duur is zoals een wagen.
Afdeling 3. Boek VI WER (XIV: afgeschaft)
§1. Artikel I.1 WER (Algemeen)
Consument = Natuurlijke persoon buiten handels /bedrijf/ ambacht/
beroepsactiviteit
Onderneming = Heel ruim = Elke zelfstandige, elke rechtspersoon, elke andere
organisatie zonder rechtspersoonlijkheid (tenzij geen uitkeringen)
Voorwerp =
• Product: goederen en diensten + onroerend!
• Goederen: lichamelijk roerende zaken
• Diensten: prestaties
§2. Artikel I.8 WER (enkel Boek VI WER)
39°: onderneming = iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die op duurzame
wijze economisch doel nastreeft = beperktere definitie dan in artikel I.1.
33°: verkoopovereenkomst = iedere overeenkomst waarbij onderneming de
eigendom van goederen aan consument overdraagt of verbindt over te dragen en
consument prijs daarvan betaalt of verbindt te betalen, met inbegrip van elke
overeenkomst die zowel goederen als diensten betreft.
34°: dienstenovereenkomst = iedere andere overeenkomst dan
verkoopovereenkomst waarbij de onderneming de consument een dienst levert of
verbindt dienst te leveren en consment prijs daarvan betaalt of verbindt te betalen
47°: product= met inbegrip van diensten en digitale inhoud
§3. Onrechtmatige bedingen: producten + diensten = artikel 5.52 BW geldt voor
alle contractspartijen: B2B, B2C, C2C à WER primeert, dus 5.52 BW zal vooral
spelen in C2C.
• Over artikel 5.52 BW kan niet over onderhandeld worden
• Verschil afdwingbaarheidsparadox: Nietigheid obv artikel 5.532 BW, dan
ga je niet alle onderliggende rechten verliezen = minder verregaand
§4. Verkoop op afstand + buiten onderneming: Verwijzen naar KOOP: dus enkel
lichamelijke roerende goederen à niet onroerende goederen
§5. Wet 4/4/2019: B2B à onrechtmatige bedingen geldt enkel tussen
ondernemingen in de zin van artikel I.8 WER, niet ondernemingen in artikel I.1
WER
2
,Hoofdstuk 5. Verhouding met BCA
= Eerbiedigende werking à Wet 01/02/2024 houdende Boek 6 BW
Afdeling 1. Samenloop contractuele AH en BCA (6.2 en 6.3 BW)
Principe = Samenloop, mits gemengde fout à Begrenzingen op:
1. Samenloop-mogelijkheid is van aanvullend recht: partijen kunnen uitluiten
binnen de grenzen van de exoneratie-beding van artikel 5.89 BW
a. Tenzij wet
b. Tenzij contract
2. Inroepbaarheid verweermiddelen van diegene die aansprakelijk wordt gesteld:
a. Contract
b. Wet
c. Bijzondere verjaringsregels
TENZIJ:
• Psychische of fysieke integriteit
• Opzet
Afdeling 2. Rechtstreekse aanspraak tegen hulppersonen van medecontractant (6.2 en
6.3 BW)
Hulppersoon kan nu zonder meer BCA aangesproken worden, mits buitencontracutele
fout (ipv quasi-immuniteit) à Hulppersoon heeft waarborgen wegens contractueel
evenwicht: à Art. 5.229 en 5.103 BW
- Aanvullend recht
- Inroepbaarheid verweermiddelen hoofdcontract
- Inroepbaarheid verweermiddelen “eigen” contract
- Tenzij:
o Fysieke of psychische integriteit
o Opzet
3
, DEEL 2. OVEREENKOMSTEN M.B.T. OVERDRACHT VAN EIGENDOM
TITEL 1. KOOP (belangrijk)
HOOFDSTUK 1. begripsomschrijving, wezenlijke bestanddelen, onderscheid met andere
overeenkomsten en bijzondere regimes
Afdeling 1. Begrip
Essentiële elementen:
- Eigendomsoverdracht van een goed
- Prijs in geld
- Consensueel = artikel 1583 BW
Afdeling 2. Regime (art. 1582 BW e.v.)
- B2C
o WER = roerend en onroerend, behalve koop op afstand of buiten
verkoopruimte
§ Want “Goederen” in WER = lichamelijk roerende goederen
o Wet Consumentenkoop = artikel 1649bis ev. BW + 1701/1 ev. BW
§ = ook lichamelijk roerende goederen
- B2B
o Weens Koopverdrag
o Artikel IV.91 WER àartikel I.8 WER
- Wet Breyne = ongeacht B2B of B2C
o Zowel aanneming als koop
Afdeling 3. Wezenlijke bestanddelen
§1 Wezenlijk bestanddeel 1: overdracht van eigendom
Goederen
Goed of een prestatie/dienst? Stel goed wordt geleverd, maar prestaties
moeten nog geleverd worden = gemengd contract. à Wat dan?
