1. Een interventie waarbij een professional een werknemer met lichte
stressklachten een aantal gesprekken aanbiedt om copingstrategieën te
versterken, kan het best geclassificeerd worden als:
a) Hoog-intensieve interventie met hoge tijdsinvestering.
b) Laag-intensieve interventie met lage tijdsinvestering.
c) Midden-intensieve interventie met een gemiddelde tijdsinvestering.
d) Afhankelijk van de specifieke methodiek kan het variëren.
2. Welk van de volgende elementen wordt niet beschouwd als een werkzaam
element van coaching en counseling volgens Waringa et al. (2020)?
a) Het creëren van een veilige en vertrouwde relatie.
b) Het directief voorschrijven van oplossingen door de professional.
c) Het verhelderen van doelen en het ontwikkelen van actieplannen.
d) Het bieden van inzicht in gedachten, gevoelens en gedrag.
3. Wat is een belangrijk onderscheidend kenmerk van counseling ten opzichte
van coaching, volgens Waringa et al. (2020)?
a) Counseling is meer gericht op prestatieverbetering, terwijl coaching zich
richt op persoonlijke groei.
b) Counseling richt zich vaker op het verleden en emotionele problemen,
terwijl coaching meer toekomstgericht is.
c) Counseling is een kortdurend traject, terwijl coaching vaak langer duurt.
d) Er is geen duidelijk onderscheid; de termen worden door elkaar
gebruikt.
4. Welke van de volgende aspecten hoort bij de basishouding van een
counselor?
a) Directiviteit en het geven van concrete adviezen.
b) Objectiviteit, empathie en congruentie.
c) Evaluatief zijn en de cliënt beoordelen.
d) Het vermijden van emotionele betrokkenheid.
5. In de beginfase van een coachingstraject staat doorgaans centraal:
a) Het evalueren van de behaalde resultaten.
b) Het implementeren van concrete actieplannen.
c) Het opbouwen van de relatie en het helder krijgen van de coachvraag.
d) Het analyseren van dieperliggende psychologische problematiek.
, 6. Welke van de volgende is een voorbeeld van een online toepassing van
coaching of counseling?
a) Een face-to-face gesprek op de werkplek.
b) Een telefonisch spreekuur met een bedrijfsarts.
c) Een virtuele sessie via videobellen met een coach.
d) Een groepsbijeenkomst met lotgenoten.
7. Wat is de focus van vocational rehabilitation?
a) Het voorkomen van arbeidsongeschiktheid.
b) Het herstellen van de gezondheid van de werknemer.
c) Het bevorderen van de terugkeer naar werk, rekening houdend met de
mogelijkheden en beperkingen van de persoon.
d) Het compenseren van inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid.
8. Arbeidsintegratie richt zich primair op:
a) Werknemers die tijdelijk niet kunnen werken.
b) Personen die nieuw op de arbeidsmarkt komen of na een lange periode
weer willen werken.
c) Het aanpassen van de werkplek voor werknemers met een handicap.
d) Het verminderen van ziekteverzuim binnen een organisatie.
9. Disability management kan het best omschreven worden als:
a) Een reactieve aanpak gericht op het afhandelen van verzuim.
b) Een proactieve en systematische aanpak om de impact van
gezondheidsproblemen op het werk te minimaliseren en de
arbeidsparticipatie te bevorderen.
c) Een individuele begeleiding van zieke werknemers door een
casemanager.
d) Het aanbieden van medische behandelingen aan werknemers.
10.Welke van de volgende factoren heeft geen directe invloed op de
succesvolle arbeidsre-integratie?
a) De motivatie en het herstel van de werknemer.
b) De ondersteuning van de leidinggevende en collega's.
c) De economische conjunctuur van het land.
d) De beschikbaarheid van passend werk en aanpassingen.