- Specificiteitscriterium = hoe specifieker het goed, hoe meer
klemtoon op dienst
- Diensten naar aanleiding van de koop= naast het goed zelf,
worden diensten geleverd à 3 mogelijke situaties
o Onbenoemd contract
o Cumulatietheorie
o Absorptieleer à kijken naar economisch criterium
Eigendomsoverdracht
- Principe = Translatieve rechtshandeling
- Principe = Consensuele eigendomsoverdracht
- Dare-verbintenis = om te geven à art. 1583, 5.79, 3.14 BW
4
DEEL 1.KWALIFICATIE VAN OVEREENKOMSTEN: benoemde, onbenoemde en gemengde
contracten
Hoofdstuk 1. Kwalificatie van overeenkomsten
= Partijen kunnen vrij overeenkomen
à Rechter?à werkelijke bedoeling van de partijenà Herkwalificeren ≠ ConversieàArt. 5.68 BW
Hoofdstuk 2. Onderscheid tussen benoemde en onbenoemde overeenkomsten
Afdeling 1. Benoemde overeenkomsten
§1 Begrip benoemde overeenkomst
= Wettelijke set van regels à algemeen verbintenissenrecht en contractenrecht
is ondergeschikt van toepassing
§2 Regime van benoemde overeenkomsten
Afdeling 2. Onbenoemde overeenkomst
§1 Begrip onbenoemde overeenkomst
= Contract zelf à Gemene verbintenissenrecht en contractenrecht
§2 Regime van onbenoemde overeenkomsten
Hoofdstuk 3. Gemengde overeenkomsten
Afdeling 1. Begripsomschrijving
Afdeling 2. Drie theorieën
1. Je kan niet meer zien wat het ene en het andere is à = onbenoemd contract
2. Cumulatietheorie: Op ene regime passen we ene toe, op andere het andere
3. Absorptieleer: ene is dominant en zal de gehele kwalificatie bepalen.
à Hierdoor sommige dingen niet geregeld à Oplossing: ondergeschikt toch
cumulatietheorie toepassen.
Hoofdstuk 4. Bescherming zwakke contractspartij (consumentenbescherming)
à Uitgangspunt in privaatrecht= wilsautonomie en contractsvrijheid = Art. 5.3 en 5.4 BW
à Idee dat elke persoon juridisch & feitelijk gelijk is ging niet op à socialisering van privaatrecht
Afdeling 1. Consumentenrecht sensu lato à Bescherming gebeurt op twee manieren:
1. Dwingende bepalingen: handelshuur, woninghuur, wet breyne,…
2. Gemene recht: goede trouw, contractuele en precontractuele informatieplicht,
gekwalificeerde benadeling, misbruik van omstandigheden,…
Afdeling 2. Consumentenrecht sensu stricto
• WER, Consumentenkoop,..
• Afdwingbaarheidsparadox = van dwingend recht
1
, § Als je een nietige bepaling opneemt en die wordt nietig verklaard,
dan ben je al je onderliggende rechten kwijt. à vaak dode letter.
§ Bijv. Je koopt een trui en staat een gat in. Verkoper wilt niks doen.
Ga je dan naar de rechter? Kost meer geld dan nieuwe trui.
§ Pas e_iciënt als het voldoende duur is zoals een wagen.
Afdeling 3. Boek VI WER (XIV: afgeschaft)
§1. Artikel I.1 WER (Algemeen)
Consument = Natuurlijke persoon buiten handels /bedrijf/ ambacht/
beroepsactiviteit
Onderneming = Heel ruim = Elke zelfstandige, elke rechtspersoon, elke andere
organisatie zonder rechtspersoonlijkheid (tenzij geen uitkeringen)
Voorwerp =
• Product: goederen en diensten + onroerend!
• Goederen: lichamelijk roerende zaken
• Diensten: prestaties
§2. Artikel I.8 WER (enkel Boek VI WER)
39°: onderneming = iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die op duurzame
wijze economisch doel nastreeft = beperktere definitie dan in artikel I.1.
33°: verkoopovereenkomst = iedere overeenkomst waarbij onderneming de
eigendom van goederen aan consument overdraagt of verbindt over te dragen en
consument prijs daarvan betaalt of verbindt te betalen, met inbegrip van elke
overeenkomst die zowel goederen als diensten betreft.
34°: dienstenovereenkomst = iedere andere overeenkomst dan
verkoopovereenkomst waarbij de onderneming de consument een dienst levert of
verbindt dienst te leveren en consment prijs daarvan betaalt of verbindt te betalen
47°: product= met inbegrip van diensten en digitale inhoud
§3. Onrechtmatige bedingen: producten + diensten = artikel 5.52 BW geldt voor
alle contractspartijen: B2B, B2C, C2C à WER primeert, dus 5.52 BW zal vooral
spelen in C2C.
• Over artikel 5.52 BW kan niet over onderhandeld worden
• Verschil afdwingbaarheidsparadox: Nietigheid obv artikel 5.532 BW, dan
ga je niet alle onderliggende rechten verliezen = minder verregaand
§4. Verkoop op afstand + buiten onderneming: Verwijzen naar KOOP: dus enkel
lichamelijke roerende goederen à niet onroerende goederen
§5. Wet 4/4/2019: B2B à onrechtmatige bedingen geldt enkel tussen
ondernemingen in de zin van artikel I.8 WER, niet ondernemingen in artikel I.1
WER
2
,Hoofdstuk 5. Verhouding met BCA
= Eerbiedigende werking à Wet 01/02/2024 houdende Boek 6 BW
Afdeling 1. Samenloop contractuele AH en BCA (6.2 en 6.3 BW)
Principe = Samenloop, mits gemengde fout à Begrenzingen op:
1. Samenloop-mogelijkheid is van aanvullend recht: partijen kunnen uitluiten
binnen de grenzen van de exoneratie-beding van artikel 5.89 BW
a. Tenzij wet
b. Tenzij contract
2. Inroepbaarheid verweermiddelen van diegene die aansprakelijk wordt gesteld:
a. Contract
b. Wet
c. Bijzondere verjaringsregels
TENZIJ:
• Psychische of fysieke integriteit
• Opzet
Afdeling 2. Rechtstreekse aanspraak tegen hulppersonen van medecontractant (6.2 en
6.3 BW)
Hulppersoon kan nu zonder meer BCA aangesproken worden, mits buitencontracutele
fout (ipv quasi-immuniteit) à Hulppersoon heeft waarborgen wegens contractueel
evenwicht: à Art. 5.229 en 5.103 BW
- Aanvullend recht
- Inroepbaarheid verweermiddelen hoofdcontract
- Inroepbaarheid verweermiddelen “eigen” contract
- Tenzij:
o Fysieke of psychische integriteit
o Opzet
3
, DEEL 2. OVEREENKOMSTEN M.B.T. OVERDRACHT VAN EIGENDOM
TITEL 1. KOOP (belangrijk)
HOOFDSTUK 1. begripsomschrijving, wezenlijke bestanddelen, onderscheid met andere
overeenkomsten en bijzondere regimes
Afdeling 1. Begrip
Essentiële elementen:
- Eigendomsoverdracht van een goed
- Prijs in geld
- Consensueel = artikel 1583 BW
Afdeling 2. Regime (art. 1582 BW e.v.)
- B2C
o WER = roerend en onroerend, behalve koop op afstand of buiten
verkoopruimte
§ Want “Goederen” in WER = lichamelijk roerende goederen
o Wet Consumentenkoop = artikel 1649bis ev. BW + 1701/1 ev. BW
§ = ook lichamelijk roerende goederen
- B2B
o Weens Koopverdrag
o Artikel IV.91 WER àartikel I.8 WER
- Wet Breyne = ongeacht B2B of B2C
o Zowel aanneming als koop
Afdeling 3. Wezenlijke bestanddelen
§1 Wezenlijk bestanddeel 1: overdracht van eigendom
Goederen
Goed of een prestatie/dienst? Stel goed wordt geleverd, maar prestaties
moeten nog geleverd worden = gemengd contract. à Wat dan?
- Specificiteitscriterium = hoe specifieker het goed, hoe meer
klemtoon op dienst
- Diensten naar aanleiding van de koop= naast het goed zelf,
worden diensten geleverd à 3 mogelijke situaties
o Onbenoemd contract
o Cumulatietheorie
o Absorptieleer à kijken naar economisch criterium
Eigendomsoverdracht
- Principe = Translatieve rechtshandeling
- Principe = Consensuele eigendomsoverdracht
- Dare-verbintenis = om te geven à art. 1583, 5.79, 3.14 BW
4